De Kortste Weg

Het gaat goed met Kievitamines, de Zuid-Hollandse leverancier van lokale biologische voedselpakketten. Zeer goed zelfs. Maar de 3.500 abonnees die de dienst nu heeft, is voor oprichter Sebastiaan Bos niet genoeg: “we gaan het overdragen”.

Wouter van Wijk

Bos begon allemaal 25 jaar geleden. “Toen ik klaar was met de tuinbouwschool, dacht ik: ik heb nu een diploma, hoe kom ik in godsnaam aan een plek? Toen vroeg een vriend van me, Maarten, of ik kon helpen bij zijn teeltbedrijfje. We zaten in een omgebouwde caravan met een stuk grond in Dwingeloo, in Drenthe. Het was koud en de eerste vijf jaar hadden we gewoon schrijnende armoede. We zaten op bijstandsniveau, maar wel 80 uur per week aan het werk!” 

Sebastiaan Bos

Ze hadden groenten over. Bos besloot een advertentie te zetten in Leiden, waar hij woonde. ‘Biologische groenten van eigen tuinderij, aan huis bezorgd, vraag de folder aan.’ Bos: “Dat speelde in 1996. Echt een andere tijd. Nog geen internet en bijna niemand kon verse biologische groenten thuisbezorgen.” Toch was de behoefte er zeker: “Veel meer mensen belden dan we verwacht hadden. We konden de vraag bijna niet aan!” Kievitamines was geboren.

Het was voor Bos ook een soort persoonlijke strijd: “Op de middelbare school had ik wel moeite om in het systeem aan te sluiten, ik onderpresteerde behoorlijk.” Wat hem op school in de weg zat, kwam juist van pas bij Kievitamines. “Laat mij mijn eigen systeem maar bouwen. Dat is een manier van werken die mij ligt.”

Bos deed het anders, en doet dat nog steeds: “Veel bedrijven werken nog steeds vanuit het land. Dan zie je vaak pakketten die mensen niet altijd willen. Ik ben begonnen met de klantenkring, daarna kwam het land pas. We denken veel meer vanuit een concept. We zijn niet zomaar het volgende voedsel-abonnement-bedrijf”

Despecialiseren

Zo wil Bos zich per se niet specialiseren: “We zijn een generalistisch bedrijf. We telen van alles. Vrijwel alle boerenbedrijven zijn tegenwoordig specialisten. Ze telen heel veel van hetzelfde. We staan daarom wel echt ver van de gemiddelde boer af. Ons concept zal ook weinig boeren aanspreken, die zijn meestal enorm gemechaniseerd en kunnen niet doen wat wij doen.” 

Juist het gebrek aan mechanisatie is voor hem een voordeel: “We zijn ontzettend lief voor de grond. Het bewerken doen we vooral met de hand. Met de grelinette bijvoorbeeld.” Dat is een soort hooivork waarmee je de grond diep kunt beluchten, zonder het leven onder de grond, zoals de wortels en wormen, te beschadigen.

Grondbewerken met de grelinette

“Bij ons zit er veel leven in de bodem, veel meer dan wanneer je er met een grote trekker over rijdt en zo alles plat stampt. Dat zie je ook aan de grond en de groenten en het komt terug in de resultaten van de bemonstering. Er zit veel meer leven in, veel meer micro-organismen dan in de meeste landbouwgrond. Daar heeft een bodem dan wel vulling, maar geen voeding. Wij kopen voor 1.000 euro aan gesteentemeel. Dat verdeel ik over het land. Met als resultaat meer mineralen in de grond en dus in de groente.”

Onafhankelijk

Kievitamines is ook niet afhankelijk van andere partijen. Erg belangrijk volgens Bos: “We telen niet voor de veiling, maar direct voor de consument. Dat merk je. Boerenkool wordt bijvoorbeeld meestal als hele grote plant geteeld. Dat past niet in ons pakket. Dus dat doen we niet.” Het voordeel is groot: “Bij ons duurt het maximaal twee dagen van land naar klant. Bij de normale logistiek duurt het zo een week.”

Kievitamines voedselpakket

De onafhankelijkheid biedt meer voordelen: “We hebben nu met een brandstofcrisis tot en met. Daar hebben wij weinig last van, we hebben het vanuit ons DNA op orde, want we zitten altijd tegen de bebouwde kom aan. We kiezen bewust dat onze klantenkring niet meer dan 25 kilometer om ons heen zit. Ik ken ook lokale bedrijven die landelijk willen werken. Dat willen wij niet.”

Toekomst

“We zijn wel iets aan het neerzetten dat je ook kunt overdragen. Dat wil ik op termijn ook. Het resultaat is nu al veel beter dan ik ooit heb gedacht!” Om Kievitamines echt uit te breiden, wil hij wel anders werken: “In de toekomst willen we klanten uitnodigen om te investeren. Dan krijg je een heel andere financiële kracht.” Hij hoopt op die manier het concept op veel meer plaatsen te kunnen uitvouwen. De tijd is er wel rijp voor. Crowd-funding is populair, zeker ook in de biologische teelt en de korte keten. “Ik wil echt een alternatief bieden voor al die verkokerde teeltvormen.”

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

Bezorgdiensten voor de dagelijkse boodschappen schieten als paddenstoelen uit de grond. Per fiets, elektrisch wagentje of bestelauto worden de spullen snel thuisbezorgd, maar is er in die moordende concurrentie wel plaats voor duurzaamheid en lokale producten? We peilden dat bij Picnic, Lokaal Ideaal, Bio Aan Huis en flitsbezorger Gorillas.

Kees Vermeer

Het resultaat? Wisselend. Alle diensten zeggen zo duurzaam mogelijk te willen werken, maar de praktijk is vaak weerbarstig. Al gaat er ook veel goed, omdat bezorgdiensten amper voorraad hoeven te houden. 

Zo vertelt Romke Spierdijk van Picnic dat de online supermarkt verspilling van versproducten tegengaat: bestellen kan tot tien uur ’s avonds, waarna precies het aantal bestelde producten wordt ingekocht bij de leveranciers. Die producten worden de volgende dag bij de klanten bezorgd. ‘Wij hebben geen voorraad van versproducten, maar bestellen alleen wat door de klant besteld is.’

Volgens Spierdijk heeft Picnic de hele keten van bestellen en bezorgen efficiënt opgezet. Bezorging gebeurt met de inmiddels bekende kleine elektrische wagentjes. ‘Het bezorgen gebeurt dus duurzaam. Het voorkomt bovendien, zoals geldt voor alle bezorgdiensten, dat mensen zelf regelmatig naar de supermarkt rijden voor hun boodschappen. We stellen de bezorgroutes efficiënt samen door leveringen voor meerdere adressen tegelijk mee te nemen. Klanten kiezen bij ons geen tijdslot, maar een tijdstip op een dag. Wij rijden vaste routes op vaste tijden. Dat is duurzamer en goedkoper. Daardoor heeft Picnic geen bezorgkosten.’

Shaula Tak

Elkaar helpen
Bij de lokale Zuid-Hollandse bezorgdienst Bio Aan Huis werkt het ook efficiënt, maar een stuk kleinschaliger. Bioboerin Shaula Tak zette de dienst ruim vijftien jaar geleden op omdat ze meer wilde dan alleen ‘boeren’ en wilde telen voor de lokale markt. De dienst bezorgt biologische groente- en fruitpakketten bij mensen in Zuid-Holland. ‘We rijden op vaste dagen een vaste route. De pakketten zijn gevuld met producten van onszelf en van collega-bioboeren. In de webwinkel kun je extra producten bijbestellen.’
Via netwerk- en kennisbijeenkomsten is er veel contact met collega’s in de regio. ‘Er komen steeds meer bioboeren, dus we kunnen de boxen steeds beter vullen met lokale producten. We werken sinds kort ook samen met Tuinderij Natuurluck in Zevenhuizen. Als zij eens een goede oogst hebben, kunnen we een deel van onze klanten postelein of andijvie geven. Zo kunnen we elkaar helpen.’

Shaula merkt dat klanten het aspect van duurzaamheid steeds belangrijker vinden. Zo hebben sommige klanten een beetje moeite met tropisch fruit in de fruitbox. ‘Dat bieden we wel aan, want je kunt de box niet vullen met alleen appels en peren. Maar voor mensen die alleen regionale producten willen eten, is dat wel een drempel. Dus daar moeten we een middenweg zoeken. Overigens is ook het tropische fruit honderd procent biologisch, en bovendien alleen vervoerd over de weg of het water. In de groentebox zit ook een rode paprika uit Spanje, maar dat komt omdat het in de winter hier te koud is om biologische paprika te telen.’

Efficiënt transport
Wat betreft vervoer wil Tak in de toekomst elektrisch gaan rijden, maar daarmee kan ze de afstand naar de klanten nu nog niet overbruggen. Het transport gaat wel zo efficiënt mogelijk: ‘We rijden volgens vaste routes en hebben in de loop der jaren de ideale maat bus gevonden.’

De groenten- en fruitpakketten worden bij de klant geleverd in kartonnen dozen. Ook daarmee let Tak op duurzaamheid. ‘Gaandeweg zijn we karton zo veel mogelijk gaan hergebruiken. Binnenkomende dozen gebruiken we voor extra bestellingen en voor grote groentepakketten. We gebruiken zo weinig mogelijk plastic en papier. Alleen tere producten zoals veldsla verpakken we in een plastic zakje. Komkommers uit Spanje zijn veelal nog wel geseald in plastic, maar we vragen steeds naar ongesealde producten en dan komen die ook wel. Klanten willen eveneens liever geen plastic meer. En in onze boerderijwinkel hebben we klanten via een flyer gevraagd of ze dat papieren zakje echt wel nodig hebben. Een papieren zakje wordt pas duurzamer dan een plastic zakje als je het vele malen hergebruikt. Ik zie dat mensen nu vaker eigen zakjes hergebruiken, of de gekochte producten meteen in de tas doen. Zo kunnen we het bewustzijn van mensen hierover vergroten.’

Maarten Zijlstra
Maarten Zijlstra

Relaxed bezorgen
De bezorging van Lokaal Ideaal, een platform voor lokale winkeliers, is volgens directeur Maarten Zijlstra efficiënt en daardoor duurzaam: ‘Als klant kun je in één keer bestellen bij alle winkels op het platform. Wij halen de bestellingen op met een elektrische bakfiets en bezorgen die op één moment bij de klant thuis.’ 

Er is wel oog voor duurzaamheid in vervoer: de huidige trend is om heel snel te bezorgen, maar Zijlstra ziet meer in ‘relaxed bezorgen’. ‘We kunnen dezelfde dag bezorgen als de bestelling op tijd wordt gedaan, maar we hoeven ons niet te haasten. Bovendien combineren we bestellingen, dus we gaan niet voor iedere order apart heen en weer. We weten dat fietspaden tegenwoordig erg vol zijn, en proberen onze impact daarop te beperken.’

De producten op het platform zijn niet altijd duurzaam, geeft Zijlstra toe: ‘Het gaat ons echt om de lokale winkeliers. Maar ik zie wel dat winkels zelf steeds duurzamer worden.’

Ambachtelijke producten
Minder relaxed zijn de flitsbezorgers van Gorillas, die binnen tien minuten de boodschappen per e-bike thuisbezorgen. Met veel geld van investeerders wierp de dienst zich onlangs in de markt. Gorillas levert zowel kleinere dagelijkse boodschappen als de wekelijkse, vertelt een woordvoerder van het bedrijf. En ook de wat lokalere producten: ‘Naast de bekende merken die je ook in de traditionele supermarkten vindt, hebben wij lokale fabrikanten met ambachtelijke producten. Bijvoorbeeld Meatless Farm, Oma’s Soep, Hessling Vlees, Bocca Coffee, Boeren van Amstel en lokale bakkerijen in de verschillende steden waar wij actief zijn. Wij geloven dat we met een vers en lokaal assortiment voldoen aan de vraag van zowel de consument als de lokale producenten.’

In de bedrijfsvoering van het bedrijf gaat alles elektronisch en papierloos, is snelle communicatie mogelijk en kunnen voorraden in de hubs goed worden afgestemd op de behoeften van een wijk. ‘Dat leidt tot een minimale verspilling van voedsel. In de strijd tegen voedselverspilling zijn wij bovendien aangesloten bij Too Good To Go.’

Flexibel
Picnic levert misschien minder snel, maar wel een uitgebreid assortiment bio-producten, waar volgens Spierdijk veel vraag naar is. Klanten kunnen aangeven als zij een product missen, waarna dat eventueel kan worden toegevoegd. En niet-gangbare producten worden uit het assortiment gehaald. ‘Zo is het aanbod flexibel. Voor een supermarkt is het veel ingewikkelder om bijvoorbeeld een nieuw product toe te voegen. Want dat moet dan in alle vestigingen verkrijgbaar zijn. En als het toch niet goed blijkt te lopen, blijft er dus veel van het product over.’

De dienst werkt ook met lokale producten, in samenwerking met lokale leveranciers. Voorbeelden zijn Sambal Bert in Amersfoort, worstenbroodjes in Breda, en bier van lokale brouwers. Spierdijk: ‘We bezorgen bovendien sinds 2019 eieren uit eigen stal: de Eitjes van Picnic. Die hebben 3 sterren van het Beter Leven keurmerk en hebben ook het keurmerk Planet Proof. De eitjes voldoen daarmee aan de hoogste normen voor dierenwelzijn en duurzaamheid. De Picnic-kippen scharrelen rond op een boerderij van Kipster in Ewijk.’

In het hele land staan boeren op hun achterste benen omdat er boerderijen uitgekocht dreigen te worden, al dan niet verplicht. Niet gek, gezien de impact en de soms dubieuze rol van de overheid. Maar er is een andere kant: een uitkoop kan ook positief uitpakken voor sommige boeren, zo blijkt bijvoorbeeld bij de Beijersche Schuur in Zuid-Holland.

Wouter van Wijk

Boerin en mede-eigenaar Yfke Boer vertelt: “We hadden weinig keuze toen de provincie Zuid-Holland bij ons aanklopte. Weggaan, meegaan of ermee stoppen. ‘We zien wel’, dachten we. Het waaide ook over. Maar we zagen ook wel dat er iets moest veranderen en wilden ook niet op dezelfde voet verder.” 

Yfke Boer – ‘Jaja, we doen onze naam eer aan!’

“Toen kwamen de provincie er weer mee. Een aantal jaar later, in 2010. Ze vroegen: willen jullie biologisch worden? Dat wilden we niet. Dan moet je vee loslopen, je moet veranderen. Je mag geen kunstmest gebruiken, waardoor alles minder hard groeit. Dan heb je voor dezelfde opbrengst weer meer land nodig.” 

Twee dochters, twee stukken land

“Maar toen kwamen onze dochters, die zeiden: we willen verder met het bedrijf. Ze zijn 30 en 28. Dat veranderde alles. We dachten: als zij het willen, dan wij ook. Dat hebben we aangegrepen om te veranderen. Zonder hen zou ons bedrijf stoppen.”

“Dus hebben we ons ingeschreven om er land bij te krijgen. Op Haastrecht. De boer die er zat is uitgekocht. Hij wilde tien jaar geleden niet meedoen en is weggegaan. Dat was niet leuk voor ze hoor! Ze hadden een melkveebedrijf. Hij zag niets in biologisch boeren en wilde op oude voet verder gaan. Ze zijn nu verhuisd naar een paar kilometer verderop. Op zich hebben ze mooi land nu en ze kunnen nu meer koeien melken. Maar hij is nog steeds boos.”

“De boerderij ernaast is ook uitgekocht. De provincie zat met die boerderijen in de maag. Na een beetje onderhandelen lukte het om het land erbij te pachten. We hebben het in gebruik en kunnen er maaien en droogvee kunnen brengen. Dat ging dus goed. Nu staat er een boerderij. Daar willen we graag de stal van gebruiken. “

“Want de ene dochter wil in Haastrecht verder. Ze gaat er jongvee opfokken. De ander blijft hier. Daarom willen we de boerderij die op dat land staat overnemen en land erbij huren.”

Otter moet settelen

“Maar goed, het is wel een heel andere manier van werken. Je moet een natuurinrichtingsplan maken. Daar kijkt dan een ecoloog naar. Je moet het met die ecoloog eens zijn, en de ecoloog met jou. Dat is wel gedoe, maar ook wel mooi.”

“Er loopt zo’n ecologische lijn door het land heen, vanuit Reeuwijk en dan door naar Bilwijk toe. De dieren moeten zelfs onder de provinciale weg door kunnen. Zo moet de otter zich hier kunnen settelen. Die willen ze graag hierheen krijgen. En andere soorten vogels en vissen. Zo moesten we de walkant afgraven, omdat de waterhuishouding anders moet.”

Yfke en Marinda leggen uit hoe ze overstappen op ‘natuurlijk boeren’

“De insteek is heel anders. We werken aan kruidenrijk grasland en stroken natuur. De sloten worden vergroot, waardoor een deel van je land moeras-achtig wordt en er meer riet kan groeien. Zo ben je op een heel andere manier met de natuur bezig dan wij al die jaren hebben gedaan. Je gaat ook deels terug in de tijd! Dat maakt het ook interessant.”

“Aan de andere kant moet je voor biologisch boeren ook een heleboel doen en laten. De natuur inrichten, geen kunstmest, bestrijdingsmiddelen. Dat kost geld. En je moet duurder inkopen. Voer bijvoorbeeld. Daar moet ook wat tegenover staan. Ik hoop dat consumenten en supermarkten zich dat ook beseffen.”

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

Streekproducten zijn populair. Komt er daardoor nu meer lokaal aanbod in supermarkten? Het lijkt zo logisch dat je er niet over na hoeft te denken. Toch is het minder eenvoudig dan het lijkt: “We zitten met ons allen gevangen in een ingewikkeld systeem.”

Kees Vermeer

Dat blijkt uit een belronde van De Kortste Weg langs lokale supers. Eigenaren van de supermarkten blijken met verschillende problemen te maken te krijgen: Wat is lokaal? Wat wil de supermarktketen waar je onderdeel van bent? Zijn er wel aanbieders van lokale producten? En welke producten wil je wel of niet opnemen?

Zo kijkt franchisenemer Gerrit de Jong van Coop in Stolwijk er positief naar, maar loopt hij soms tegen beperkingen aan. Hij zoekt altijd naar lokale leveranciers: “In onze winkel is ruimte voor de verkoop van hun producten. Voor een bedrijfsleider van een keten-supermarkt is dat vaak lastiger. Maar ik ben zelfstandig ondernemer en heb veel vrijheid om te bepalen wat ik in de winkel verkoop.”

Cranberry’s uit de Krimpenerwaard

Leveranciers verdwenen
Toch plaatst De Jong meteen enkele kanttekeningen. Ten eerste moeten er lokale leveranciers zijn. Rond Stolwijk waren er vroeger tien tot vijftien tuinders, maar die zijn vrijwel allemaal weg. “Tien jaar geleden haalde ik mijn komkommers hier in de buurt, maar dat kan niet meer. Telers en boeren moeten op steeds grotere schaal gaan werken om nog mee te tellen en rond te komen. Daardoor verdwijnen veel kleine leveranciers. En kunnen wij steeds minder lokaal kopen, hoe graag we dat ook willen.”

Te strenge regels
Een tweede knelpunt is de strenge en uitgebreide regelgeving voor leveranciers. De Jong noemt een voorbeeld: “Een lokaal melk- en pluimveebedrijf levert eieren aan ons, die we Stolweitjes noemen. Ik heb dat samen met die boer opgezet en de eieren zijn populair. Maar hij moet aan heel veel eisen voldoen en allerlei certificaten behalen om aan een supermarkt te kunnen leveren. En dat geldt voor alle leveranciers. Op zich wel begrijpelijk want producten moeten veilig zijn. Maar de strenge regelgeving bemoeilijkt de levering. Supermarkten staan daardoor niet altijd te trappelen om lokale producten te verkopen, mede omdat zij aansprakelijk kunnen zijn als er iets fout gaat.”

Bijna onmogelijk
Volgens De Jong ervaart de hele voedingssector hinder van de strikte wet- en regelgeving. De regels van verschillende instanties spreken elkaar soms zelfs tegen: “Zo moeten we van de Voedsel- en Waren Autoriteit vlees verwerken bij een bepaalde temperatuur. Terwijl de arbodienst zegt dat de medewerkers niet bij die temperatuur mogen werken. Allerlei adviserende partijen bedenken heel veel regels, waardoor nieuwe initiatieven bijna onmogelijk worden. We zitten met ons allen gevangen in een ingewikkeld systeem.”

Dat laatste nekt sommige initiatieven. Zoals recent De Proefschuur, een samenwerkingsverband van 52 boeren en tuinders op Voorne-Putten. Zij wilden hun streekproducten in de supermarkt verkopen, maar liepen daar aan tegen geautomatiseerde inkoop, logistiek via algoritmes, ‘doorgeslagen’ efficiëntie en grote concurrentie op prijs. Het initiatief startte in 2017 maar stopte noodgedwongen al na twee jaar.

Kruidenbotermix van Eetcafé ‘t Centrum

‘Lokale pareltjes’
Toch is De Jong continu op zoek naar ‘lokale pareltjes’, zoals hij ze noemt. Samen met een eetcafé verkoopt hij droge mixen voor kruidenboter, er is een lokale leverancier voor vleeswaren en ook met een bakker ‘om de hoek’ zoekt hij samenwerking. Maar dan nog: veel consumenten letten sterk op de prijs van producten. “Zeker nu alles duurder wordt. Wij hebben in de supermarkt een hoek met biologische producten, maar de doorstroming is eigenlijk te laag om dat goed voor elkaar te hebben.”

Vanwege het ontbreken van lokale leveranciers wil De Jong wel op grotere afstand gaan zoeken, maar dan gaan het vervoer en CO2-uitstoot meespelen. “Bovendien is dan het lokale gevoel bij de consument minder. Daarnaast moet een medewerker op pad, terwijl personeel momenteel schaars is. Onze goede wil is er wel, maar het is een complex verhaal.”

Twee kanten op
Biowinkel Gouda verkoopt enkele producten van lokale biologische producenten, vertelt eigenaar Céline Brugman. Al vanaf 1994 werkt zij samen met een tuinder in Zevenhuizen, voor wie zij destijds het eerste verkooppunt in Gouda was. “Verder werken we samen met twee kaasboeren. Een daarvan is een geitenboerderij, die ook kefir levert. En sinds kort eieren. Hij is namelijk ook kippen gaan houden, juist omdat hij wist dat wij zijn eieren gingen verkopen. Samenwerking werkt dus twee kanten op.”
Door corona zijn consumenten meer gaan nadenken over voedselproductie, merkt Brugman. “Ik hoop dat we dat kunnen vasthouden. We zijn ons gaan realiseren dat we producten over de hele wereld slepen. Wij verkopen zo’n zesduizend biologische producten, met voorkeur voor seizoensproducten van Hollandse bodem. Biologische groothandels kopen weliswaar ook buitenlandse producten, maar wel met zo klein mogelijke voetafdruk.”

Geen formule
Rond Gouda zijn er slechts een beperkt aantal biologische producenten. Zodra er een bijkomt, zoekt Brugman zo snel mogelijk contact. “Ik werk zelfstandig en heb de vrijheid om dat zelf te beslissen. Ik werk wel samen met groothandels, omdat die veel expertise hebben over bijvoorbeeld logistiek of automatisering. Maar ik ben niet gebonden aan een formule. Dat vind ik erg prettig. Ik ga bijvoorbeeld wel eens naar vrienden in Italië, waar ik dan ook biologische boeren bezoek. Soms neem ik producten mee van kleine lokale bedrijven om die in mijn winkel te verkopen. Ik zie dat mijn klanten dat erg leuk vinden.”

Herkenbaarheid
Ook Ekoplaza heeft voorkeur voor producten uit Nederland, vertelt franchisenemer Rina van der Stok van Ekoplaza Delft. Zij kan zelf op zoek gaan naar biologische boeren en telers in de omgeving en samenwerking aangaan. “Ik ben daar groot voorstander van. Want daar kunnen wij en ook de klanten op bezoek gaan. Dat geeft binding en herkenbaarheid, en onze medewerkers kunnen in de winkel dan ook informatie geven over een product. In alle productgroepen hebben we in de winkel regionale producten. Bijvoorbeeld vlees en brood van Hoeve Biesland, bloemen uit Zevenhuizen, kaas uit Zoeterwoude, Hollands wild uit de Hoekse Waard, meel van een Schiedamse molen en paddenstoelen van Rotterzwam. We geven die producten een prominente plek in de winkel.”

Stolwijkse sperziebonen

Vervoer
Een knelpunt is echter de logistiek: Ekoplaza heeft geen mogelijkheid om producten zelf te halen. Want daarvoor is een koelwagen nodig die aan kwaliteitseisen voldoet, en die is er niet. “Dus we zijn afhankelijk van levering, waarbij we wel meteen veel afnemen. Gelukkig levert bijvoorbeeld Hoeve Biesland ook aan restaurants, dan kunnen ze meteen langs ons rijden. Maar vervoer is een belangrijk aspect in het geheel. We streven naar korte ketens, maar iemand moet kilometers maken. Dat vind ik een dilemma. We halen niet van ver als het niet nodig is.”

Groene Hart
Supermarktketen Hoogvliet richt zich eveneens op streekproducten, vertelt marketing manager Anneke van Kempen. De roots van de supermarkt liggen in het Groene Hart en zo’n tien jaar geleden is Hoogvliet in alle filialen producten uit deze streek gaan verkopen. “We werken samen met de Groene Hart Coöperatie van boeren uit deze regio. Inmiddels hebben we onder de naam STREEK ruim veertig producten in onze winkels, zoals kaas, zuivel, groenten, vlees, fruit en brood. Alles duurzaam geproduceerd in het Groene Hart, dus van Hollandse bodem. Regelmatig worden nieuwe producten toegevoegd, zoals recent STREEK roomboter. Ook is het vlees-assortiment uitgebreid.”

Waardevol
Klanten vinden het belangrijk dat streekproducten aanwezig zijn in de supermarkt, merkt Van Kempen: “Die producten staan voor lekker en gezond, maar ook voor verantwoord en duurzaam. De STREEK-producten worden goed verkocht. Dat is dus goed voor de klant, voor de boer en voor ons. Het aanbod is wisselend qua seizoen en in de meeste filialen gelijk. Met STREEK hebben we een mooie samenwerking met de boeren uit de regio. In deze tijd is dat bijzonder en waardevol.”

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

Na een zeer succesvolle crowdfunding-actie opende Rechtstreex, de Zuid-Hollandse voedselcommunity, deze week een distributiecentrum in Den Haag. Tijd voor een gesprek met oprichter Maarten Bouten.

Wouter van Wijk

Maarten Bouten van Rechtstreex

Gefeliciteerd met de opening! Bij de crowdfunding haalden jullie supersnel, in een halve dag 100.000 euro op. Dat was gelijk het maximale bedrag. Het streefbedrag was 50.000. Wat hebben jullie nu extra gedaan?

Het verschil zit hem in de uitvoering van het distributiecentrum. Heel klein of echt goed. Met het minimale bedrag konden we heel klein beginnen en dat uitbouwen. Met dit succes hebben we het helemaal kunnen inrichten zoals we wilden. Zo kunnen we mensen nog beter bedienen.

Een vliegende start dus. Kunnen jullie hiermee beter concurreren met bijvoorbeeld supermarkten en maaltijdboxen?

Die concurrentie valt wel mee. Je hebt veel types consumenten. Sommigen gaan voor lage prijzen en komen bij de goedkope supermarkt terecht. Anderen kiezen voor gemak en bestellen een complete maaltijdbox met afgepaste hoeveelheden en een recept. Weer anderen vinden duurzaamheid, milieu en lokaal voedsel belangrijk. Dat zijn natuurlijk de mensen waar wij ons op richten.

Waar maken jullie het verschil?

Bij ons kun je vrij je boodschappen doen, net als bij anderen, maar dan met producten van boeren uit je eigen regio. Waarbij je kunt zien waar het gemaakt is en door wie. Dat vinden steeds meer mensen belangrijk. Daarbij is het niet alleen een distributiesysteem, maar ook een sociaal systeem. We hebben zo’n 1.000 producten. Die zijn niet anoniem zoals in de supermarkt, maar je kunt degene die het verbouwd of gemaakt heeft aanspreken en vragen stellen. Dat is nogal een verschil.

Zeker. En de andere kant? Wat doet Rechtstreex voor de producent?

We betalen een eerlijke prijs aan de boer. We knijpen ze niet uit, om het telkens weer een klein beetje goedkoper te krijgen. In de supermarkt gaat 4 tot 40 cent van iedere euro naar de producent of de boer, een beetje afhankelijk van het product. Bij ons is dat 56 cent, gemiddeld.

Dat is nogal een verschil. 

Jawel. Maar ik wil ook niet gelijk populistisch doen tegenover supermarkten. Dat is te gemakkelijk. Bij ons is het anders. We kopen niet in een keer een grote partij op. Niet per vrachtwagen, maar per kratje. Dat moet je als boer ook willen. Sommigen willen zoveel mogelijk produceren, anderen vinden het letterlijk leuker om met ons te werken. Dat kost ze wel meer werk, maar is ook meer waard. Als je als boer meer zelf doet, krijg je ook meer.

Heeft jullie initiatief ook invloed op supermarkten, denk je?

Ach, wij zijn natuurlijk een hele kleine speler. Ik kan me wel voorstellen dat we een voorbeeld kunnen zijn voor anderen, inspiratie bieden. Het voedselsysteem is natuurlijk enorm gecentraliseerd en grootschalig. Dat kan zeker veranderen. Wie weet duwen wij het een klein beetje in die richting. Ooit hadden we ook het idee om onze producten in de supermarkt te leggen, maar uiteindelijk hebben we gekozen voor één ambitie, deze. Dat werkt goed. Maar wie weet doen we ooit nog iets in die richting.

Met al dat succes rijst natuurlijk de vraag: wat brengt de toekomst voor Rechtstreex? Uitbreiden naar andere regio’s?

Dat willen we zeker wel, maar niet te overhaast. We groeien nu met dertig procent per jaar, dat is prachtig. Toen we begonnen wilde ik alles in de wereld even veranderen. Dat werkt natuurlijk niet. Nu zijn we doelgerichter geworden, realistische ook. We doen niet meer alles tegelijk, maar juist één voor één. Dat is al uitdaging genoeg!

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

Lokaal voedsel, uit de korte keten, zit in de lift. Dat bleek onlangs uit de monitor Korte Ketens van Wageningen University & Research. Die groei leidt tot bijzondere projecten in heel Nederland. Je ziet steeds meer projecten, allianties, coöperaties en andere initiatieven waarin boeren, afnemers, bedrijven en overheden samenwerken om streekproducten te verkopen en te promoten. Een overzicht.

Kees Vermeer

Volgens de monitor Korte Ketens is verkoop via korte ketens tussen 2017 en 2020 met 26% gestegen. De monitor is berekend tot april 2020, dus het volledige effect van Covid-19 is niet verwerkt. Op 1 april 2020 waren er in het hele land ruim 7.200 agrarische bedrijven die (een deel van) hun voedsel- en sierteeltproducten afzetten via een korte keten. De meeste van die bedrijven bevinden zich in de provincies Noord-Brabant, Gelderland en Zuid-Holland. Korte ketens zijn er vooral bij bedrijven met een biologische werkwijze (39%). Voor bedrijven met gangbare productiesystemen is dat 13%.

Volgens de definitie loopt verkoop in de korte keten via maximaal één tussenschakel, maar bijna de helft van de bedrijven verkoopt uitsluitend rechtstreeks aan de consument. De bedrijven met een afzet via de korte keten vertegenwoordigen 13,7 procent van alle agrarische bedrijven. Het aandeel korteketenbedrijven is het hoogst voor de melkveehouderij, fruitteelt en glastuinbouw. 

Dealmaker, alliantie en coöperaties

Overheden en andere organisaties proberen de korte keten steeds meer te promoten. Daarvoor heeft iedere organisatie zijn eigen insteek. De één richt een coöperatie op, de ander een alliantie. In de provincie Overijssel loopt zelfs een ‘dealmaker’ rond die lokaal voedsel promoot. Hij koppelt voedselproducenten aan gemeenten, bedrijven en instellingen om zo de korte keten te versterken. De doelstelling is om nog dit jaar twintig deals te sluiten tussen voedselproducenten en partijen als overheden, scholen en zorginstellingen. Zowel boeren als organisaties kunnen dealmaker Koen Olde Hanter benaderen en de eerste deals zijn zo goed als rond. 

Aanstreekelijk 

Olde Hanter is ook initiatiefnemer van Aanstreekelijk voor de promotie en verkoop van Twentse streekproducten. Korte ketens zijn een middel om tot duurzamere en eerlijkere landbouw te komen, vertelt hij in een interview op Nieuweoogst.nl. Dat hoeft volgens hem niet heel ingewikkeld te zijn: “Begin als gemeente of bedrijf eens met een schaal appels uit de streek bij de receptie. Met zulke kleine dingen geef je al een belangrijk signaal af. Het is onverkoopbaar als gemeenten producten van eigen bodem geen podium geven in het gemeentehuis of de kantine.”

Alliantie Flevoland

In Flevoland is in juni een regionale alliantie van start gegaan om Flevolanders meer voedsel van dichtbij te leveren. De alliantie bestaat uit Vereniging Flevofood, gemeente Almere, Rabobank Almere, Horizon Flevoland, Voedsel Verbindt en de provincie Flevoland. Samen gaan zij ondernemers ondersteunen bij het oprichten van een korte voedselketen.

Vereniging Flevofood kreeg vorig jaar vanwege de coronacrisis al een flinke impuls met de verkoop van de voedselbox Flevour Box. Al snel leverden ze enige honderden boxen per week bij consumenten af. Doel van de vereniging is om met partijen uit de hele voedselketen de regionale voedselafzet te stimuleren. Dat doet Flevofood ook door producten aan de stichting Boeren voor Buren te leveren, dat afgelopen jaar in de regio Amsterdam is opgezet om boeren te verbinden met ‘Amsterdammers met een kleine portemonnee’.

Andere initiatieven in Flevoland zijn Eetsmakelijk (ketensamenwerking tussen boeren en restaurants), Zonnespelt (producten van peulvruchten), Zonnegoed (ketensamenwerking voor veganistische groenten) en Studio Daagsch (ontwikkelt een regiomerk voor lokaal voedsel). Deze initiatieven werken sinds kort samen in het Ondernemersprogramma Versterking Korte Voedselketen Flevoland.

Zeker Zeeuws

In Zeeland bestaat sinds 2017 de Ondernemerscoöperatie Zeker Zeeuws, met boeren, vissers, telers en kwekers die Zeeuwse producten promoten en verkopen. Die producten hebben het streekkeurmerk Zeker Zeeuws Streekproduct. De Zeeuwse ondernemers, inmiddels zo’n veertig, werken volop samen. Zo maakt krokettenproducent Ambachterie kaaskroketten met restanten van kaasboerderij Schellach, en kroketten met lamsvlees van Vleesschouwer Verburg. Zeeuwse Pasta wordt gemaakt met eieren van Sturm Zeeuwse eieren, en tomatensap van Mary V met gedroogde zeekraal van Zeeuws Zilt. Ook in de logistiek wordt samengewerkt aan korte en efficiënte vervoersmogelijkheden.

Regio Deurne

In Noord-Brabant startten vier ondernemers in de regio Deurne in 2019 de Coöperatie Leegveld. Zij hebben alle vier een onderneming in het Leegveld, een gebied ten westen van de Deurnsche Peel. Producten worden verkocht bij onder andere Natuurpoort De Peel. Bijvoorbeeld cheesecake, yoghurt en kaas van een Deurns melkveebedrijf dat zelf een melktap heeft met verse koeienmelk. Een andere ondernemer is een fruit- en bomenteler met een tuin met eetbare planten en bessen. Van de bessen wordt bier gebrouwen en de teler heeft tevens het eerste Leegveldse bijenvolk waarvan hij honing verkoopt.

Midden-Delfland

In Midden-Delfland in Zuid-Holland hebben boeren en telers zich verenigd in coöperatie Heerlijk van Dichtbij. De afgelopen maanden hebben zes nieuwe ondernemers zich bij de coöperatie aangesloten. De deelnemers boeren, telen en produceren duurzaam, lokaal en kleinschalig, met zorg en aandacht voor hun land, dieren, weidevogels en de natuur. De coöperatie haalde recent het nieuws door enkele streekproducten met een drone te vervoeren naar de binnenstad van Delft. De actie onderstreepte het belang van duurzame distributie van het platteland naar de stad. De coöperatie wil streekproducten voor iedereen beschikbaar maken via horeca en winkels in de buurt, en het aantal verkooplocaties in de stad uitbreiden. 

Lokale producten vinden

Veel mooie initiatieven dus in het hele land. Maar hoe vind je al die lokale producten en aanbieders? Gelukkig is ook daarvoor iets ontwikkeld: de website Lokaalwijzer.nl. Zoeken kan op product, categorie, plaats of provincie. De website laat zien welke producten worden aangeboden en geeft informatie over openingstijden en de aanbieders. En het is mogelijk om ervaringen te delen. 

Verdere groei

Gemma Tacken

Zitten de organisaties op de goede weg? Volgens onderzoeker Gemma Tacken (Wageningen Economic Research), die aan het rapport meeschreef, wel. Het is het vooral van belang dat leveranciers hun processen professionaliseren, denkt ze. “Boerderijwinkels zijn populair bij de bevolking. Maar die kosten boeren over het algemeen veel tijd. De vraag is dan wat het rendement is van zo’n winkel. Een volgende stap kan zijn om aan lokale horeca of supermarkten te gaan leveren. Maar de processen daaromheen zijn heel strak georganiseerd, met name bij supermarkten. Die stellen scherpe eisen aan leveranciers, waaraan ook korte keten leveranciers moeten voldoen.”

Veel belangstelling

Boeren moeten daar dus iets op bedenken. Bijvoorbeeld regionale samenwerking in boerschappen als tussenpartij tussen boeren en afnemers. “Daarmee kunnen lokale initiatieven op het professioneel niveau komen dat afnemers verwachten. Maar oplossingen verschillen per regio en per productgroep. Sommige producten zijn al vrijwel klaar voor verkoop aan consumenten, andere zoals vlees hebben eerst nog verwerking nodig.”

Volgens Tacken hebben zowel afnemers als leveranciers belangstelling voor meer korte ketens. “Veel boeren willen het, hebben er plezier in en zien nieuwe mogelijkheden. Als producten van een boer herkenbaar zijn in een supermarkt of restaurant, geeft dat veel ondernemers voldoening en biedt het kansen voor marktgroei. Het is een mooie manier om in contact te komen met consumenten, zoals vroeger heel normaal was.”

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

Lokaal en gezond eten met een klein budget, is dat mogelijk? ‘Jazeker!’, zeggen ervaringsdeskundige Simone van Engelsdorp en Arike Mijnlieff van Voedselfamilie Krimpenerwaard. Van Engelsdorp weet met een minimuminkomen gezonde maaltijden op tafel te zetten met verse producten van plaatselijke producenten. Samen zetten de dames zich in om mensen met een lager inkomen te inspireren om voor lokale producten te kiezen.

Ilona de Ruijter

Van Engelsdorp en Mijnlieff willen laten zien dat je met een klein budget een groot verschil kan maken voor je eigen gezondheid én een gezondere samenleving. Dit kan, omdat ze mensen met een lager inkomen echt willen verbinden aan producenten van gezond en lokaal voedsel. Het voorlichtingsprogramma ‘Kies voor het Maximum met een Minimum’ bevindt zich nu in de startfase.

“De Voedselfamilie Krimpenerwaard werkt aan brede bewustwording van gezond, duurzaam en betaalbaar eten uit de regio. Dat is niet alleen belangrijk voor onze gezondheid, maar ook die van de bodem en de lokale economie. Zo blijft de natuur in de toekomst voor onze kinderen bewaard en kan zij hen blijven voeden”, vertelt initiatiefnemer en kwartiermaker van de Voedselfamilie Krimpenerwaard Mijnlieff.

Simone en Arike met lokale seizoensproducten bij een afhaalpunt van Rechtstreex

‘Dat kan ik niet betalen’
Helaas zijn lokale, biologische producten over het algemeen duurder dan die uit de supermarkt. “Als je tegen mensen met een laag inkomen zegt dat het beter is om biologisch te eten, is hun antwoord steevast: ‘Dat kan ik niet betalen’. Maar dat betekent niet dat het onmogelijk is. Met een klein budget maak je keuzes in eerste instantie met je portemonnee en zoek je de goedkoopste producten: vaak bewerkte en minder gezonde opties. 

Ik wil mensen laten zien dat het mogelijk is met een kleine beurs toch lokaal en gezond te eten”, licht Van Engelsdorp haar motivatie toe. 

“Bij Rechtstreex is de biologische variant soms goedkoper dan het gangbare product in de supermarkt”

Simone van Engelsdorp

Van Engelsdorp koopt haar groenten bij Rechtstreex. “Daar is de biologische variant soms goedkoper dan het gangbare product in de supermarkt. Bijvoorbeeld de uien en spitskool. Seizoensgroenten zijn sowieso een stuk betaalbaarder én beter voor het milieu. Ik vind dat mijn gezondheid dat waard is.” Maar ze wil het niet makkelijker laten lijken dan het is: haar minimumloon is niet toereikend om uitsluitend producten uit de korte keten te kopen. “Het hoeft ook niet perfect. Als je drie dagen per week gezonde en lokale producten eet, dan is dat al winst voor je gezondheid en het milieu.”

Eet alles op
Hoe Engelsdorp het betaalbaar en leuk maakt om met haar minimum inkomen lokale seizoensproducten te kopen? Door alles op te eten! Vanzelfsprekend gooit zij geen kliekjes weg. Maar ook van groenten kun je zoveel meer eten dan de meeste mensen weten. “Neem een bloemkool; over het algemeen worden alleen de roosjes gegeten. De stronk vinden veel mensen niet lekker, maar die smaakt goed in een gepureerde soep. En de bladeren zijn heerlijk als je ze frituurt, verrassend hè?”, straalt Van Engelsdorp.

Natuurlijk kost die lokaal geteelde bloemkool meer dan eentje uit de supermarkt. “Maar dan weet je dat je een onbespoten bloemkool eet waarmee je lokale ondernemers steunt. Door meerdere dagen elk deel van die bloemkool te eten, bespaar je uiteindelijk geld en ben je onderaan de streep niet per se meer geld kwijt. Ik ben een overzicht aan het maken van betaalbare seizoensgroenten en hoe je de verschillende delen van die groenten kan verwerken. Daarmee wil ik mensen handvaten geven.”

Mensen bereiken
Om zoveel mogelijk mensen met een kleine beurs in de Krimpenerwaard te bereiken is Mijnlieff in gesprek met een woningcorporatie in de regio. “Mensen met een klein inkomen wonen over het algemeen niet in de dorpen op het platteland, maar in een huurwoning in de steden. Met hulp van woningcorporaties kunnen we onze doelgroep dus in één klap bereiken.” 

Van Engelsdorp wil binnen de voorlichtingscampagne demonstraties en kookworkshops gaan organiseren om mensen met een klein budget kennis te laten maken met lokale seizoensproducten. “Als je je eenmaal bewust bent van de mogelijkheden, kan je er creatief mee omgaan. Ik maak bijvoorbeeld mijn eigen bouillon van groenteafsnijdsels en vleesbotjes. En aan het einde van de week maak ik van alle overgebleven groenten een Spaanse tortilla, pizza of soep. Dat wil ik anderen ook leren.”

En er zijn nog zoveel meer mogelijkheden om met een klein budget toch gezond en lokaal te eten. “Bijvoorbeeld eten uit de berm”, vertelt Mijnlieff, “Dat is zelfs gratis. Maar je moet wel weten wat je plukt.” Ook het project Fietsen voor m’n Eten is heel budgetvriendelijk. “Dan kan je bij tuinders verse groente en fruit kopen en soms zelf gratis ophalen. Dat is win-win voor je gezondheid: je bent in beweging én koopt gezond en lokaal voedsel.”

Uiteraard zal niet iedereen met een klein budget geïnteresseerd zijn: “Er zijn helaas mensen die gezonde voeding niet belangrijk vinden. Maar ik wil de mensen die wél geïnteresseerd zijn bij de hand nemen en ideeën aanreiken. Het raakt mij dat gezonde voeding zo ontoegankelijk lijkt, want uiteindelijk is een goede gezondheid je grootste rijkdom”, besluit Van Engelsdorp. 

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

Hoewel de provincie Zuid-Holland zich al vijf jaar inzet voor lokaal en duurzaam voedsel in haar eigen restaurants en catering, is het niet erg opgeschoten. Uit een recent onderzoek door Greendish blijkt dat slechts tien procent van de in het provinciehuis genuttigde voedingswaren inmiddels lokaal is geproduceerd. De provincie zelf hanteert een andere rekenmethode en houdt het aandeel van lokaal voedsel op 23,7 procent. De kortste weg is niet voor iedereen dezelfde.

Sebastiaan Grosscurt

Al sinds 2016 zet de provincie zich in voor een korte keten en gebruikt campagnes als ‘Zet je tanden in Zuid-Holland’ en de ‘80/20 challenge’ (tien dagen lang 80 procent van je eten uit Zuid-Holland halen) voor de publieke bewustwording van lokaal eten. Ook buiten het provinciehuis hingen deze grote posters in een campagne. Toch is het voor de provincie erg moeilijk om concreet de daad bij het woord te voegen: in haar eigen bedrijfsrestaurants wordt voornamelijk niet-lokaal eten aangeboden. 

Maar 10 procent lokaal

Uit de cijfers van Greendish blijkt de provincie in haar eigen restaurants en catering maar 21 procent in Nederland geproduceerd voedsel te serveren, waarvan 11 procent regionaal en 10 procent lokaal. Het gemiddelde aandeel van regionaal voedsel in Nederlandse overheidslocaties ligt hier met acht procent net onder. Andere locaties hebben wel een groter aandeel Nederlandse producten, namelijk 34 procent.

Lokaal voedsel neemt een steeds groter deel van ons dieet in, een trend die lokale boeren steunt en de milieu-impact van voedsel drastisch kan verlagen.

Promotie voor lokale producten op de gevel van het provinciehuis

Producten worden als lokaal beschouwd wanneer deze regionaal zijn en geleverd zijn met een ketenlengte van één schakel of korter, waarbij de producten dus direct geleverd worden door de producent, of in een korte keten met maximaal één tussenhandelaar. Regionaal betekent in dit geval niet uitsluitend Zuid-Holland. Het bestrijkt een gebied binnen een straal van 50 kilometer van het provinciehuis, waar Amsterdam en Utrecht net buiten vallen. 

Nog veel lange ketens

Wat betreft ketenlengte ligt de catering van provincie Zuid-Holland iets achter op andere overheden. Waar 15 procent van de producten met één of minder schakels in de voedselketen op het bord van de gemiddelde beleidsmedewerker valt, is dit 11 procent voor de medewerkers van provincie Zuid-Holland en geldt dit vooral voor graanproducten, aardappelen en snacks. 

Opvallend is wel het aandeel seizoensgroenten uit volle grond, producten waarin Zuid-Hollandse boeren natuurlijk uitblinken, wat met 61 procent drie maal hoger ligt dan het landelijk gemiddelde.

Daarbij weet de provincie van alle aangeboden producten of ze op het moment van aanbieden in seizoen zijn en heeft een goed beeld van de fruit- en groentekalender. Dit is belangrijk voor vergroening, omdat Nederlandse en regionale producten niet direct beter voor het milieu zijn, maar het seizoen en de teeltwijze ook een belangrijke rol spelen. 

Andere cijfers door meetverschillen

Willy de Zoete

Gedeputeerde Willy de Zoete bekijkt de cijfers uit het onderzoek met een iets ander oog. Ze ziet een wezenlijk verschil tussen het beleid rondom ‘Zet je tanden in Zuid-Holland’ en de rekenmethode van Greendish. “Dit gaat uit van de inkoopcijfers op basis van een volledige maand inkoop voor de keuken in het provinciehuis. Hierbij is een selectie gemaakt van honderd producten, niet het volledige gamma, met een hoge omzetsnelheid en bestelfrequentie. De rekenmethodiek en analyse van Greendish is bovendien enkele malen aangepast omdat het verzoek tot deelname viel in coronatijd en voor de provincie zodoende geen juiste afspiegeling konden vormen.” 

Hoewel Greendish 13.000 producten verspreid over 17 overheidslocaties traceerde, meent De Zoete meent dat de bevindingen niet vergelijkbaar zijn met werkelijke aandeel van lokaal voedsel. Dat schat de provincie zelf op 23,7 procent. Het verschil met de 10 procent lokale producten dat Greendish becijferde wordt ook gezocht in niet meegerekende evenementen, waaronder bedrijfslunches, kerstmarkten en online bestellingen, die buiten het dagelijkse aanbod vallen en worden gefaciliteerd door lokale leveranciers. 

Een lange weg voor korte ketens

Hoe en of het verschil in aangeboden lokaal voedsel enkel kan worden uitgelegd door deze meetverschillen, is onduidelijk. Vermoedelijk is er ook een verschil in definitie van wat nou lokaal voedsel is en wat niet. Aangezien het aandeel lokaal voedsel het bedrijfsrestaurant op 10 procent steekt, lijkt het dat er voor een transparante korte keten nog een lange weg bewandeld moet worden.

Nog een initiatief

De provincie heeft zich met dat doel ook aangesloten bij de het landelijke initiatief Green Deal Catering Overheidslocaties en zegde toe zich verder in te spannen voor de inkoop van meer duurzaam en lokaal voedsel. Het onderzoek van Greendish was een nulmeting voor die Green Deal.

Als de provincie zelf echt haar tanden in Zuid-Holland wil zetten, is er meer inzicht nodig in de grotendeels onbekende keten. In samenwerking met de groothandel en lokale aanbieders is het mogelijk om meer lokale producten op de kaart te zetten om zo lokale boeren en vissers te ondersteunen en de kennis over de Zuid-Hollandse voedselketen te vergroten. 

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

Boeren in een officieel natuurgebied, kan dat zonder de natuur in problemen te brengen? De stichting Zuid-Hollands Landschap denkt van wel en werkt in de Krimpenerwaard steeds inniger samen met boeren om het antwoord op die vraag te vinden. Wat blijkt? Het kan, maar het heeft tijd nodig.

Ilona de Ruijter

De stichting verpacht – onder strenge voorwaarden –  stukken natuurgebied aan boeren voor agrarisch medegebruik. “Dat betekent dat er natuur gerealiseerd wordt én er op een natuurvriendelijke manier geboerd wordt”, legt Sietse Kleinjan, Boswachter Uitvoering bij het Zuid-Hollands Landschap uit. “Kritische percelen met bijzonder hoge natuurwaarden beheren wij zelf, maar het grootste deel van de percelen verpachten we aan boeren. Het is een financiële win-win situatie; de boeren pachten relatief goedkoop land waar zij gras van kunnen oogsten en wij krijgen er geld voor.” Daarnaast wordt het natuurnetwerk er robuuster door: “De natuur wordt gedragen door de omgeving.” 

Dat is goed te zien bij twee Krimpense boerenbedrijven: de Veerstalhoeve en de Beijersche Schuur, die beiden steeds natuurlijker werken. Voor de boeren was het pachten van de natuurgronden naast een financieel aantrekkelijke samenwerking ook de enige mogelijkheid om hun bedrijf op een natuurlijke manier te kunnen draaien. 

Boerderijwinkel De Veerstalhoeve

Voor de ontwikkeling van het natuurnetwerk heeft de Provincie namelijk land onteigend van andere boeren. “Het was een kwestie van stoppen met ons bedrijf, verhuizen, of meegaan in de plannen”, vertelt Henk van Drunen, eigenaar van paardenpension en boerderijwinkel de Veerstalhoeve. En om mee te gaan in die plannen heeft de boer meer land nodig. Datzelfde geldt voor de Beijersche Schuur. De omslag naar natuurlijk werken is een enorme klus, maar omdat bij beide bedrijven de kinderen het bedrijf voortzetten, konden de families de uitdaging aan.

Natuurbeheer als meerwaarde 

“Het werken met natuurland past bij ons bedrijf; het minder voedingsrijke grovere gras is ideaal voor de paarden en de ossen mogen het land in kleine groepjes beweiden.”, legt van Drunen uit. “Het vlees van de ossen kunnen we daardoor als grasgevoerd natuurvlees verkopen. Het duurt langer voordat de ossen slachtrijp zijn, maar ze hebben een relaxter buitenleven en het vlees smaakt zoals vijftig jaar geleden.”

“Het voelt goed om bij te kunnen dragen aan de natuurdoelstellingen; het geeft een extra dimensie aan ons bedrijf. Er komen veel klanten uit Gouda speciaal voor hun vlees en kaas.” zegt hij trots.

“Het vlees smaakt zoals vijftig jaar geleden”

Boer Van Drunen

Ook bij Jan en Yfke Boer van de Beijersche Schuur past het pachten van de natuurgronden bij het bedrijf: “We hadden extra land nodig om ons vee minstens zes maanden per jaar 24 uur per dag te laten weiden. En onze Blaarkop en Witrug koeien kunnen prima grover gras eten, dat is voor hun gezondheid zelfs beter. We willen hier op de boerderij zuivel met meerwaarde produceren en verkopen.”

Natuurnetwerk

De vernieuwing in de Krimpenerwaard staat niet op zichzelf, maar is onderdeel van een groter geheel. De provincie Zuid Holland bouwt al sinds een pilot in 2013 samen met natuurorganisaties en agrariërs aan het Natuurnetwerk Nederland, dat natuurgebieden wil versterken door ze aan elkaar te verbinden. Want grote gebieden zijn beter bestand tegen negatieve invloeden zoals verdroging of overstromingen. Omdat de Krimpenerwaard onderdeel is van dat netwerk, worden er delen ‘vernat’ en verschraald om de bodem geschikt te maken voor bijzondere plantensoorten en weidevogels.

Dat laatste is voor de boeren een flinke uitdaging. “Als de grond erg nat is, kunnen onze machines er niet op. Ook kunnen de koeien moeilijker uit de sloot drinken door de zachte kanten; ze zakken weg in de modder. Maar ik begrijp dat het nodig is voor de weidevogels”, vertelt Yfke Boer.

Yfke Boer in de kaasmakerij

Kleinjan: “Om het land in de Krimpenerwaard geschikt te maken voor weidevogels is vernatting nodig, dus wordt het waterpeil omhoog gebracht. Daardoor groeit het gras langzamer en komen er meer bloemen. Die trekken insecten aan die een goede voedselbron vormen voor de kuikens van weidevogels.” 

Onkruid, mest en maaien

Maar dat is niet de enige uitdaging. Ook onkruid is een probleem, omdat het niet geschikt is voor het hooi en het de gewenste botanische soorten al snel overwoekert. Met de hand wieden is erg veel werk, dus is bij de Veerstalhoeve gebruikt in overleg met de boswachter sinds vorig jaar een onkruidknipmachine. Die snijdt enkel de dikke, harde stengels van het onkruid weg en laat grassen staan. Zo wordt gezamenlijk naar oplossingen gezocht. 

Ook met mest moet de boer heel anders omgaan. Zo mag op slechts een klein deel van de gronden ruige mest worden gebruikt, zijn er afgesproken maaitijden en zijn chemicaliën uit den boze. Dat zorgt voor extra werk voor de boeren. “Omdat het natuurland niet bemest wordt kunnen we bijvoorbeeld veel minder hooi oogsten per hectare land. Voor dezelfde oogst moeten we drie keer zoveel oppervlak bewerken”, vertelt Van Drunen. 

Ook voor de familie Boer is het omschakelen: “We gebruikten altijd al ruige mest, maar aangevuld met kunstmest. Kunstmest gebruiken kan nu niet meer; de bodem moet verschralen. Het is best puzzelen om natuurbeheer, boeren en een redelijk inkomen samen te brengen, maar het geeft voldoening.”

Ondanks de beperkingen en regels zijn de boeren tevreden over de samenwerking en geven aan dat alles in goed overleg met boswachter Sietse verloopt. Dat beaamt de boswachter: “Het geeft energie om samen met Van Drunen en Boer aan de natuur en de polder te bouwen. En natuurlijk zijn er wel eens problemen, maar iedereen heeft begrip voor elkaars situatie.”

Meer tijd

Het duurt nog wel even voordat we de gewenste plant- en vogelsoorten in de polder terugzien. Eerst moeten de basiscondities in het gebied in orde zijn; op dit moment is de grond te rijp en te droog. “Maar we zien hier en daar al wat botanische soorten terugkomen. We staan nog aan het begin van het proces en daarom wordt het gebied door de Provincie ook ingericht voor het natuurnetwerk”, licht Kleinjan toe. Het terugkomen van soorten gaat niet over één nacht ijs: “Als een perceel in agrarisch gebruik is geweest, en je zou optimaal maaien, het gewas afvoeren en geen mest rijden, dan zal de vegetatie na zo’n tien jaar in goede conditie zijn. Voordat je echt resultaat ziet ben je wel twintig jaar verder.” 

Maar kijkende naar de successen in andere gebieden mogen we ook in de Krimpenerwaard mooie resultaten verwachten: “In Polder de Nesse is een groot deel van het natuurgebied ingericht en daar zien we twee keer zoveel grutto’s, drie keer zoveel tureluurs en vier keer zoveel kieviten. Daarnaast komen er nu veel zeldzame trekvogels. Daar blijkt dat goed natuurbeheer effect heeft.” 

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

Van een kleinschalig initiatief groeide Fietsen voor m’n Eten in nog geen vier jaar uit tot een succesvolle vrijwilligersorganisatie, waarin mensen fietstochten met elkaar delen met locaties van boerderijen, tuinders en streekwinkels. Het initiatief van Van der Ende is niet onopgemerkt gebleven: onlangs nam ze de publieksprijs in ontvangst van de Vrijwilligersprijs WestlandHart. Met de prijs is een bedrag van € 2.500,- gemoeid, maar Van der Ende is vooral blij met deze erkenning vanuit het publiek. “Ik wil toe naar landelijke dekking, met 130 regio’s.”

Kees Vermeer

Van der Ende, die ook op deze website, De Kortste Weg, regelmatig in columns haar ervaringen deelt, heeft de afgelopen jaren tientallen enthousiaste vrijwilligers bij elkaar gebracht. Er zijn mensen die bijvoorbeeld de facebookgroep coördineren, meehelpen op beurzen en streekmarkten, de website beheren en bijwerken, fietsverslagen schrijven, recepten delen of als ‘voorfietser’ mensen in hun regio motiveren om de fiets te pakken voor hun dagelijkse eten. Dat gebeurt inmiddels al in 17 regio’s.

Helemaal tot rust

Het idee ontstond tijdens een vakantie in Zeeland in 2017. “Ik fietste daar rond en kwam een vleesboerderij tegen. En stalletjes langs de weg, kwekerijen… Zo fietste ik mijn eten bij elkaar terwijl ik tegelijk de streek verkende. Dat heb ik drie weken gedaan en vond het heerlijk. Ik kwam helemaal tot rust!”

Uitreiking van de Westlandhart publieksprijs

“Eenmaal weer thuis wilde ik dat ook doen in het Westland. Ik maakte een website, maar ik kende toen nog maar twee locaties voor verse groenten en fruit. Daarom maakte ik een facebookgroep, voegde vrienden uit de regio toe en heb iedereen gewoon gevraagd naar adressen van boerderijen, kwekerijen en kleine winkeliers. Dat liep meteen enorm snel! Na drie dagen had de groep vijfhonderd leden. En door een artikel in de krant werden dat er al snel duizend.”

16.000 leden

Van der Ende kreeg veel publiciteit. Zo benoemde de Fietsersbond haar tot Fietsburgemeester van het Westland en was ze te zien op TV West. Maar de aanwas ging vooral snel in de eerste corona-lockdown: in drie weken steeg het aantal leden van de facebookgroep naar negenduizend. “Het groeide zo snel dat ik er een besloten groep van moest maken. Helaas kan ik dat nu niet meer terugzetten naar een openbare groep.”

Momenteel telt de groep 16.000 leden, die al zo’n driehonderd locaties deelden. De website heeft nu onder andere een sponsor-knop. “Daarmee zamelen we geld in voor activiteiten en om de website te verbeteren. Ook het bedrag van de vrijwilligersprijs steken we daarin. De nieuwe website is begin deze maand online gegaan. De facebookgroep is er vooral voor actuele tips, berichten en fietsverslagen.”

Oneerlijke prijsstelling

Hoewel Fietsen voor m’n Eten dus eigenlijk bij toeval ontstond, zit er wel degelijk een diepere motivatie onder bij Van der Ende: “Ik zie hoeveel moeite lokale voedselproducenten hebben om hun producten te laten zien. In supermarkten hebben ze te maken met oneerlijke prijsstelling. Dat gaat me aan het hart, mede omdat ik zelf ondernemer ben. Daarnaast zijn producten bij de boer niet voorverpakt in plastic. En gaan we verspilling tegen omdat we langs de weg ook producten met een plekje kopen, die in de supermarkt altijd blijven liggen.”

Sinds twee jaar organiseert Van der Ende ook groepsfietstochten. Aan de hand van een gerecht voor een lekkere soep gaat zij met een groep op pad om de ingrediënten bij elkaar te fietsen. Na afloop wordt de soep met de groep gemaakt en gegeten. “Elke rit is weer anders. En onderweg krijgen we ook een kijkje bij een kweker of in een boerenschuur. Helaas lag dit vanwege corona de afgelopen tijd stil. Ik hoop dat we dit nu weer kunnen oppakken.”

Marja en haar ijzeren ros

Band met boeren

Naast haar drukke activiteiten voor Fietsen voor m’n Eten heeft Van der Ende een praktijk voor massagetherapie en leefstijladviezen over bijvoorbeeld voeding en bewegen. Dat kan zij goed combineren en de werkzaamheden sluiten zelfs mooi bij elkaar aan. Bovendien geeft zij boeren en telers een platform om verhalen achter hun werk en hun producten te delen.

“Ik vind het leuk dat ik een goede band heb opgebouwd met de aanbieders in de groep. Ze zijn ook onderdeel van enkele fietsroutes die ik heb uitgestippeld. Dat wordt erg gewaardeerd, onder andere met sponsoring. De boeren en telers zien de meerwaarde van Fietsen voor m’n Eten. We zetten letterlijk de kleine aanbieders op de kaart.”

Landelijke ambitie

Klaar met Fietsen is Van der Ende nog lang niet, plannen genoeg. Ze wil bijvoorbeeld de website koppelen aan een fietsrouteplanner. Daarvoor gaat ze onderzoeken of er al apps zijn die ze kan koppelen, of dat ze zelf iets moet ontwikkelen. Verder heeft ze de ambitie om landelijke dekking te bereiken, met een groei van de huidige 17 naar 130 actieve regio’s met voorfietsers die hun eigen regio in beweging brengen. 

“Dus we hebben nog lekker veel te doen de komende tijd”, lacht ze. “Ik sta altijd open voor samenwerking, ook met vergelijkbare initiatieven, en zie wel wat er gebeurt. Ik wil in ieder geval geen platform dat door geld wordt gestuurd. Dit is iets vanuit de maatschappij. Een echt consumentenplatform, met ook een belangrijke stem voor de aanbieders.”

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!