De Kortste Weg

Hoewel de provincie Zuid-Holland zich al vijf jaar inzet voor lokaal en duurzaam voedsel in haar eigen restaurants en catering, is het niet erg opgeschoten. Uit een recent onderzoek door Greendish blijkt dat slechts tien procent van de in het provinciehuis genuttigde voedingswaren inmiddels lokaal is geproduceerd. De provincie zelf hanteert een andere rekenmethode en houdt het aandeel van lokaal voedsel op 23,7 procent. De kortste weg is niet voor iedereen dezelfde.

Sebastiaan Grosscurt

Al sinds 2016 zet de provincie zich in voor een korte keten en gebruikt campagnes als ‘Zet je tanden in Zuid-Holland’ en de ‘80/20 challenge’ (tien dagen lang 80 procent van je eten uit Zuid-Holland halen) voor de publieke bewustwording van lokaal eten. Ook buiten het provinciehuis hingen deze grote posters in een campagne. Toch is het voor de provincie erg moeilijk om concreet de daad bij het woord te voegen: in haar eigen bedrijfsrestaurants wordt voornamelijk niet-lokaal eten aangeboden. 

Maar 10 procent lokaal

Uit de cijfers van Greendish blijkt de provincie in haar eigen restaurants en catering maar 21 procent in Nederland geproduceerd voedsel te serveren, waarvan 11 procent regionaal en 10 procent lokaal. Het gemiddelde aandeel van regionaal voedsel in Nederlandse overheidslocaties ligt hier met acht procent net onder. Andere locaties hebben wel een groter aandeel Nederlandse producten, namelijk 34 procent.

Lokaal voedsel neemt een steeds groter deel van ons dieet in, een trend die lokale boeren steunt en de milieu-impact van voedsel drastisch kan verlagen.

Promotie voor lokale producten op de gevel van het provinciehuis

Producten worden als lokaal beschouwd wanneer deze regionaal zijn en geleverd zijn met een ketenlengte van één schakel of korter, waarbij de producten dus direct geleverd worden door de producent, of in een korte keten met maximaal één tussenhandelaar. Regionaal betekent in dit geval niet uitsluitend Zuid-Holland. Het bestrijkt een gebied binnen een straal van 50 kilometer van het provinciehuis, waar Amsterdam en Utrecht net buiten vallen. 

Nog veel lange ketens

Wat betreft ketenlengte ligt de catering van provincie Zuid-Holland iets achter op andere overheden. Waar 15 procent van de producten met één of minder schakels in de voedselketen op het bord van de gemiddelde beleidsmedewerker valt, is dit 11 procent voor de medewerkers van provincie Zuid-Holland en geldt dit vooral voor graanproducten, aardappelen en snacks. 

Opvallend is wel het aandeel seizoensgroenten uit volle grond, producten waarin Zuid-Hollandse boeren natuurlijk uitblinken, wat met 61 procent drie maal hoger ligt dan het landelijk gemiddelde.

Daarbij weet de provincie van alle aangeboden producten of ze op het moment van aanbieden in seizoen zijn en heeft een goed beeld van de fruit- en groentekalender. Dit is belangrijk voor vergroening, omdat Nederlandse en regionale producten niet direct beter voor het milieu zijn, maar het seizoen en de teeltwijze ook een belangrijke rol spelen. 

Andere cijfers door meetverschillen

Willy de Zoete

Gedeputeerde Willy de Zoete bekijkt de cijfers uit het onderzoek met een iets ander oog. Ze ziet een wezenlijk verschil tussen het beleid rondom ‘Zet je tanden in Zuid-Holland’ en de rekenmethode van Greendish. “Dit gaat uit van de inkoopcijfers op basis van een volledige maand inkoop voor de keuken in het provinciehuis. Hierbij is een selectie gemaakt van honderd producten, niet het volledige gamma, met een hoge omzetsnelheid en bestelfrequentie. De rekenmethodiek en analyse van Greendish is bovendien enkele malen aangepast omdat het verzoek tot deelname viel in coronatijd en voor de provincie zodoende geen juiste afspiegeling konden vormen.” 

Hoewel Greendish 13.000 producten verspreid over 17 overheidslocaties traceerde, meent De Zoete meent dat de bevindingen niet vergelijkbaar zijn met werkelijke aandeel van lokaal voedsel. Dat schat de provincie zelf op 23,7 procent. Het verschil met de 10 procent lokale producten dat Greendish becijferde wordt ook gezocht in niet meegerekende evenementen, waaronder bedrijfslunches, kerstmarkten en online bestellingen, die buiten het dagelijkse aanbod vallen en worden gefaciliteerd door lokale leveranciers. 

Een lange weg voor korte ketens

Hoe en of het verschil in aangeboden lokaal voedsel enkel kan worden uitgelegd door deze meetverschillen, is onduidelijk. Vermoedelijk is er ook een verschil in definitie van wat nou lokaal voedsel is en wat niet. Aangezien het aandeel lokaal voedsel het bedrijfsrestaurant op 10 procent steekt, lijkt het dat er voor een transparante korte keten nog een lange weg bewandeld moet worden.

Nog een initiatief

De provincie heeft zich met dat doel ook aangesloten bij de het landelijke initiatief Green Deal Catering Overheidslocaties en zegde toe zich verder in te spannen voor de inkoop van meer duurzaam en lokaal voedsel. Het onderzoek van Greendish was een nulmeting voor die Green Deal.

Als de provincie zelf echt haar tanden in Zuid-Holland wil zetten, is er meer inzicht nodig in de grotendeels onbekende keten. In samenwerking met de groothandel en lokale aanbieders is het mogelijk om meer lokale producten op de kaart te zetten om zo lokale boeren en vissers te ondersteunen en de kennis over de Zuid-Hollandse voedselketen te vergroten. 

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

Dat er dit jaar een aanhanger werd gestolen en er ook nog eens werd ingebroken in de kas, doet het Naaldwijkse initiatief voor korte voedselketens, BoereGoed, het nogal … goed. De vrijwilligersorganisatie moest zelfs, wegens succes, verhuizen.

Kees Vermeer

BoereGoed werd vijf jaar geleden gestart om meer korte voedselketens te kunnen bouwen, in samenwerking met telers in de regio. Met daarbij als belangrijk speerpunt het bieden van nieuwe werkervaringsplaatsen en een mooie plek voor vrijwilligers en consumenten.

Centraal staat inmiddels de BuurtKas in Naaldwijk, met producten van BoereGoed en van telers uit het Westland en Midden-Delfland. “Bovendien bieden we voor zoveel mogelijk mensen een kans op zinvolle deelname aan arbeid en samenleving”, vertelt bedrijfsleider Fred Mattern. “We willen mensen uit verschillende lagen van de regionale bevolking via gezonde en lokale producten met elkaar in contact brengen.”

Vorig jaar stond in het teken van de verhuizing naar die kas. Daarmee heeft BoereGoed een flinke stap vooruit gemaakt. “De totale oppervlakte, de tuin, de verwerkingsruimte, loods, kantoor en kantine… In alles zijn we twee keer opgeschaald”, laat Mattern weten. “In onze kas telen we heel divers: van rabarber, koolraap en bloemkool tot komkommers, paprika, asperges en meloenen. Dat doen we onder andere om het werk leuk en afwisselend te houden voor onze medewerkers. Maar ook omdat we experience centre willen zijn en educatie willen geven: iedereen kan bij ons komen kijken hoe alles groeit. Door samenwerking met lokale telers van de verschillende producten is er altijd voldoende aanbod voor onze klanten. Producten kunnen overigens ook via de webshop op onze website worden besteld, en daarna op zaterdag worden afgehaald.”

Werkervaringsplaatsen
BoereGoed werd gestart door enkele enthousiaste mensen die ‘iets wilden doen’ voor de maatschappij. Dat is zeker gelukt: inmiddels werken er zo’n vijftig vrijwilligers, die zich in de hele breedte van de organisatie inzetten: van tuinders en schoffelaars tot inpakkers en chauffeurs. “Tevens bieden we plek aan mensen die in de maatschappij tussen wal en schip vallen. We zijn geen zorginstelling, maar we helpen deze mensen in de stap naar regulier werk. Zij lopen bij ons in het hele traject mee en kunnen zo wennen aan het werkritme, omgang met anderen en aan werkplezier. Het is al enkele keren gelukt om iemand te laten doorstromen naar deeltijdwerk of een volledige baan. Het is mooi om te zien dat iemand weer zonder onze begeleiding kan meedraaien in de samenleving en daar een plek vindt.”

Mooie wisselwerking
BoereGoed wil in de toekomst meer samenwerken met zorg- en woonpartijen. Er is al contact met het ouderinitiatief ‘Ons Buitenhuis’ in Maasdijk en woonlocatie De Nederhof in Honselersdijk. Mattern merkt dat BoereGoed kan rekenen op veel sympathie vanuit de maatschappij: “Zo staan veel bedrijven ervoor open om mensen met een beperking of achterstand een plek te geven. Dat past in deze tijdgeest en geeft een mooie wisselwerking. We leveren ook steeds meer werkfruit, oftewel fruit voor bedrijven. Voor ons betekent dat weer nieuwe werkervaring voor onze werknemers. Zo leveren bedrijven die bij ons fruit afnemen een bijdrage aan de werkverschaffing binnen BoereGoed.”

Voor alle positieve geluiden dit jaar, waren er ook twee tegenslagen. Enkele maanden geleden is de aanhanger gestolen die werd gebruikt bij de verkoop van producten. Daar bovenop werd vorige maand ook nog eens ingebroken in de kas. Waarbij geld is meegenomen, maar vooral veel ravage is aangericht. Flink balen, maar het heeft geleid tot mooie reacties uit de samenleving: “Veel mensen hebben iets voor ons gedaan. Via een clubactie hebben we bijvoorbeeld een mooie gift gekregen van medewerkers van de Rabobank. Vanuit allerlei hoeken en gaten kwam er steun en medeleven.”

Bedrijfsleider Fred Mattern (links) met een leverancier, boer Pait uit Maasdijk

Bewustzijn over groenten en fruit
BoereGoed kan terugkijken op succesvolle jaren. Zelfs dit ‘coronajaar’ draait de organisatie goed. Mattern: “Normaal gesproken doen we iedere twee weken iets voor het publiek, bijvoorbeeld een rondleiding of een plukdag. Dat draagt enorm bij aan het bewustzijn over groenten en fruit. Het is ontzettend leuk als bijvoorbeeld kinderen, die meestal met de ouders naar de supermarkt gaan voor de boodschappen, hier zien hoe bloemkool groeit en daar vragen over stellen.”

Vanwege corona zijn er nu minder activiteiten. Maar de vraag naar lokale producten is sterk gegroeid. En daarmee ook de naamsbekendheid van BoereGoed, zowel bij de bevolking als bedrijven. “Ik denk dat dit de toekomst is voor boerenbedrijven: meer regionale samenwerking met allerlei partijen”, besluit Mattern. “Je ziet op dat gebied allerlei initiatieven ontstaan. Boeren en telers werken steeds meer samen. En mensen realiseren zich steeds meer dat producten niet van ver weg te komen en eerst in plastic verpakt te worden. Je kunt ze net zo goed rechtstreeks vers bij de boer kopen.”

Onlangs bezocht ik de evaluatiebijeenkomst van De Proefschuur, waarover Kees Vermeer het artikel ‘De Proefschuur sluit na twee jaar de deuren’ schreef. Tijdens een kampeertrip en fietstochtje op Voorne-Putten in 2018 leerde ik de mensen achter De Proefschuur kennen, toen zij toevallig bij Vers van Voorne een overleg hadden en ik daar mijn lokale eten bij elkaar sprokkelde.

Marja van den Ende

Door de gedrevenheid die ik toen in hen herkende, voelt het extra zuur dat de energie die in het initiatief gestoken is om lokale producten bij de supermarkt te leveren niet de gewenste resultaten heeft. De redenen zijn overduidelijk: het supermarktbeleid past niet bij de behoeften die de lokale telers en boeren hebben. Een oneerlijke prijsstelling, jaarrond kunnen leveren en onderdeel worden van een geautomatiseerd systeem van algoritmes vanuit hoofdkantoren, dat lukt niet bij deze prachtige streek- en seizoensproducten van kwaliteit.

Trots
Een van de vragen die Proefschuur-voorzitter Arnout den Ouden zichzelf in het artikel stelt, is de hamvraag waar mijn column nu over gaat: “In supermarkten zie ik vaak producten waar ik niet trots op zou zijn. Ik vraag me ook af of consumenten dit zo willen…”

Daar ben ik het hartgrondig mee eens. Als consument zeg ik: “Dit wil ik niet!” Inmiddels zeg ik dit al bijna drie jaar, sinds de start van Fietsen voor m’n eten – Westland. Ik ben daarom dus al drie jaar niet meer in een supermarkt geweest. Ik kies bewust voor ongemak, door wat meer moeite te doen om mijn boodschappenlijstje bij elkaar te fietsen. Ik kies ook bewust voor een betere kwaliteit, want het is alleen díe kwaliteit die ik in mijn mond wil stoppen. Omdat mijn lijf en gezondheid dat verdient. En opvallend genoeg is mijn boodschappenbudget hetzelfde, slechts anders besteed. Minder vlees, maar vlees van kwaliteit. Meer groenten met een eerlijke prijs voor de voedselproducent. Nagenoeg geen bewerkte producten meer, maar zelf soepen en sauzen maken van verse producten uit de buurt. Is nog veel lekkerder ook.

Terug naar De Proefschuur. Ik heb me sinds de ontmoeting in 2018 steeds (en tijdens de bijeenkomst openlijk) afgevraagd of het verschil had gemaakt als er een ‘Fietsen voor m’n eten – Voorne-Putten’ was geweest, waarin vanuit consumentenoogpunt de brug werd geslagen tussen de lokale consument en de locaties waar de producten van De Proefschuur te koop waren. Supermarkt of elders maakt in deze niet veel uit voor de fietsende bewuste consument, mits duidelijk is dat de voedselproducent eerlijk betaald wordt. Want als er voldoende vraag naar lokale en juist seizoensproducten (alleen in het seizoen waarin het groeit) is vanuit de consument, zou theoretisch gezien de supermarkt deze vraag moeten volgen. Dit betekent dat de consument een keuze én de macht heeft en erom moet durven vragen. Blijkt het nu een illusie om te verwachten dat het zo werkt? Zijn wij door de doorgeslagen efficiëntie in de supermarkt buitenspel gezet, zowel consument als producent?

De toekomst van lokaal
Ligt de toekomst van de verkoop van lokale producten aan lokale consumenten dan toch meer in het aantrekken van consumenten naar de boer en teler zelf met eigen stalletjes, automaten en kleine winkeltjes bij de kwekerij of boerderij? En voor de consument die kiest voor gemak: de bezorg- en afhaaldiensten van boxen vol lekkernijen uit de streek? Natuurlijk vraagt dat ook om een grondige voorbereiding en organisatie. Die grote hoeveelheid uren die De Proefschuur in onderzoek, opstarten en uitvoeren van de weg naar de supermarkt heeft gestoken, zal wellicht dan wederom in de richting van de rechtstreekse weg gestoken moeten worden. En met inachtneming van de ontwikkelingen van de afname van het aantal bestellingen van boxen sinds de coronamaatregelen zijn versoepeld, zal een grote groep consumenten gewoon die producten van inferieure kwaliteit uit het buitenland vanuit gemak in de supermarkt kopen. Omdat ze onwetend zijn dat het inferieure producten zijn, of omdat het ze niet kan schelen wat ze in hun mond stoppen. Of is het simpelweg geld?

De weg van bewustwording van de consument is een lange weg. Een fietspad met steile dijken en diepe afritten, waar je voldoende versnellingen of een grote accu in je e-bike voor nodig hebt, om maar even metaforisch te spreken. Maar als je eenmaal geraakt bent door het boerderijwinkeltjesvirus, wil je niet meer terug. Daar steek ik mijn vrije uren in om dat aan anderen te laten zien. Zodat ze het zelf gaan beleven. En meer en meer mensen willen het zelf beleven en voor anderen het fietsende voorbeeld zijn. De afgelopen maanden heeft de groei in aantal actieve regio’s in Nederland voor Fietsen voor m’n eten dit wel laten zien: sinds maart van vier naar negen. En er staan er nog zeker twee klaar om geactiveerd te worden als de voorfietsers daarvoor binnenkort in de startblokken gaan staan. Daarover meer in mijn volgende column, waarin ik de ervaringen uit mijn roadtrip door Nederland zal beschrijven.

Krijgt De Proefschuur een vervolg?
Volgens Den Ouden zit een doorstart er momenteel niet in, hoewel hij wel denkt dat het concept levensvatbaar is. Ik hoop dat die doorstart er komt. Het doel ‘de supermarkt’ wordt dan vervangen door ‘de kleine winkelier’ (bij de teler zelf of via andere zelfstandige winkeliers) en daar is een heel ander soort ondernemer met ander beleid en daarachter een ander soort consumentengroep te vinden, die beiden wel passen bij de behoeften van de lokale boeren en telers. Ik denk vanuit mijn veelzijdige achtergrond en praktijkervaring graag mee over het aanleggen van die (fiets)brug tussen consument en aanbieder. Mail me maar op info@fietsenvoormijneten.nl

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

Voor veel bio-boeren wordt het steeds lastiger om hun dieren op een biologisch gecertificeerde manier te laten slachten. Veel kleine, biologische slachthuizen sluiten door hoge kosten de deuren, dus moeten boeren steeds verder rijden voor een goede slachterij. De boeren kunnen niet snel bij andere bedrijven terecht, want om van biologische dieren biologisch vlees te maken moet ook de slachterij gecertificeerd zijn.

Sammy Shawky

“Het aantal slachthuizen in het Westen in drastisch verminderd”, vertelt Jeroen van der Kooij die op zijn boerderij Hoeve Rust-hoff in Maasland biologische ossen houdt. “Vroeger zat er een in Woerden maar die is twee jaar geleden gestopt. Nu laten we de koeien slachten in Veenendaal, maar dat is dik een uur rijden.” Dat is niet alleen voor de boer vervelend, zeker ook voor de dieren.

Volgens Van der Kooij is een van de redenen dat veel slachters stoppen de ingewikkelde regelgeving: “Je moet aan allerlei voorwaarden voldoen, zoals een NVWA-arts en hoge keuringskosten.” Van der Kooij vertelt dat een biologische slachterij het gangbare en het biologische vlees apart moet houden. “Dat is te doen maar kost veel tijd en organisatie en voor een kleine slachter is dat moeilijk.”

Vleespakket Hoever Rust-Hoff
Vleespakket Hoever Rust-Hoff

Veel regels en hoge kosten
Jan Duijndam van de biologisch-dynamische boerderij Hoeve Biesland in Delfgauw ziet veel biologische slachterijen verdwijnen. “De een na de ander gaat dicht.” Hij laat zijn dieren nu slachten in Kerkdriel, zo’n 100 kilometer rijden. De hoge kosten zorgen er volgens hem voor dat veel biologische slachters stoppen. “Je moet een Skål certificaat hebben én een EEG-nummer, anders mag je niet werken. Dat maakt het voor veel kleine slachterijen te duur”, zegt hij.

“De een na de ander gaat dicht.”

Jan Duijndam, Hoeve Biesland

Biologisch gecertificeerd slachten
Skål is de organisatie die slachthuizen certificeert die biologisch vee mogen slachten. Zij controleren alle biologische productie in Nederland, van landbouwbedrijven tot importeurs en levensmiddelenfabrikanten. Voor biologisch vlees wordt niet anders geslacht, maar het mag niet in contact komen met gangbaar vlees, vertelt woordvoerder Katinka van Roij: “Wij letten vooral op de scheiding tussen gangbaar en biologisch, die moet 100 procent gewaarborgd zijn.”

Ze vertelt dat gemengde slachterijen vaak beginnen met het biologische vlees om vermenging te voorkomen. Ook moeten de dieren qua voer en stallen precies zo behandeld worden als bij een biologische boer. Om te bewijzen dat een slachthuis aan alle eisen voldoet is er veel administratie nodig. Daarnaast zijn er ook kosten aan het Skål certificaat verbonden, zoals een jaarlijkse bijdrage van 600 euro en kosten voor inspecties.

Slachterij

Cijfers lastig te vinden
Of Nederland écht steeds minder slachterijen met een biologisch certificaat telt kan Skål niet zeggen, ze brengen daarover geen cijfers naar buiten. “Ik kan alleen zeggen dat er elk jaar slachthuizen bijkomen en verdwijnen”, zegt Van Roij. Wel is op hun website te zien dat er momenteel in ons land zo’n dertig bedrijven zijn die biologisch gecertificeerd mogen slachten.

Overigens heeft niet iedereen last van een tekort aan slachters. “Wij laten al langere tijd ossen en lammeren slachten bij slachterij Henk Jonkers in Est, die zit voor ons wel redelijk in de buurt”, zegt Anja Slob van boerderij De Drie Wedden in Noordeloos. Ze vertelt dat ze wel even gezocht heeft, maar uiteindelijk voor die slachterij heeft gekozen vanwege de kwaliteit en kleinschaligheid.

Uitstervend beroep
Maar het is een ‘uitstervend beroep’ zegt Gerrit van Gessel van slachterij Henk Jonkers in Est. “Door de wet- en regelgeving wordt het er niet makkelijk op, dus laten veel kleine slachterijen het slachten nu over aan grotere bedrijven.” Hij begrijpt dat, maar zou er zelf niet voor kiezen. “Ik ben een grote dierenvriend en vind het belangrijk om de dieren zelf te slachten.” Hun slachterij verwerkt zowel biologisch als regulier vlees.

Hoewel zijn zaak goed draait zijn in zijn buurt veel andere kleine slachterijen gestopt, vertelt Van Gessel. “Dat komt door alle regels, maar ook door de leeftijd. Het is niet makkelijk om jonge slachters die vinden die nog kunnen slachten, uitbenen en verwerken.” In Est doen ze het allemaal nog zelf. “Het komt levend binnen en gaat er voor de meeste biologische boeren vacuümverpakt en winkelklaar weer uit.”

Zelfslachtende Slagerij Henk Jonkers
Zelfslachtende Slagerij Henk Jonkers

“Ik ben een grote dierenvriend en vind het belangrijk om de dieren zelf te slachten.”

Gerrit van Gessel van slachterij Henk Jonkers

Lastiger te slachten
Bij het biologisch slachten komt heel wat kijken. Zo zijn biologische varkens vaak lastiger dan reguliere varkens, vertelt van Gessel: “Door het vele buiten lopen hebben ze meer vet op hun rug en zijn hun haren stugger, dus is het iets meer werk.” En als ze het vlees verwerken tot worst, dan moeten ook die kruiden biologisch gecertificeerd zijn.

“We zijn jaarlijks een bedrag kwijt aan het certificaat van Skål en besteden veel tijd aan administratie. Elk stukje vlees moet gewogen worden en soms moeten we achter boeren aanbellen voor de juiste gegevens. Daar ben ik elke week zo’n vier uur mee bezig”, zegt van Gessel. En die extra tijd en geld berekenen ze deels door aan de klant. “Voor het Skål certificaat ben je voor een rund zo’n dertig euro extra kwijt, voor een varken komt het neer op ongeveer een tientje”, vertelt hij.

Toch weerhoudt dat hun klanten er niet van om speciaal naar hen toe te komen. “Est is een klein dorpje onder de rook van Geldermalsen maar een van onze klanten komt zelfs helemaal uit Zeeland”, zegt Van Gessel. “Ons rayon is groot en het wordt zeker niet kleiner.”

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

‘Duurzame voedselpakketten opeens niet aan te slepen’, was enkele weken geleden te lezen op deze website. Door de coronacrisis zat vrijwel iedereen thuis, en daardoor gingen veel mensen gezonde en lokale etenswaren bestellen. Hoe is de situatie nu de crisis over de piek heen is?

Kees Vermeer

De ondernemers achter de K’wrd Box, ofwel Krimpenerwaardbox, zagen al snel een daling van het aantal bestellingen. Zo snel dat de boodschappenbox met ambachtelijke streekproducten uit de Krimpenerwaard daarom momenteel niet meer is te bestellen. ‘Wij nemen een pauze‘, staat op hun website.

“Door de versoepeling van de coronamaatregelen gaan mensen weer meer naar de supermarkt voor hun boodschappen”, zegt Hannie van Hees van Stadsbrouwerij Argentum in Schoonhoven, een van de initiatiefnemers van de K’wrd Box. “De drukte in de supermarkten neemt duidelijk toe. We denken dat de box daardoor minder wordt besteld. Aan ambachtelijke producten hangt bovendien een prijskaartje. Aanvankelijk had men dat misschien wel over voor ambachtelijke producten, ook vanuit een loyaliteitsgevoel om lokale ondernemers te steunen. Maar dat ebt nu een beetje weg.”

K’wrd Box

Nu bezinnen
Tijdens de crisis kende de Krimpenerwaardbox rond moederdag een piek van vijfenzeventig leveringen per week, het maximum wat de ondernemers logistiek ook aankonden. Maar in de weken daarna nam dat aantal af naar acht. “Daarom besloten we om een pauze in te lassen”, aldus Van Hees. “We willen ons nu bezinnen op het vervolg. Uit de vele reacties blijkt dat we mensen wel enthousiast hebben gekregen voor onze producten. Er is meer bewustwording gekomen over streekproducten en de bedrijven waar die vandaan komen. Dat is een positief gevolg van de crisis. Ik denk dat er voor ons een mooie taak ligt om dat enthousiasme vast te houden en gebruik te maken van onze naamsbekendheid. Zo willen we bedrijven benaderen voor bijvoorbeeld pakketten voor hun personeel of relaties.”

Bio aan Huis

Nog steeds druk
Bio aan Huis in Nieuw-Beijerland zag eveneens een piek aan bestellingen tijdens de coronacrisis, maar heeft het nu nog steeds druk. “We bestaan al vijftien jaar en hebben een grote klantenkring”, vertelt bio-boerin Shaula Tak. “We hadden de afgelopen maanden wel meer aanmeldingen dan voor de crisis. Momenteel zijn er opzeggingen van abonnementen, maar dat zien we vrijwel altijd vlak voor de zomervakantie. Na de vakantie gaan mensen weer meer op hun eten letten en nemen de aanmeldingen altijd weer toe.”

“Veel mensen hebben ons gevonden dankzij de coronacrisis.”

Bio-boerin Shaula Tak

Het aantal bestellingen liep tijdens de coronacrisis op tot het maximum wat Bio aan Huis met haar wagens kon leveren. Daarom werd tijdelijk een pauze ingelast en kwamen zo’n 250 nieuwe aanmeldingen op een tijdelijke wachtlijst. “Uiteraard waren we blij met zoveel nieuwe klanten”, laat Tak weten. “Veel mensen hebben ons gevonden dankzij de coronacrisis. Sommigen zijn weer gestopt, maar velen zijn gebleven. Uit hun reacties horen we dat zij bewust kiezen voor een biologische voedselbox. Enerzijds voor hun eigen gezondheid en het verhogen van hun weerstand, anderzijds met het oog op het klimaat en meer duurzaamheid.”

Rechtstreex Groentebox

Dubbel zoveel bestellingen
Maar het Ook het Rotterdamse initiatief Rechtstreex, actief sinds 2013, had al een trouwe klantenkring. Tijdens de crisis liep het aantal bestelling fors op. Nog steeds krijgen ze zo’n tweeduizend bestellingen per week binnen, een ruime verdubbeling van het aantal voor de coronacrisis. “Veel mensen bestelden hun boodschappen al structureel bij ons, en doen dat nu nog steeds”, zegt eigenaar Maarten Bouten. “Feitelijk is de crisis goede marketing geweest voor lokale producten. Wij hebben ons team kunnen uitbreiden en er zijn plannen voor een fysieke winkel, ook om nieuwe mensen te kunnen bereiken. Die plannen waren er al, maar kunnen we nu sneller realiseren.”

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

Hoewel steeds meer mensen interesse hebben in streekproducten, valt het nog niet altijd mee om die aan de man te brengen. Dat hebben de initiatiefnemers van coöperatie De Proefschuur op Voorne-Putten ervaren. De 52 boeren en tuinders erachter, wilden meer lokale producten in de supermarkt krijgen. Helaas moesten ze, nog voor de corona-crisis de stekker eruit trekken.

Kees Vermeer

Vorige week stonden de initiatiefnemers in een bijeenkomst uitgebreid stil bij de lessen die ze hadden geleerd. De Proefschuur startte in 2017 veelbelovend. “Onze opzet was om lokale producten van Voorne-Putten makkelijk bereikbaar te maken voor consumenten”, vertelt voorzitter Arnout den Ouden. “We hebben daarbij gekozen voor verkoop via supermarkten. Want tachtig procent van al het voedsel wordt gekocht in de supermarkt. Maar het lukte niet om onze streekproducten daarin in te passen.”

Het bestuur van De Proefschuur. Links Arnout den Ouden.

Te kleine speler
Het probleem was dat inkoop en logistiek rond voedsel in supermarkten al strak is georganiseerd. “Voor die grote organisaties ben je een te kleine speler. Een verstoring van het systeem”, legt Den Ouden uit. “Er komt een extra leverancier aan de deur, en de supermarktmedewerkers moeten aparte productlijnen gaan bijhouden en weer zelf bestellingen doen. In supermarkten is dat allemaal geautomatiseerd.” 

De logistiek wordt via algoritmes geregeld vanuit het hoofdkantoor. Als een leverancier niet constant kan leveren, raakt het algoritme in de war. “Hun systemen zijn gericht op minimale arbeid en dan ben je al snel te veel. Hoe goed je het als nieuwkomer ook doet.” Daarbij moet een leverancier het hele jaar door kunnen leveren. De super houdt geen rekening met seizoensgroenten en -fruit. Voor de boeren is dat natuurlijk een probleem.

Groenten te goedkoop
Een aantal franchise supermarkten verving de gangbare producten wel door die van De Proefschuur. “Zij hebben serieus hun best gedaan”, zegt Den Ouden. “Maar we konden toch niet de groei halen die we wilden. Hoewel veel mensen achter ons idee staan, zijn er te veel zaken die tegenwerken. Zaken waar wij niets aan kunnen doen.” 

“Daarnaast zijn bestaande subsidies alleen bedoeld voor het opstarten van een initiatief. Terwijl het ook gaat om continuïteit en omzet. Het zou helpen als bijvoorbeeld overheidsinstellingen hun inkoopbeleid aanpassen naar lokaal. Zelfs daar liepen wij als Proefschuur tegen een muur aan.”

Financieel komt daar nog iets bij: de huidige groenteprijzen zijn bij lange na niet kostendekkend. De lokale producten zouden zelfs onder de kostprijs geleverd moeten worden om het initiatief te laten slagen.

Doorgeslagen efficiëntie
Een doorstart zit er momenteel niet in, hoewel Den Ouden wel denkt dat het concept levensvatbaar is. Maar dat vraagt een ander bewustzijn over prijs en kwaliteit: “De efficiëntie in supermarkten is doorgeslagen. Er is grote concurrentie op prijs, terwijl voedsel in Nederland al erg goedkoop is. Er zou een bodem moeten zijn, maar dat punt zijn we allang voorbij.” 

“In supermarkten zie ik vaak producten waar ik niet trots op zou zijn. Ik vraag me ook af consumenten dit zo willen. Voedsel komt van heel ver en is vaak van slechte kwaliteit. Terwijl we in Nederland heel mooie producten verbouwen.”

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

Steeds meer boeren geven hun enorme overschotten aan aardappelen liever weg, dan ze voor een dumpprijs te verkopen als veevoer of grondstof voor biogas. In Amsterdam wordt zaterdag een ‘aardappelberg‘ gestort, twee weken geleden dumpte een boer de piepers al voor het hoofdkantoor van supermarkt Deen en dit weekend stond er een file voor gratis aardappelen. Wat is er aan de hand?

Sammy Shawky

Dat laatste, de belofte van gratis aardappelen, overtrof alle verwachtingen van boer Erik van der Heijden uit Dinteloord. “Sommige mensen hebben wel 1,5 uur in de file gestaan!” vertelt Van der Heijden. Toen hij begon, verwachtte hij honderd mensen. Nadat zijn actie aandacht kreeg in de media, verhoogde hij dat getal. “We hadden van tevoren vierhonderd zakken klaargemaakt omdat we dachten dat dat genoeg zou zijn.”

De mediabelangstelling was groot

Dat was nog steeds een onderschatting. Er kwamen uiteindelijk zo’n duizend auto’s langs, schat hij. Die ieder een zak van 25 kilo meenamen.”We moesten ter plekke nog bijmaken en hebben uiteindelijk zo’n 25.000 aardappelen weggegeven”, zegt de nog steeds verbaasde boer.

Statement
Ondanks de enorme belangstelling is Van der Heijden nog niet van zijn aardappelen af. “We hebben er nog zo’n 750.000 liggen. Maar het ging er natuurlijk vooral om een statement te maken”, vertelt hij. “Als je wilt ben je er zo vanaf, maar niet voor de prijs waarvoor het zou moeten.” Hij vertelt dat hij de aardappels moest weggooien of verkopen als veevoer als hij ze nog langer liet liggen. “En dan geef ik ze liever aan particulieren.”

Door de coronacrisis daalde de kiloprijs van aardappelen flink, van 14 naar 1 eurocent. “Voor corona was de prijs al niet super, maar het had nog de potentie om omhoog te gaan. Maar nu ging de prijs recht omlaag, dat is wel zuur”, zegt Erik. Door een overheidsregeling kunnen telers nu tot maximaal 6 cent per kilo vergoed krijgen. 

Zonnepanelen en bloemenweiden
Erik zegt dat hij veel leuke reacties kreeg op zijn weggeefactie. “Mensen waren heel meelevend en vonden het een goede actie. En de meesten gaven ook een donatie terwijl ze er in principe niet voor hoefden te betalen. Dat was wel netjes.” Gelukkig voor Erik teelt hij niet alleen aardappelen, al is dat wel de hoofdmoot. “We rouleren de gewassen en hebben nu ook uien, die doen het iets beter.”

Daarnaast heeft hij ook een andere bestemming gevonden voor een deel van zijn land. “Er is enorm veel vraag naar duurzame energie en zonnepanelen werken hartstikke goed”, vertelt Erik. Zijn plan is om zo de biodiversiteit te vergroten, door kruidenwanden en bloemenweiden aan te leggen tussen de panelen. “Er zijn al projecten gestart en het is niet normaal hoeveel soorten bijen en dan bijkomen. Ik vind het leuk om daarmee alles een beetje in evenwicht te houden.”

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

Meer thuiszitten heeft ook voordelen: je hebt nu meer koffiedik, waarmee je prima oesterzwammen kunt kweken. Onder de hashtag #nederlandkweektthuis lanceerde het kweekbedrijf Rotterzwam een ‘voorjaarspakket voor de thuiswerkert’ waarmee je precies dat kunt doen. Het is een creatieve manier om de horeca-omzet die het bedrijf normaal gesproken op de been houdt, een klein beetje te compenseren.

Sammy Shawky

“Je hebt nu drie keer meer koffie thuis en dus veel meer koffiedik”, vertelt Siemen Cox, oprichter van Rotterzwam. “Doordat veel mensen nu thuiswerken zetten ze niet alleen ’s avonds koffie, maar ook ‘s ochtends en na de lunch.”

En dat proces van koffiezetten is volgens Siemen eigenlijk heel inefficiënt. “Maar 0,2 procent van de koffie die we zetten komt in het kopje terecht, de rest is afval.” De berg koffiedik die overblijft van ons dagelijkse bakkie pleur komt vaak terecht bij het restafval en wordt dan verbrand. “Zonde”, vindt Siemen. “Op koffiedik kan je prima oesterzwammen kweken, en zo maak je maximaal gebruik van grondstoffen.”

Dichte deuren
De zwammen kweken ze in speciale containers in Rotterdam en die worden normaal verkocht aan restaurants. “Dat is zo’n 80 procent van onze productie, dus dit is echt een flinke klap”, zegt Siemen. “De zwammen verkopen we nu via Rechtstreex of Supportyourlocals, en de afhaal bij restaurants komt gelukkig langzaamaan op gang.” Ze hebben nog wel een vriezer vol met oesterzwambitterballen waarvoor nog naar een oplossing wordt gezocht. “Misschien openen we wel een drive through, zodat mensen ze kunnen afhalen.”

Pakket Giraf

Yoghurtemmer of melkpak
Het thuiskweken is overigens niet zo moeilijk als het klinkt, zegt Siemen. “Maar je moet je wel even verdiepen in de instructies.” Doe-het-zelvers kweken hun zwammen in een yoghurtemmer of een melkpak, maar je kunt ook een kant en klare ‘growkit’ bestellen. Met een zakje broed erbij ben je dan klaar om te beginnen. Met de growkit van Rotterzwam kweek je in ongeveer een maand volgens Siemen tussen de 500 en 750 gram oesterzwammen.

Het bedrijf ziet duidelijk dat Nederlanders nu meer thuiszitten en op zoek gaan naar nieuwe bezigheden. Zo is de omzet van de webshop afgelopen maand meer dan verdubbeld, vertelt Siemen. Maar de coronamaatregelen hebben ook nadelen. Het bedrijf haalt normaal koffiedik op bij kantoren om hun eigen oesterzwammen op te kweken. “Maar veel kantoren zijn nu dicht, dus moesten we overstappen op stro. Minder hergebruik, maar de oesterzwammen groeien zo ook goed.”

Rest de vraag: wat je dan moet doen met al die oesterzwammen? “Keuze genoeg”, zegt Siemen. “Je kunt er een omelet mee maken, dat noem ik dan een ‘zwammelet’. Of gebruik ze in een lekkere risotto, roerbak ze of maak er een stevige soep van. Oesterzwammen zijn eigenlijk net zo veelzijdig als ui!”

Opeens -zo lijkt het- hebben allerlei producten in de supermarkt, een blauw keurmerk op de verpakking. ‘PlanetProof’ staat er op potten met groenten en op zuivelproducten die eigenlijk niet anders lijken dan eerst. Wat is dat nieuwe ‘On the way to…’ PlanetProof-keurmerk en hoe duurzaam is het eigenlijk?

Sammy Shawky

Sinds begin 2019 vervangt het ‘On the way to…’ PlanetProof-keurmerk, of kortweg PlanetProof, voor bijna alle voedselproducten het Milieukeur keurmerk. Dat werd in 1992 opgericht door de overheid om consumenten duidelijk te maken welke producten duurzamer waren dan andere, soortgelijke producten. Het keurmerk is inmiddels onafhankelijk en volgens de website bewijst PlanetProof ‘dat je een product koopt dat duurzamer is geproduceerd en daardoor beter is voor natuur, milieu, klimaat en dier’.

PlanerProof logo

Topkeurmerk
“Het is een van onze topkeurmerken”, vertelt woordvoerder Kirsten Palland van Milieu Centraal. “Een topkeurmerk stelt hoge eisen stelt aan het milieu, dierenwelzijn en eerlijke handel. En die eisen worden goed gecontroleerd, door een onafhankelijke partij.” Om de twee jaar brengt Milieu Centraal een lijst uit met ‘topkeurmerken’, dat waren er tien in 2019. De organisatie beoordeelt daarvoor zo’n 95 voedsellogo’s in verschillende productgroepen, zoals koffie of zuivel.

Milieu Centraal kijkt wel naar de eisen die de keurmerken stellen, maar niet de naleving daarvan. “Wij zijn geen waakhond”, zegt Palland. “Wij controleren niet of keurmerken hun eisen ook waarmaken, dat doet de partij die de controles uitvoert. Maar door ze regelmatig te beoordelen houden we de keurmerken wel scherp. Als ze ineens lager scoren op een bepaald aspect dagen we ze daarmee uit om de lat hoger te leggen.”

Plus Melk

Kritiek
Maar er is niet alleen lof voor de werkwijze van PlanetProof. Het keurmerk certificeert naast groenten, fruit en eieren sinds kort ook zuivel. En Greenpeace vindt dat PlanetProof in die laatste categorie de focus moet verleggen. “Ze richten zich daar nu op verduurzaming. Dat is goed, maar uiteindelijk is het belangrijkste dat we gewoon minder zuivel gaan produceren”, vindt campagneleider Herman van Bekkem. Ook zegt hij dat PlanetProof voor zuivel “minder ambitieus is qua doelstelling dan zuivelproducten van biologische productie”. Van Bekkem: “PlanetProof neemt nu te kleine stappen voor een heel urgent probleem.”   

Greenpeace heeft niet alleen kritiek op het keurmerk, de organisatie werkt er zelf ook aan mee. “Wij vinden het zeker op het gebied van aardappelen, groenten en fruit een goede eerste stap. Je kunt niet zomaar de hele landbouw biologisch maken, maar dit keurmerk is wel een goede manier om de verduurzaming in de landbouw op gang te krijgen. Bij PlanetProof wordt er de helft minder gespoten en ook minder gebruik gemaakt van gevaarlijke middelen, dus dat zet zeker zoden aan de dijk”, zegt van Bekkem.

De milieuorganisatie steunt dus de eisen van PlanetProof op het gebied van groenten en fruit, maar zegt het wel belangrijk te vinden dat de ambities hoog blijven. Want de eisen voor PlanetProof worden elk jaar herzien, waarbij alle schakels in de keten meepraten. “Je kunt je voorstellen dat LTO en de handelaren, en al helemaal de gifindustrie zelf, niet zitten te wachten op strengere regels. En hoewel zij niet in de begeleidingscommissies zitten zorgen ze er wel voor dat hun stem gehoord wordt”, vertelt Van Bekkem. Greenpeace zegt dat hun steun daarom afhankelijk is van de eisen die het keurmerk stelt. “Bij het keurmerk voor biologisch voedsel weet je waar je aan toe bent, daar zijn de eisen al jaren hetzelfde. PlanetProof is minder rechtlijnig, dus we moeten er scherp op zijn dat de eisen niet verslappen”.

Hollands poldermodel
Volgens Wim Uljee, woordvoerder van PlanetProof, is dat juist de kracht van het keurmerk. “Wij zijn een breed gedragen keurmerk waarbij mensen uit de hele keten betrokken zijn”, zegt Uljee. “Je kunt PlanetProof een Hollands polderkeurmerk noemen.” Daarbij erkent Uljee wel de zorgen van Greenpeace over het risico van minder strenge eisen: “Doordat iedereen een stem heeft liggen er gevaren op de loer, maar het is aan ons om die te bewaken. Wij gaan niet akkoord met eisen die niet ambitieus zijn, dan zouden we ons eigen keurmerk om zeep helpen.” 

Op de vraag waarom het keurmerk ‘On the way to…’ PlanetProof heet, en niet PlanetProof, antwoordt Uljee kordaat: “Omdat het nooit PlanetProof zal worden. Het is een stip op de horizon, maar daar zijn we nog niet. Ons doel is om de productie in balans te brengen met wat de planeet aankan, maar dat kunnen we nu nog niet waarmaken.” Net als Greenpeace omschrijft Uljee het keurmerk als ‘een stap in de goede richting’.

Ons doel is om de productie in balans te brengen met wat de planeet aankan, maar dat kunnen we nu nog niet waarmaken

Wim Uljee, woordvoerder van PlanetProof

Toch zou Uljee PlanetProof niet willen omschrijven als ‘light’, een tussenkeurmerk. “Nee, dat geeft te weinig erkenning aan de inspanningen die telers en andere keurmerkhouders ervoor moeten doen. Het is echt niet appeltje eitje, want er moet veel gebeuren”, vertelt Uljee. “Het is een hele beweging, waarbij we met z’n allen bezig zijn om de landbouw stap voor stap te verduurzamen.” Uljee zegt dat het de ambitie is om het niveau jaarlijks te verhogen en de eisen steeds strenger te maken.

Hoewel PlanetProof minder strenge eisen lijkt te hebben dan het Eko-keurmerk voor biologische producten, klopt dat volgens Uljee niet. “Het is een heel andere benadering. PlanetProof zet bijvoorbeeld juist heel breed in en kijkt ook naar waterverbruik, verpakkingsmateriaal en dat de boer groene stroom gebruikt.” Hij zegt dat de twee keurmerken geen concurrenten zijn, maar elkaar juist aanvullen. “Voor biologisch is een vrij beperkte markt, dat werkt nog niet voor massaproductie. En met PlanetProof kunnen we nu al grote volumes verduurzamen.”

Rode kool PlanetProof
En die grote productie zien we bijvoorbeeld terug bij Hak, Nederlands bekendste producent van groentenconserven. Het bedrijf zegt al lange tijd bezig te zijn met duurzaamheid en daar met PlanetProof een volgende stap in te zetten. Adri den Dekker, directeur landbouwinkoop en duurzaamheid, omschrijft PlanetProof wél als een tussenkeurmerk. “Het zit eigenlijk tussen biologisch en gangbaar in”, zegt Den Dekker. “Maar de biologische teelt biedt nu onvoldoende grondstof voor een grootverbruiker als Hak. Daar zijn we nog niet aan toe.”

Volgens Den Dekker past PlanetProof nu het best bij HAK, omdat het keurmerk op een brede manier kijkt naar duurzame landbouw. “En het verscherpt elk jaar de eisen, dus we zetten ons streven naar duurzaamheid door. Dat zien we als verplichting als A-merk.”

Potje Hak Rode Kool

De rode kool van het bedrijf is sinds eind vorig jaar ‘On the way to…’ gecertificeerd. Dit jaar volgen o.a. de rode bieten, de zuurkool en de spruiten. In 2021 moeten dan ook de zomergroenten en de Nederlandse peulvruchten PlanetProof zijn. Maar dat gaat niet zomaar, het was volgens Den Dekker wel een uitdaging om te voldoen aan alle eisen van het keurmerk: “Niet alleen de teler moet gecertificeerd zijn, maar ook Hak als verwerker.” Zo moest er een milieucoördinator worden aangesteld, een controle op het gebruik van reinigingsmiddelen bekeken en werden alle heftrucks voorzien van een elektromotor.

Kosten
En wie dat allemaal betaalt? “Wij vergoeden nu de extra kosten die een boer moet maken om aan het keurmerk te voldoen”, vertelt Den Dekker. “Bij de rode kool gaat dat nu om zo’n tien procent van de prijs.” Maar niet alle producenten doen dit, vertelt Wim Uljee van PlanetProof. “In de vergoedingen spelen wij als keurmerk geen rol. Sommige partijen vergoeden de telers, sommige supermarkten bieden een afneemgarantie en soms draagt de boer de kosten helemaal zelf.”

Hoeveel de consument hiervan uiteindelijk gaat merken in de portemonnee is nog onduidelijk. Hak is daarover nog in gesprek met de supermarkten, maar de conservengigant heeft wel vertrouwen in de consument. “Wij denken dat onze klanten wel bereid zijn een paar cent extra te betalen voor een duurzaam geteeld product.”

Of dat ook zo is moet nog blijken, maar voor PlanetProof is niet de consument de drijvende kracht achter de verduurzaming, dat zijn de supermarkten. Uljee: “De supermarkten hebben nu de verantwoordelijkheid genomen om leveranciers te laten verduurzamen. Het idee is dat PlanetProof op den duur de gangbare producten gaat vervangen, waardoor de consument alleen nog hoeft te kiezen tussen PlanetProof of biologisch.”

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

Afgelopen week plaatste ik een poll in de Facebookgroep ‘Fietsen voor m’n eten – Westland’ om te onderzoeken waarom de leden van deze groep zo graag lokaal hun eten kopen. In deze en volgende columns verblijd ik je met de top 3 van de uitkomst van dit onderzoek.

Wat zijn de voordelen voor de consument, als je je eten lokaal koopt?

Op nummer 3: Er wordt minder plastic verbruikt

De (sociale) media staan er vol van: berichten over de plastic soep die onze natuur bedreigt. Plastic is natuurlijk een heel makkelijk product om eten en drinken in te vervoeren en langer te bewaren, maar we zijn er nogal in doorgeschoten. Dat wil zeggen: de gemakzucht van de consument en de verpakkingsindustrie die daarop inspeelt.

Uit de poll blijkt dat de consumenten die, net als ik meer zijn gaan fietsen voor hun lokale eten, dit onder andere doen omdat ze hiermee een bijdrage leveren aan de afname van onnodig plasticverbruik.

Wanneer boeren en telers rechtstreeks hun geproduceerde eten verkopen, worden één of meer schakels in de keten overgeslagen. De producten hoeven niet verpakt te worden om in de volgende schakels opnieuw (en opnieuw) in andere, bij het verkooppunt passende, verpakkingen gestopt te worden. Dat scheelt een hele berg verpakkingsmaterialen, meestal plastic.

Is papier en glas een goed alternatief?
Uit onderzoek blijkt dat ook papier en glas milieubelastende verpakkingsmaterialen zijn. Om papieren zakjes te maken, moeten tenslotte bomen gekapt worden. Om glas te maken, moet zand, soda en kalk samengesmolten worden en dit kost veel energie. In dit geval zijn statiegeldflessen van glas het minst milieubelastend. Ook wat papier en karton betreft, zijn we al ‘goed’ bezig omdat in Nederland 90% van de gebruikte verpakkingen uit gerecycled papier vandaan komt en de nieuwe houtvezels steeds vaker uit goed beheerde bossen. (Bron: Milieucentraal.nl)

Plastic blijft natuurlijk handig en hygiënisch materiaal, vooral bij vochtige en bederfelijke producten als vlees en gefermenteerde groenten, zoals zuurkool. De inzameling van plastic om deze te recyclen, is al een stap in de goede richting. Hoewel ook daarbij veel van de kwaliteit verloren gaat, door vreemde stoffen tussen het verzamelde plastic. De recycling van plastic is daarmee nog zeer arbeidsintensief en duur.

Nog minder plastic verbruiken
De meest voor de hand liggende oplossing is dus: hergebruik van nog bruikbare materialen. Door eigen zakjes en (bewaar)bakjes mee te nemen naar een verkooplocatie, kun je nog meer verbruik van plastic besparen. Zo kun je bijvoorbeeld wasbare en herbruikbare netjes kopen, meestal van gerecycled materiaal, waar je groenten en fruit in kunt vervoeren. Schone plastic en papieren zakjes, bakjes, eierdozen en glazen potjes en flesjes die meerdere malen te gebruiken zijn, kunnen bij de boerenwinkeltjes en tuindersschuren meestal weer ingeleverd worden, zodat ze opnieuw ingezet kunnen worden.

Milieuplein Marja
Het milieuplein van Huize Marja

Zelf heb ik een fietstas vol linnen reclametasjes bij me, die ik in het verleden her en der uitgedeeld heb gekregen. Hier kunnen prima mijn appels en bietjes, bloemkool, bospeen en andere heerlijke verse groenten en fruit in vervoerd worden.

Inmiddels heb ik een heus milieuplein in mijn schuur gemaakt, waar ik de nog bruikbare verpakkingsmaterialen verzamel, om ze bij de volgende fietstocht mee te nemen en in te leveren. Wat echt niet meer bruikbaar is, gaat naar de Plastic Hero-container en in de papierbak of glasbak.

Driedubbel trots
Laatst was ik bij een van de boerenschuren waar ik vaak verse groenten haal en toen zei de boerin trots: “Wij krijgen nu zoveel herbruikbare zakjes, dat we geen nieuwe zakken meer hoeven te gebruiken!”. Zij trots op zichzelf, ik trots op mijn eigen bijdrage. En trots op de leden van de Facebookgroep die daar aan meewerken.

Herbruikbare zakjes in de boerenschuur

Help je ook mee de afvalberg te verminderen door lokaal je eten te kopen en zakjes en bakjes opnieuw te gebruiken?

Verrassend
De andere voordelen waarom de leden in de Facebookgroep hun eten bij lokale boeren en tuinders kopen, die onder andere in de poll genoemd werden, waren te verwachten: eerlijke prijsstelling, (zelfs) goedkoper uit, meer beleving bij het eten en minder verspilling.

De voordelen die op nummer 2 en 1 zijn beland, komen aan bod in de volgende columns. Verrassend zijn ze, vooral de nummer 1. Maakt dit je nieuwsgierig genoeg om de voordelen in de tussentijd zelf te gaan ontdekken? Bezoek dan eens de aanbieders die zich bij De Kortste Weg hebben aangesloten en ontdek het zelf!

Blijf ook op de hoogte via de Kortste Weg Facebook groep of check Instagram of Twitter

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!