De Kortste Weg

Dat er de komende decennia veel gaat veranderen op het boerenbedrijf, lijkt inmiddels een open deur. Door stikstofproblemen, bevolkingsgroei, klimaatverandering, gezondheidsproblemen, veranderende eetgewoontes en technologische vooruitgang, boert de boer in 2050 heel anders dan nu. Duurzamer, gezonder, diervriendelijker, zo is de gedachte. Maar hoe? Daarover verschillen de meningen nogal. In een serie interviews zet De Kortste Weg de visie neer van iemand die aan die toekomst werkt, of erover nadenkt. Deze keer: emeritus hoogleraar levensmiddelentechnologie Tiny van Boekel (WUR).

Wouter van Wijk

“Hoe de toekomst van de boer eruit ziet, is natuurlijk een vraag die je moeilijk even kunt beantwoorden. Wel zijn er volgens mij een paar trends die zeker gaan doorzetten. Zo zal het zal geen nieuws meer zijn dat mensen steeds meer plantaardig en minder dierlijk voedsel gaan eten. In tegenstelling tot Jaap Korteweg geloof ik dat er wel degelijk ook een plek is voor dierlijke producten. De schaal waarop wordt wel heel anders.

Tiny van Boekel

Er zijn twee krachten die op elkaar inwerken: enerzijds veroorzaakt de landbouw overduidelijk milieuproblemen, hoe je het ook bekijkt. Aan de andere kant moeten mensen gevoed worden en groeit de bevolking nog steeds. Om dat aan te kunnen, moeten we veel meer op plantaardige basis gaan werken.

Ik doe al dik twintig jaar onderzoek aan plantaardige alternatieven. Er is heel veel verbeterd in die tijd. Maar het moet verder gaan. Ik verwacht dat het sentiment ‘ik wil vlees’ wel zal verdwijnen. Ook omdat vlees op termijn veel duurder wordt, dat is onvermijdelijk door de milieuproblemen en de grondstofkosten. Tegelijk worden de plantaardige alternatieven veel goedkoper, door marketing en schaalgrootte.

Kweekvlees en -zuivel spelen daarbij ook een grote rol, omdat er uiteindelijk ook plantaardige grondstoffen voor gebruikt worden. Kweekvlees komt eraan, maar heeft nog tijd nodig. Het is de vraag in hoeverre het economisch en milieutechnisch echt kan, maar het komt er uiteindelijk wel, denk ik. Kunstzuivel is technisch een stuk gemakkelijker. Het zal nog een jaar of tien duren, maar dan is het er wel.

Dat zet de boel voor boeren wel op de kop. Het is daarbij eigenlijk een probleem dat Nederlandse landbouw zo geavanceerd is. Om dat te bereiken moeten we namelijk heel veel grondstoffen importeren. Dat is onwenselijk, want de reststoffen blijven in Nederland. En daarmee ook de problemen.

Je moet echt toe naar circulaire landbouw. Dat kan ook zeker, alleen moeten we onze levensstijl aanpassen. Technisch is het zeker mogelijk, maar het vereist gedragsverandering en politieke wil. Nu moet alles zo efficiënt en goedkoop mogelijk. Alles moet altijd beschikbaar zijn. Dat kan misschien niet meer. De westerse wereld moet dan privileges opgeven. Dan moet je kijken naar het vlees eten, de verdeling van de welvaart. Dat wordt niet gemakkelijk, daar heb je een hele lange adem voor nodig. Of een crisis. Daarbij gaan dingen schuiven. Dat zie je nu met gas. Dat zal ook met voedsel gebeuren. De mensheid heeft soms een crisis nodig voor sociale veranderingen. Dan ontstaat de politieke wil wel.

We hebben een liberale regering die het aan de markt overlaat. Daardoor ligt Nederland gewoon achter in hoogtechnologische investeringen. Dat geldt voor meer terreinen, maar zeker ook voor de landbouw en voedsel. Het ministerie heeft wel wat geld beschikbaar, maar is het genoeg? Dat denk ik niet.

De overheid zou veel meer kunnen doen, niet alleen voor kweekvlees en -zuivel, maar ook voor plantaardige alternatieven. De overheid laat de oren nu hangen naar boerenprotesten, dus ik verwacht weinig extra investeringen in plantaardige vlees- en zuivelvervangers. Tegelijkertijd moet je het niet alleen op de overheid schuiven. Het is ook een maatschappelijk probleem. Mensen zijn niet bereid om de vleesconsumptie te halveren, terwijl dat echt nodig is.

Dat er geen toekomst voor de boer zou zijn, vind ik onzin. Er is een toekomst, die is alleen anders. Honderd jaar geleden was alles ook circulair. Alles wat we niet aten ging naar de kippen en de varkens. Daar moet je eigenlijk naar terug. Maar op een hele andere schaal en met moderne technieken.

Zo tekent de richting zich voor boeren wel af: meer plantaardig, circulair. En kijken of je er bedrijfseconomisch mee rond komt. Daar is wel veel meer steun vanuit de banken en de overheid voor nodig. Nu is die vooral gericht op oude werkwijzen. Het kost de boeren wel veel investeringen en winstmarge. Daarvoor moeten ze gecompenseerd worden.

De landbouw zou zich minder op kwantiteit en meer op kwaliteit moeten richten. Ik zou graag zien vanuit de grote boerenbeweging mensen gaan roepen ‘het kan anders!’ Dat gebeurt nu wel, maar te weinig.”

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

Het nieuwe jaar is begonnen en de goede voornemens vliegen ons alweer om de oren. Gezond en puur eten staat bij veel mensen op de agenda. Daarvoor hoef je niet gelijk allerlei moderne diëten te volgen. Ga gewoon terug naar vroeger!

Marja van der Ende

Toen ik voor mijn vorige column Roel van Buuren van boerderij Landlust over voedselprijzen sprak, kwam er meer ter sprake. Roel vertelde enthousiast over de ontwikkelingen die hij onder de consumenten van zijn producten ziet. Het lijkt er al een tijdje op, dat we steeds meer terug naar vroeger gaan. Daarom een rijtje van nieuwe trends die eigenlijk heel erg lijken op hoe men vroeger met eten omging.

Fietsen voor je lokale eten

Zo maakt fietsen voor je eten bij lokale voedselproducenten natuurlijk al die jager-verzamelaar in je wakker. Zie het fietsen maar als jagen, en verzamelen kun je volop, zeker als je een lekker lange fietstocht maakt. Speurend langs de boerenwegen en tuinderslaantjes, alle zintuigen op scherp, om rood-wit geblokte kleedjes op de kraampjes en uithangborden en vlaggen bij boeren en tuinders op te merken.

Het is een heerlijke sport om zo je eten bij elkaar te sprokkelen. Vroeger leefde de mens niet anders. Bij de buur die boer was eten kopen of ruilen tegen iets dat je zelf gekweekt, geschoten of gevangen had.

Rauwe melk tap je zo!

Rauwe melk tappen    

Misschien herinner je je nog of werd door je ouders of grootouders verteld, dat de melk vroeger in grote melkbussen door de melkboer gebracht werd. Deze melk was nog onbewerkt en werd zo van het land naar de klant gebracht.

Steeds meer mensen beseffen de waarde van rauwe melk. Hoewel de boer nog steeds moet adviseren de rauwe melk te koken voor consumptie, blijkt uit onderzoeken dat rauwe niet-verhitte melk astma en allergie kan voorkomen. Verhitting kan juist een allergische reactie uitlokken.

De meningen zijn er nog over verdeeld en meer onderzoek is nodig. Verschillende officiële instanties zoals het Voedingscentrum brengen rauwe melk in verband met schadelijke bacteriën, terwijl de genoemde onderzoekers en bijvoorbeeld kaasmakers juist de in rauwe melk aanwezige probiotica roemen die goed zijn voor je darmflora. Voor mensen met lactose-intolerantie is er zelfs een speciale melk uit koeien die het A2-gen hebben, waardoor ze wel koemelk kunnen drinken.

Zelf heb ik onderweg al menig fles rauwe melk getapt en zowel rauw als gekookt gedronken, zonder enig nadelig effect. Wel even rekening houden met de kortere bewaartijd van 3-5 dagen.

Grasgevoerde producten     

Een andere trend die Roel noemde, was de toenemende behoefte van de consument aan producten zoals vlees en boter, van koeien die uitsluitend gras gevoerd krijgen. Uit diverse studies te vinden in dit artikel, blijkt dat de vetzuurverhouding van vlees van grasgevoerde runderen ten opzichte van graangevoerde runderen gunstiger is voor de mens, hetgeen een minder nadelig tot neutraal effect op cholesterolwaarden in het bloed heeft.

Jersey koeien op boerderij Landlust

Ook ontdekten onderzoekers dat het vlees van met gras gevoerde runderen hogere concentraties bètacaroteen bevat. Bètacaroteen is een stof die het menselijk lichaam kan omzetten in vitamine A, belangrijk voor bijvoorbeeld het gezichtsvermogen en botten.

Bottenbouillon

Over botten gesproken: “We eten tegenwoordig bijna alleen nog de mooiste stukken vlees, maar er zit nog zoveel meer aan wat gebruikt kan worden”, zei Roel. Hij noemde daarbij orgaanvlees maar ook de botten zijn erg geschikt om bijvoorbeeld bottenbouillon van te maken.

Bottenbouillon bevat veel vitaminen, mineralen, vetzuren en aminozuren die ons lichaam goed kan gebruiken, bijvoorbeeld voor het herstel van huid en weefsel of de darmwand bij een lekkende darm. Ook reinigt het de lever, bevordert het de nachtrust en kan het allergieën verminderen door de kalmerende werking op het immuunsysteem.

Hup, in de slowcooker!

Met de toenemende behoefte aan rust in en om ons heen, neemt ook de behoefte aan het zelf bereiden van vers voedsel toe. En met de nieuwste snufjes zoals een slowcooker heb je geen omkijken naar je bouillon in de vele uren dat deze staat te pruttelen.

Fermentatie

Het vooruitzicht dat voedsel schaarser wordt, door allerlei oorzaken zoals klimaatverandering, uitkopen van boeren en de toenemende kosten voor voedselproductie, zorgt ervoor dat we spaarzamer met het beschikbare voedsel omgaan.

Groenten fermenteren is een manier om voedselverspilling tegen te gaan en groenten langer houdbaar te maken. We kennen natuurlijk zuurkool, dat zijn naam vooral dankt aan het zuur waarin de witte kool gelegd wordt. Ook andere groenten kunnen gefermenteerd worden.

Bij Boeregoed organiseren ze daar ook workshops over, gegeven door Hester van der Leeden van Voeding zonder fratsen. Dus haal die weckpotten van je moeder of oma maar weer uit de kast!

Trend of gewoon weer terug naar vroeger?

Volgens Roel van Buuren gaan we “terug naar de ideeën van vroeger, met de technieken van nu”. Toevallig sprak ik met mijn moeder deze week nog over ‘hoe het vroeger ging’. Mijn oma had een koude kelder waar ze eten in bewaarde, een koelkast was er nog niet. Men was dus gedwongen om zo vers mogelijk en van het seizoen te eten en groenten in te maken om er langer van te kunnen eten. Het varken dat op de tuinderij rondliep en de schillen te eten kreeg, werd geslacht door de plaatselijke slager en in zijn vriezer speciaal voor de familie bewaard.

Zou het kunnen dat we, mede vanwege de huidige energieprijzen, ook op die manier weer terug naar vroeger gaan en onze eigen koelkast en vriezer uitschakelen?

Hoe de toekomst eruit komt te zien, is lastig te zeggen. Ik duim in ieder geval voor behoud van de boeren en tuinders in de buurt, zodat deze nieuwe oude trends ons terug naar vroeger doen gaan, met een vleugje moderne hulpmiddelen. Dat dan weer wel. Een gezond en voedzaam nieuw jaar gewenst!

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

Dat er de komende decennia veel gaat veranderen op het boerenbedrijf, lijkt inmiddels een open deur. Door stikstofproblemen, bevolkingsgroei, klimaatverandering, gezondheidsproblemen, veranderende eetgewoontes en technologische vooruitgang, boert de boer in 2050 heel anders dan nu. Duurzamer, gezonder, diervriendelijker, zo is de gedachte. Maar hoe? Daarover verschillen de meningen nogal. In een serie interviews zet De Kortste Weg de visie neer van iemand die aan die toekomst werkt, of erover nadenkt. We trappen af met Jaap Korteweg, oprichter van De Vegetarische Slager.

Wouter van Wijk

Vijftien jaar geleden zag bio-boer Jaap Korteweg een toekomst die de meeste mensen nog niet zagen: mensen gaan minder vlees eten. Wat grote voedselbedrijven met allerlei marktonderzoeken niet uit konden vinden, kwam gewoon uit zijn de buik. Hij was al tien jaar vegetariër, maar de vleesvervangers waren niet lekker. Daarom richtte hij in 2007 de Vegetarische Slager op, en hielp Nederland aan vegetarisch vlees.

Als hij nu weer zijn buik laat spreken, windt hij er geen doekjes om: “Ik denk en hoop dat het gebruik van dieren in de landbouw helemaal stopt. Dat we er anders naar gaan kijken. Nu worden de ethische afwegingen nog weggedrukt. Als je als hondenliefhebber je labrador behandelt zoals we varkens behandelen, staat de politie op de stoep. Met koeien en kippen doen we hetzelfde, en iedereen kijkt weg.” Juist vanwege die misstanden werd Korteweg -tot dan toe fervent vleeseter- in 1998 vegetariër. “We slachten die dieren als het nog kinderen zijn. Dat is gewoon zo. Ook voor biologische vlees.” Maar dat is een kwestie van tijd, denkt hij: “Op het moment dat de alternatieven beter worden, en vleesvervangers worden nog steeds beter, komt er ruimte voor die discussie. Misschien wordt vee houden uiteindelijk wel verboden.”

In het verlengde van dat idee, verwacht hij dat vlees en zuivel van dieren uiteindelijk vrijwel verdwijnt. “Plantaardig heeft de toekomst. Dat gaan we eten. Vlees en zuivel van dierlijke oorsprong niet.”

Vleesvervangers en zuivel kunnen namelijk nog een stuk beter worden. Dit door dierlijke eiwitten niet via dieren te maken, maar door ze direct te fermenteren of kweken. Het geld dat Korteweg met de verkoop van zijn bedrijf aan Unilever verdiende, stopte hij daarom deels in Those Vegan Cowboys, dat zich richt op veganistische zuivel, te ‘brouwen’ in een ‘roestvrijstalen koe’. “Veel bedrijven proberen kweekzuivel te maken door dierlijke cellen op te kweken. Maar dat is helemaal niet nodig. Wij willen de eiwitten met micro-organismen maken, met bacteriën en schimmels, in plaats van met macro-organismen, de melkkoe. We denken dat dat proces eenvoudiger is dan kweekmelk, en dus haalbaarder.”

Dat heeft enorme gevolgen voor boeren, klein en groot. Vooral voor veeboeren. Hij ziet de grote stallen met honderden of duizenden dieren simpelweg verdwijnen. Maar de boer verdwijnt niet: “Niet iedere boer hoeft een uitvinder te zijn. Het is ook een kans als we straks melk kunnen brouwen in een roestvrijstalen koe, dan lever je als boer toch gewoon het gras of de bonen die daarvoor nodig zijn?” Je moet ook kijken naar wat kan: “Sojateelt was in Nederland altijd lastig. Dat lijkt te veranderen. Maar je kunt ook veldbonen kweken. Dat lijkt goed te gaan. Ook lupine en hennep zijn veelbelovend. Kijk wat bij je past.”

Als boer moet je echt nadenken over je toekomst, zegt hij: “Vleesvervangers zijn nu nog even duur als vlees. Dat gaat veranderen, want je hebt veel minder ingrediënten nodig. Minder dan de helft ten opzicht van dierlijk vlees. Het kantelpunt is nu bereikt, vleesvervangers worden goedkoper dan vlees.” Het gaat hard, ziet hij: “Kijk maar naar mayonaise. Daar werd altijd ei in gebruikt. Vier jaar geleden had je geen keus, nu heb je opeens vijf merken met veganistische mayo.”

“Bij de elektrische auto zie je hoe snel het kan gaan. Eerst werd er lacherig over gedaan. Tien jaar geleden was Tesla praktisch afgeschreven, nu is het een van de waardevolste bedrijven.”

Hoe dat voor boeren uitpakt, is natuurlijk de vraag. Al kun je je wel wapenen: “Als boer alleen ben je beperkt. Houd dus je ogen open om je aan te sluiten bij anderen. Je kunt corporaties aansporen om te investeren in dit soort dingen. Het is gevaarlijk om het niet te doen.”

Boeren moeten ook oppassen om niet te veel bij de pakken neer te zitten: “Verandering is van alle tijden in de landbouw. Het is al generaties aan de gang. Twee op de drie boerenbedrijven hebben geen opvolger, daar is weinig aan veranderd. Mijn opa was trekpaardenfokker en vlasteler. Beide beroepen zijn helemaal verdwenen. Als de bio-industrie verdwijnt, moet je als boer veranderen.”

De rol van de overheid is ook op oude sentimenten gebaseerd, vindt Korteweg. Er zijn volop subsidies voor vlees en zuivel, maar amper voor plantaardige alternatieven: “Vanuit de overheid zou het verstandig zijn om deze alternatieven wel te stimuleren. Anders doen andere landen het wel. Het gaat heel hard in bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Israël. In Nederland zit ook veel kennis, maar als je niet oppast, loop je straks achter. Dat zag je ook met de eerste gekweekte hamburger. Die is hier gemaakt, maar in de VS zijn ze er nu veel verder mee. Zonde.” Dat niet alleen: “Ook moet de overheid slimmer zijn. Kijken naar de lange termijn. Maak bijvoorbeeld een lesprogramma op scholen over de voordelen van plantaardig voedsel. Dan kan het snel gaan. Kinderen beïnvloeden hun ouders en de jeugd heeft de toekomst.”

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

bordje met 'open'

Websites De Kortste Weg en Lokaalwijzer werken vanaf december 2022 online samen om de weg naar voedsel van dichtbij beter vindbaar te maken. Op Lokaalwijzer kun je informatie vinden over de aanbieders van De Kortste Weg en andersom krijgen bezoekers op dekortsteweg.nl ook informatie over Lokaalwijzer.nl doordat we nieuwsberichten delen.  

Hoe korter de weg die ons voedsel aflegt, hoe beter voor mens en milieu. Dat is het idee achter de campagne De Kortste Weg die sinds 2019 loopt in Zuid-Holland. Niet alleen moet het voedsel letterlijk zo min mogelijk kilometers maken, maar ook als gezonder eten op tafel komen, de boeren aan een beter inkomen helpen en de natuur verbeteren.

Lokaalwijzer is sinds 2020 actief en wijst de weg naar adressen in het hele land waar lokaal geteelde of gemaakte producten verkrijgbaar zijn. En probeert bezoekers lokaal wijzer te maken door informatie te geven en te laten zien hoe leuk het is om lokaal te kopen.

De plus van lokaal en duurzaam
Meer producten van lokale herkomst gebruiken is beter voor het milieu (want minder vervoer), maar ook beter voor de regionale economie (boeren en telers krijgen een eerlijke prijs door minder tussenhandel). Ook leidt het tot meer begrip en respect voor de herkomst van o.a. ons eten.
Mensen gaan zich realiseren dat ze met hun keuzes invloed hebben op de natuur en het landschap. En, niet onbelangrijk, lokaal geteeld voedsel is vaak gewoonweg ontzettend lekker, van goede kwaliteit en gezond!

Samen willen wij véél mensen enthousiast en in beweging krijgen voor duurzame producten van dichtbij: uit de eigen streek en uit het seizoen.

In de prijs van vlees en zuivel zijn de maatschappelijke kosten voor milieu, natuur en gezondheid niet verwerkt. De producten zijn veel te goedkoop, vindt TAPP Coalitie. De organisatie berekende hoeveel een kilo rund-, varkens- of kippenvlees eigenlijk zou moeten kosten.

Kees Vermeer

“Uit enquêtes blijkt dat de meeste Nederlanders af willen van de kiloknaller en via een milieuheffing op dierlijke producten best iets meer willen betalen. De opbrengst daarvan kan deels naar de boeren gaan, zodat zij meer kunnen investeren in milieu, klimaat, natuur en dierenwelzijn. De heffing kan ook worden gebruikt voor het verlagen van belastingen en prijzen voor gezond voedsel. Een hogere prijs voor vlees zal ertoe leiden dat we er minder van gaan eten. Dat heeft positieve gevolgen voor klimaat en milieu en voor onze eigen gezondheid.”

Jeroom Remmers

Dat betoogt Jeroom Remmers, directeur van de TAPP (True Animal Protein Price) Coalitie. Deze coalitie bestaat ruim drie jaar en er zijn inmiddels bijna zestig partijen bij aangesloten. TAPP vindt vlees en zuivel nu te goedkoop. De kosten voor milieu, natuur en gezondheid worden afgewenteld op de maatschappij en boeren. “Voor gezondheid en milieu is een eerlijke prijs nodig, waarin milieukosten zijn verrekend zoals emissie van broeikasgassen en stikstof”, stelt Remmers. “We willen ook dat boeren een eerlijke prijs krijgen voor vlees en zuivel. Nu worden zij door supermarkten onderbetaald waardoor ze onvoldoende kunnen investeren in duurzaamheid.”

De organisatie deed onderzoek naar wat dat concreet betekent. Volgens TAPP zou een kilo kip in 2030 €2,04 duurder moeten zijn, een kilo varkensvlees €4,50 en een kilo rund- en kalfsvlees €5,70. De eerlijke prijs van een hamburger -nu ongeveer twee euro per stuk- wordt iets meer dan drie euro. Vegetarische producten worden iets goedkoper. Hierin zijn meegenomen de kosten voor emissies broeikasgassen, emissies van andere stoffen resulterend in milieuvervuiling, door landgebruik veroorzaakte impact op biodiversiteit en dierziekten. 

Gevoelig

TAPP wil haar doelen bereiken door invoering van een verbruiksbelasting, gebaseerd op milieuschade. Vergelijkbaar met milieuheffingen die al bestaan voor bijvoorbeeld afval en water. Remmers denkt dat dat ook kan voor dierlijke producten. “Niet iedereen zal het leuk vinden als vlees en zuivel duurder worden. Maar een meerderheid van de bevolking staat daar wel achter, op voorwaarde dat boeren er financieel mee worden gesteund, gezond eten goedkoper wordt en lagere inkomens worden gecompenseerd. We hebben dat onderzocht met enquêtes. Politiek ligt een heffing op dierlijke producten nog wel gevoelig, al heeft Johan Remkes in zijn stikstofadvies ook gepleit voor een heffing op niet-duurzaam voedsel (vlees en zuivel), met terugsluis naar duurzame boeren.”

Opbrengst

TAPP denkt aan een heffing van aanvankelijk 20 cent per ons vlees. Dat kan tot 2030 elk jaar enkele procenten stijgen, totdat de prijs van vlees echt en eerlijk is berekend met alle milieukosten. Met die eerlijke vleesprijs verwacht de coalitie een opbrengst van minstens 1 miljard euro per jaar. Ongeveer de helft daarvan kan worden gebruikt om de Nederlandse veehouderij te verduurzamen.

Remmers ziet het liefst dat gezonde en duurzame voeding nu al een stuk goedkoper wordt. Dat compenseert dan de lichte prijsverhoging van dierlijke producten voor consumenten, en ook de recente stijging van de voedselprijs. 

“Helaas neemt de overheid lang de tijd voor zo’n verlaging op groente en fruit en is de uitvoering minimaal”, vervolgt Remmers. “Het gaat alleen over verse groente en fruit. Wij denken dat het ook kan voor bewerkte groenten, diepvriesproducten en vlees- en zuivelvervangers. En het liefst ook voor alle biologische producten en brood en granen. Met zo’n ruime prijsverlaging worden consumenten meer gestimuleerd om gezonder te gaan eten en wordt de meerprijs voor vlees ruimschoots opgevangen.”

Politiek

TAPP lanceerde begin 2020 een petitie over een eerlijke vleesprijs. Deze werd in enkele weken zo’n 50.000 keer getekend en werd overhandigd aan toenmalig landbouwminister Carola Schouten. Daarop spraken kamerleden van zeven politieke partijen hun steun uit voor de eerlijke vleesprijs en werden de voorstellen van TAPP opgenomen in enkele verkiezingsprogramma’s. Schoutens opvolger Henk Staghouwer is in maart een onderzoek gestart naar een heffing op dierlijke producten en de verdeling daarvan onder boeren. Dat onderzoek is momenteel gaande. “We hopen dat dat begin komend jaar klaar is en dat er dan bredere politieke steun komt”, aldus Remmers. “Binnenkort hebben we hopelijk een ontmoeting met de huidige minister Piet Adema.”

Breed gesteund

TAPP wordt al gesteund door een aantal kleinere organisaties voor boeren en veehouders. “LTO heeft het onderwerp vanaf 2025 opgenomen in hun visie voor 2030”, weet Remmers. “Het principe van een heffing met terugsluis wordt dus breed gesteund in de landbouw. Boeren betalen nu de milieukosten terwijl zij daar vrijwel niets extra’s voor terugkrijgen via subsidies of hogere supermarktprijzen. Daarom willen zij een betere prijs voor hun producten.”

Remmers realiseert zich dat de plannen niet vandaag of morgen kunnen worden ingevoerd. Voor dit soort veranderingen is een lange adem nodig. “De invoering van BTW heeft destijds tien jaar geduurd. We hopen natuurlijk dat het nu sneller zal gaan. We hebben de tijdgeest denk ik wel mee. Zoals gezegd: in het advies van Remkes staat eveneens dat er een heffing moet komen voor niet-duurzaam voedsel. Ook de Autoriteit Consument en Markt staat daar inmiddels achter. De roep wordt luider, dus de politiek zal een keer moeten volgen.”

Ook internationaal

Begin volgend jaar publiceert de TAPP Coalitie een rapport dat zich meer richt op Europa, zodat een eerlijke prijs voor dierlijke producten ook internationaal en binnen de EU Commissie een gespreksonderwerp wordt. “Voor Frankrijk en Duitsland zijn al rapporten gemaakt en die landen gaan hopelijk eveneens met de voorstellen aan de slag. Ook in Nederland blijven we uiteraard actief lobbyen”, besluit Remmers. “Intussen raden we iedereen aan om vaker te kiezen voor biologisch vlees en zuivel. Bij die producten zijn milieukosten al vrij goed in de prijs verwerkt en krijgen boeren een meerprijs. En met een hogere prijs koopt iemand waarschijnlijk minder dierlijk voedsel. Dat is sowieso goed voor het milieu en de gezondheid. Elke dag vlees eten vinden wij niet meer van deze tijd.”

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

“Pfff, wat zijn de boodschappen duur geworden!” Een veelgehoorde uitspraak om me heen, vooral van mensen die boodschappen doen bij grote supermarktketens. “Daar heb ik geen last van”, denk ik dan meteen. Nu nog. Ik merk namelijk nog weinig van prijsstijgingen bij de boeren en tuinders waar ik mijn eten bij elkaar fiets. Zal dat zo blijven?  

Marja van der Ende

Zelf ben ik nooit een prijskoper geweest. Als een product in de aanbieding is, is dat mooi meegenomen, maar als ik het nodig heb, heb ik het nodig. De hogere energierekening brengt daar nu ook in ons huishouden verandering in. We kunnen ons zuurverdiende geld tenslotte maar één keer uitgeven en het beschikbare budget wordt krapper door de inflatie. Tijd voor een veldonderzoek dus.

De afgelopen weken ben ik eens meer op de prijzen gaan letten die ik betaal bij de verschillende verkooppunten waar ik mijn lokale eten koop. En dan vooral om te vergelijken met de prijzen bij die grote supermarkten. Natuurlijk via hun online prijslijsten, want ik zet er al vijf jaar geen voet binnen de schuifdeuren.

Kaas

Vooral de prijzen van kaas en vlees zijn me opgevallen. Het lijkt erop dat de kazen van lokale boeren definitief mijn hart gestolen hebben. Geproduceerd door hardwerkende boeren in Midden-Delfland en inmiddels wijd verspreid bij verschillende verkooppunten in mijn regio, van boerenschuren tot kleine winkeliers als de groenteboer en de slager. De smaak is heerlijk en de prijs ligt nog lager dan die van fabriekskazen in de supermarkt. Nou, dan weet ik wel welke ik kies!

Ook de biologische kaas die ik onlangs bij de Biefit Gezondheidswinkel kocht, ligt prijstechnisch gunstiger dan de biologische kaas of zelfs de ‘gewone’ Beemsterkaas in de supermarkt. Met eigenaresse Cindy van de Biefit had ik een gesprekje over de ontwikkelingen van de prijzen in haar winkel. Bij de producten die zij betrekt van lokale telers en producenten ziet ze nauwelijks prijsstijgingen. Vooral bij de producten waar ingrediënten in verwerkt zijn die momenteel schaars zijn zoals bepaalde meelsoorten, en producten die ver en door meerdere schakels moeten reizen, ziet ze de prijzen stijgen.

Vlees

Net als bij kaas zijn bij vlees van lokale boeren de prijzen ook niet of slechts minimaal gestegen, wanneer je deze rechtstreeks of bij een lokaal verkooppunt koopt. Volgens Roel van Buuren van Biologische Boerderij Landlust komt een prijsstijging van vlees nu vooral door de hogere transportkosten naar en van de slachterij, gestegen energiekosten bij het slachthuis en voor koeling. De gestegen dieselprijs maakt het loonwerk duurder. Ook voerkosten zijn gestegen, maar omdat zij zelf bijna niets bijvoeren, heeft dat nauwelijks invloed. Waarom de prijzen bij de supermarkten zoveel meer stijgen dan bij lokale verkooppunten? “Hoe meer schakels, die ieder hun prijzen omhoog doen, hoe hoger de prijs”, verklaart Roel. Minder schakels is nu natuurlijk het grote voordeel van de korte keten.

AGF en bewerkt

Bij Rechtstreex, een korte keten-alternatief voor op de supermarkt, ziet dat een deel van de boeren en makers waar zij mee samenwerken wel prijsstijgingen doorvoert. Het meeste bij de leveranciers van bewerkte producten, het minste bij de AGF-afdeling. Dit komt volgens Tessa Moolenaar door de toenemende schaarste en gestegen kosten van grondstoffen en daarmee ook productie, vervoer en verpakkingen. “Juist in de korte keten merken we dit omdat de leveranciers over het algemeen minder schaalvoordeel hebben dus prijsstijgingen van hun leveranciers ook harder aankomen. In de reguliere supermarktketen zien we uiteraard ook prijsstijgingen, maar over het algemeen minder omdat hun contracten met leveranciers een stuk strenger zijn. Grote supermarkten weigeren regelmatig om prijsstijgingen van hun leveranciers door te voeren.”

Dit roept bij mij natuurlijk de vraag op, waar de marge dan blijft wanneer de prijzen in de supermarkten wel sterk stijgen, maar de producent zijn reële prijsstijging niet terugbetaald ziet. Hier lijkt van eerlijke prijsstelling (wederom) geen sprake.

Bezorgd over bezorging

Fred Mattern van Boeregoed geeft aan dat zij de prijzen eerlijk en scherp proberen te houden en dit met veel producten goed kunnen waarborgen. Maar ook hun vaste lasten op het gebied van elektra zijn flink gestegen, wat invloed heeft op de prijzen van hun eigen teelt. Boeregoed bezorgt ook pakketten en daar betalen klanten nu weer bezorgkosten voor, anders is het bezorgproces niet rond te rekenen door aanhoudende hoge brandstofprijzen. Voor ingekochte producten geldt dat veel streekproducten in prijs zijn gestegen. “Op het gebied van AGF zien we ook wel een stijging, wij verwachten dat dit nog maar het begin is. Door zoveel mogelijk schakels uit de keten te halen, proberen we dit natuurlijk zoveel mogelijk in te perken.”

Waar blijft de winstmarge?

Een eerlijke prijsstelling is dus vooral de keus van de verkopende partij. Tijdens de TV-uitzending van het programma Kassa op 12 september 2022 werden schrikbarende uitkomsten van onderzoeken in supermarkten gepresenteerd. Vooral prijzen van vlees en zuivel stegen sinds 2019 in de supermarkten gemiddeld met 20 tot maar liefst 45 procent. In de uitzending kwam ook een vertegenwoordiger van de supermarkten aan het woord, die aangaf dat supermarkten niet verdienen aan deze crisis en ‘slechts’ ongeveer 2 procent winstmarge over de omzet overhouden. Dit is na aftrek van alle kosten, waarbij de voedselproducent (naar eigen zeggen in de Kassa-uitzending) nog steeds niet een eerlijke prijs heeft gekregen.

In mijn hoofd is 2 procent marge over miljarden omzet, nog steeds heel veel geld. Geld dat niet in de portemonnee van de consument en producent belandt….

Conclusie

Prijzen stijgen dus om verschillende redenen: hogere brandstofkosten, energietarieven, grondstofprijzen, voerkosten en schaarste. Dit heeft invloed op de prijzen in elke schakel in de keten van boer naar bord. Dus hoe korter de keten, hoe minder hard de prijs zal stijgen. En omdat winstmarges in supermarkten berekend worden over de gestegen omzetten, komt er nog meer geld op plaatsen waar de kans klein is dat het weer terugvloeit in de lokale economie.

Mijn conclusie is duidelijk: als je je eten koopt via de kortste weg en tegen een eerlijke prijs, duurt het langer voordat je dit echt merkt in je portemonnee. En je steunt de economie in je regio, de ‘bloedsomloop’ van jouw gemeenschap. Dus kies voor die lokale voedselproducent, met zo min mogelijk tussenschakels tot het verkooppunt!

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

Na ruim anderhalf jaar gesoebat over de regels rond biologische certificering, zijn nu toch een aantal supermarktketens bio-gecertificeerd. De ketens wilden eerst niet certificeren omdat de regels te omslachtig zouden zijn. Als gevolg daarvan, dreigden biologische groenten en fruit opeens met extra plastic verpakt te worden

Wouter van Wijk

Nu blijkt dat de biologische soep toch niet zo heet gegeten wordt. Uit gegevens van handhavingsorganisatie Skal blijkt dat Albert Heijn en Vomar nu vrijwel volledig gecertificeerd te zijn. Jumbo heeft tien grote winkels, de foodmarkets en logistieke centra gecertificeerd, maar de rest van de winkels (nog) niet. Lidl was eind 2021 al volledig gecertificeerd. 

Onverpakt verkopen
Alle winkels die biologische producten verwerken, moeten sinds 1 januari 2021 voldoen aan nieuwe Europese regels, die zijn bedoeld om fraude met bio-producten te voorkomen. Het certificaat is alleen nodig als een bedrijf biologische producten onverpakt verkoopt of bijvoorbeeld biologisch brood wil afbakken, Eko-kaas wil snijden, noten mengen of -het belangrijkst- losse bio-groenten en fruit wil verkopen. 

Geen handhaving
Skal gaf de winkelketens tot 1 maart de tijd, waarna kleinere (biologische) winkels zich uit de naad moesten werken, en soms duizenden euro’s kwijt waren, om gecertificeerd te worden. Vervolgens bleek dat de supermarktketens de regels aan hun laars lapten. Dat viel niet goed bij eigenaren van biowinkels.

De ketens konden de regels ook aan de laars lappen omdat Skal begin dit jaar zei vanaf 1 juni boetes te gaan uitdelen, maar dat niet deed. Skal laat weten dat er wel 96 ‘attenderingen’ zijn uitgegeven. De winkels volgden die op, waardoor er geen boetes hoefden te worden uitgeschreven.

De supermarkten wezen erop dat Skal de Europese regels wel heel erg strak interpreteerde. Zo gold een bandje om een courgette niet als verpakking. Met als gevolg dat niet-gecertificeerde winkels de bio-producten toch moeten verpakken. Wat toch vaak in milieu-onvriendelijk plastic gebeurt.

Volgens Skal krijgen binnenkort nog meer winkels een getuigschrift, maar niet allemaal. Ook omdat het niet altijd nodig is, aangezien sommige ketens biogroenten en -fruit verpakt willen verkopen. De organisatie laat ook weten dat winkels die niet gecertificeerd zijn, onaangekondigde controles kunnen verwachten.

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

Hebben we straks in onze omgeving nog voldoende voedselproducenten over om ons eten rechtstreeks te kopen? Of wordt de gang naar de supermarkt vol buitenlandse en bewerkte producten weer onderdeel van mijn dagelijkse leefstijl, iets dat ik inmiddels vijf jaar geleden met succes afgezworen heb…? Wordt de landkaart op de website van Fietsen voor m’n eten, gevuld met verkooppunten van lokaal eten, straks steeds leger? Net nu we ons vijfjarig bestaan vieren en ik tijdens onze kampeervakantie in Sneek weer dacht: wat fijn dat ik zo op de regiokaart kan kijken voor de juiste adressen en tips voor de melktap, stalletjes en boerenlandwinkels!

Marja van der Ende

Van een afstandje lees ik de berichten over de boerenprotesten. Ik probeer neutraal te blijven en me niet te laten manoeuvreren in één richting in de verschillende kanten van het verhaal. Verhalen over onteigening van familiegrond. Voor de natuur of stiekem toch voor woningbouw? Berichten over geweld om standpunten duidelijk te maken. Klachten over de ondersteboven-vlag omdat het voorbij gaat aan de werkelijke betekenis….

Al fietsend naar die plekken waar mijn boodschappen groeien, zie ik het protestgeluid toenemen. Ik zie meer omgekeerde vlaggen. Ik hoor over de vele tuinders die stoppen of de winterproductie stilleggen door hoge gasprijzen. Over boeren die hun al karige opbrengsten zien verdampen en ook bakkerijen die de deuren moeten sluiten, omdat de kosten voor energie, veevoer en graan de pan uitrijzen door de oorlog in Oekraïne.

Heeft al dat protesteren zin als de beeldvorming in de media scheef is en de regering niet ontvankelijk is voor het schrijnende verhaal van de eigen burgers? Ik vrees dat het verspilde energie is, vechten tegen de bierkaai. Als consument van lokale producten maak ik mij ernstig zorgen over de toekomst van ons voedsel. Vooral over de plek waar het geproduceerd wordt. Kan iemand mij geruststellen dat die kortste weg blijft? 

In Friesland vlogen de omgekeerde Nederlandse vlaggen en cynische ‘te koop’ borden bij boerderijen me ook om de oren. Even dacht ik tijdens de tweede week van mijn vakantie, op het eiland Fehmarn in het noorden van Duitsland, dat onze boerenprotesten ook door de Duitse bevolking gesteund werden. De omgekeerde Nederlandse vlaggen die statig wapperden in de wind bleken echter de vlaggen van de Duitse staat Sleeswijk-Holstein te zijn.

In Duitsland lijkt van nood ook geen sprake (behalve wanneer je er benzine gaat tanken). Al fietsend trof ik er uitgestrekte landbouwgebieden zonder protestvlaggen en spandoeken. Volop veeteelt en akkerbouw naast of geïntegreerd in de natuur en een enkele verdwaalde tomatenkas. De lokale producten waren direct terug te vinden bij de plaatselijke fleischerei, bij de vele houten aardappelstalletjes en streekproducten-automaten langs de weg en zelfs in het winkeltje op onze camping. Wat we nu in Nederland meemaken, voelt dan zo oneerlijk. Dit is hoe het bij ons ook hoort te zijn tot in lengte van dagen!

Is er straks nog wel een kortste weg, als de stikstofplannen van het kabinet doorgaan? Als tuinders tegen torenhoge energiekosten blijven oplopen? Als veevoer schaars en duur blijft? Als vissers hun boten stil moeten leggen door te hoge brandstofprijzen? Als de eerlijkere prijsstelling van de korte keten voor veel consumenten te duur blijkt omdat ze hun vaste lasten niet meer kunnen betalen? Stort het voedselproductie-systeem als een kaartenhuis in elkaar?

Of zijn deze ontwikkelingen nu juist broodnodige stappen naar meer van ‘hoe het vroeger was’, waarbij natuur en voedselproductie harmonieus samenwerken? Dat de rek in Nederland eruit is, is al langere tijd duidelijk. Is het werkelijk zo gezond voor ons land als we steeds meer productie proberen te behalen op steeds minder grond? Als we zestig procent van het hier geproduceerde voedsel exporteren naar het buitenland en ook weer heel veel producten importeren die we hier ook (kunnen) produceren, zoals vlees, veevoer en graan?

Ik wens ons toe dat deze crisis doet wat het woord eigenlijk betekent: een keerpunt. Een omkering van steeds maar meer (lees: te veel) belasting van bodem, grondstoffen en mensen, naar minder belasting en naar meer circulaire en natuurinclusieve voedselproductie. Minder druk op het systeem waardoor het zich kan herstellen en blijft functioneren. Het is als een menselijk lichaam in stress. De beste remedie is: de belasting doen afnemen en de belastbaarheid helpen toenemen.   

Op de vraag of er straks nog wel een kortste weg is, heb ik natuurlijk geen antwoord. Ik ben slechts een consument die een aantal jaren geleden besloot niet meer naar de supermarkt te willen en toen voor de kortste weg koos. Invloed op de uitdagingen waar we voor staan, heb ik niet.

Een crisis brengt helaas ook altijd slachtoffers met zich mee. Laten we hopen dat het aantal beperkt blijft en de wonden snel weer gelikt kunnen worden. En er dan geen onherstelbare schade is ontstaan…

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

De kaasboerderij van Freek en Nicole, een kleinschalig familiebedrijf van 200 jaar oud in het Groene Hart, maakt zich al jaren hard voor de natuur. Biologische producten. Natuurbeheer. Kleinschalig. Kruidenrijke graslanden. Boerenwinkel. Toch dreigt het bedrijf ten onder te gaan aan de stikstofplannen. Ze schreven een pamflet over het in duigen vallen van hun toekomsplannen, dat we hier herpubliceren.

Freek en Nicole van Leeuwen

Requiem voor een droom

Vooropgesteld: wij zijn niet zielig. Wij hoeven geen medelijden, medeleven of steunbetuigingen. We zijn gezond. We zijn ook vermogend. Op papier althans, met zoveel grond in eigendom. Een voedselbank is voor ons niet nodig en we wonen heerlijk vrij in de polder. We proberen dus te relativeren en niet te (veel te) klagen. Maar we hebben wel frustraties.

Boer worden

‘Wij’, dat zijn Freek en Nicole. Getrouwd, 44 en 43 jaar oud, twee kinderen. En we zijn boer. Ons bedrijf is een kleinschalige biologische kaasboerderij. In het Groene Hart.

Nadat we in 2004 allebei in Wageningen waren afgestudeerd gingen we aan het werk, zoals dat gaat. Nicole in het onderwijs, ik in de wereld van het ‘agrarisch natuurbeheer’. Een kantoorbaan. Met boeren en lokale natuurorganisaties zocht ik steeds naar de optimale combinatie van voedselproductie en zorg voor de natuur. Ik geloofde en geloof er vast in dat dat zeker mogelijk moet zijn en dat het totaal zelfs meer kan zijn dan de som der delen.

Intussen speelde de vraag: wat te doen met de boerderij van mijn ouders? De boerderij waar ik opgegroeid ben, en waar meer dan 200 jaar familiehistorie ligt. Het bedrijf was weliswaar gezond, maar volgens het Landbouw Economisch Instituut voor de toekomst eigenlijk veel te klein (ruim 40 koeien). Hoe zou je daar nu perspectief in moeten blazen voor een nieuwe generatie? Zonder sterk te groeien, want 200 koeien melken, dat zagen Nicole en ik niet zitten. Biologisch? Zeker, maar dan bleef het toch sappelen en kon het eigenlijk niet uit.

En wilden we eigenlijk wel boer worden? We zijn allebei universitair geschoold, hadden allebei een goede baan – het hoefde niet. Maar de gedachte bleef trekken, en we besloten er toch voor te gaan.

Emigratie werd een gedachte. Naar Frankrijk. Of naar Noorwegen, waar je met een klein bedrijf nog wel een goede boterham kunt verdienen. Op rondreis geweest. Met een makelaar gesproken. Maar ook grote twijfel: kunnen we dat wel?

Toen, rond 2006, maakte ik kennis met een nieuw fenomeen: particulier natuurbeheer. Het idee is daarbij dat grondeigenaren zelf natuur kunnen ontwikkelen. Ik had in Noord-Holland boeren gezien die dit gedaan hadden. Die hadden zich dus niet laten uitkopen voor natuurontwikkeling, maar deze zelf ontwikkeld. Ik had gezien dat natuurbeheer op deze manier ook een kans kon zijn.

Een droombeeld begon te ontstaan: een boerderij die samenwerkt met de natuur. Een boerderij waar de productie van topkwaliteit voedsel en de zorg voor natuur en landschap elkaar niet alleen verdragen, maar versterken. En waar mensen welkom zijn om van beide te genieten.

Eind 2006 heb ik een presentatie gehouden voor de Landinrichtingscommissie in ons gebied. Ik stelde voor om op onze grond een nieuw natuurgebied te ontwikkelen. Op dat moment was er nog maar 1 ander voorbeeld van particulier natuurbeheer in Zuid-Holland. De leden van de Landinrichtingscommissie, waaronder ook natuurorganisaties, waren aanvankelijk zeer terughoudend. Maar ruim 4 jaar later was het zo ver (ik sla nu heel veel stappen over) en werd ons nieuwe natuurgebiedje geopend door de gedeputeerde van de Provincie Zuid-Holland.

Onderdeel van de deal was dat onze buurman, die al langer weg wilde, vrijwillig ruimte maakte en zijn bedrijf aan ons verkocht. Na spannende gesprekken met de bank konden we dat net rondrekenen. Ook zijn landerijen betrokken we bij het nieuwe natuurgebied. En ik en Nicole gingen met ons pasgeboren dochtertje op zijn boerderij wonen, 700 meter van de boerderij waar ik opgegroeid ben.

De lokale kranten schreven erover. En ook de vakpers uiteraard. Pioniers, dat waren we. Een voorbeeldbedrijf. Vanuit het hele land kwamen boeren, natuurbeheerders en beleidsmakers bij ons kijken. Ik werd ook regelmatig uitgenodigd om een presentatie te geven over wat we gedaan hadden.

Ondertussen betekende dit alles wel dat onze keus gemaakt was: we gingen het bedrijf van mijn ouders overnemen. In 2008 stapte ik in de maatschap. In 2010 kwam de deal met de natuurontwikkeling en de koop van de boerderij van de buurman rond. In 2011 werden we biologisch.

En we troffen het. De markt zat mee. Nederland zat in een economische crisis, maar de animo voor biologisch, lokaal, diervriendelijk en natuurvriendelijk geproduceerd voedsel nam alleen maar toe.

Nieuwe stappen

We zaten niet stil. We volgden cursussen over kringlooplandbouw en deden mee aan projecten over natuurbeheer en lokale voedselketens. Langzaam groeiden we toe naar een nieuwe grote stap. Het werd tijd om te gaan denken aan een nieuw, toekomstbestendig stalgebouw dat paste bij onze nieuwe bedrijfsvisie. Een stal die past bij natuurbeheer. Die dus een goede kwaliteit, bodemverbeterende mest produceert. Die energieneutraal is. Die emissiearm is. Die optimaal welzijn voor de dieren biedt. Waar kalfjes bij de koe gehouden kunnen worden. En nog 100 wensen.

De Boerderij

Op 17 februari 2017 was het zo ver. Op de voormalige boerderij van de buurman werd onze nieuwe stal in gebruik genomen. Een feestelijke dag. Er was gebak en er waren veel mensen. Ook was er opnieuw veel vakpers aanwezig. Onze nieuwe stal was uitgerust met enkele innovaties die de aandacht hadden getrokken, waaronder een nieuw type emissiearme vloer en een speciaal en uniek uitmestsysteem dat de mest van de koeien verwerkte tot hoogwaardige vaste stromest.

De stal bood plek aan 60 koeien. Veel minder dan de combinatie van het bedrijf van mijn ouders (40 koeien) en het bedrijf van de vertrokken buurman (55 koeien) samen had. Maar voor ons genoeg en passend bij onze ambitie om extensief te werken en maximaal ruimte te bieden aan de natuur.

Niettemin mochten we al meteen de stal niet helemaal benutten. Er was gedoe rondom het fosfaatplafond en er werd een nieuw stelsel van fosfaatrechten ingevoerd dat keihard werd vastgepind op het aantal koeien dat je op 2 juli 2015 had. Voor ons betekende dat: 50 koeien, meer niet.

Dat was even slikken, maar we gingen door. En opnieuw zat de markt mee en ging het ons voor de wind.

En opnieuw werden we in alle vakbladen gepresenteerd als een voorbeeldbedrijf. Honderden boeren heb ik ontvangen. En ook ambtenaren, politici, waterschapsbestuurders, gedeputeerden, burgemeesters, onderzoekers, talloze studenten, de staatssecretaris en zelfs de bijna voltallige Raad van State (zonder de koning helaas). Allemaal geinteresseerd in deze landbouwpioniers met hun innovaties.

Natuurlijk was dat leuk. Tegelijk was het ook gewoon hard werken. Een zeer aanzienlijke hypotheek was inmiddels de harde realiteit, maar we zagen de toekomst zonnig in, en waren nog lang niet klaar met onze ambities.

Eind 2018 volgde de volgende grote stap: de overname. Dit was een heel spannend proces. Het was precair omdat wij natuurlijk nooit de werkelijke waarde van het bedrijf en alle bezittingen aan mijn ouders konden betalen en er dus een forse gunfactor bij kwam kijken. Maar we kregen het rond en per 1 januari 2019 waren Nicole en ik de eigenaren van de boerderij. En mijn ouders formeel met pensioen, hoewel ze nog volop (ook nu nog) bleven meehelpen. Het is ook hun levenswerk tenslotte.

Illegaal

Maar toen, eind mei 2019, kwam die inmiddels legendarische uitspraak van de Raad van State over de PAS – het ‘programma aanpak stikstof’. De Raad verklaarde deze PAS onverwijld naar de prullenbak. En dat veranderde alles voor ons, hoewel ik dat toen nog niet besefte.

De PAS was het stuk wetgeving dat had gegolden toen wij de vergunningen aanvroegen voor de bouw van onze nieuwe stal. Volgens de PAS moest je dan de gegevens van je nieuwe situatie invoeren in een rekenmodel (Aerius). Als de door dat model berekende extra uitstoot van stikstof hoger was dan een bepaalde waarde moest je vergunning aanvragen. Zat je daar onder, dan kon je volstaan met een melding.

Dat laatste gold voor ons, dus wij hebben netjes een melding gedaan. Onze extra uitstoot was vrijwel niks.

Maar doordat de PAS nu door de Raad van State werd afgekeurd, was ook onze melding plotseling niets meer waard. En waren we dus zomaar, buiten onze schuld, illegaal. Want nu vielen we terug op oudere wetgeving waarin een natuurvergunning vereist is. En die hebben we niet.

Feitelijk zijn we daardoor vogelvrij. Iedereen die dat wil kan om handhaving verzoeken bij de Provincie. Wie dat doet, en lang genoeg volhoudt, krijgt uiteindelijk gelijk, want wij zijn ontegenzeggelijk illegaal met ons bedrijf zonder natuurvergunning, en dan moet ons bedrijf dus stoppen. Daar komt nog bij dat het de mogelijke bezwaarmakers alvast gemakkelijk is gemaakt omdat, onder druk van WOB-verzoeken, onze adresgegevens als PAS-melder op de website van de overheid openbaar gepubliceerd zijn – wat behoorlijk bedreigend voelt, en ook als een aantasting van onze privacy. Terwijl we er dus niks aan konden doen, en we alles volgens de wet hebben gedaan.

Maar ook als er niemand om handhaving verzoekt, hebben we er nog last van. Veel banken financieren geen ‘PAS-melders’ meer. Gelukkig is onze trouwe Triodos vooralsnog wat soepeler, maar hoe lang nog?

In de eerste periode na de uitspraak van de Raad van State realiseerden wij ons deze gevolgen nog niet zo. De minister en alle politici spraken zich onmiddellijk uit voor legalisatie van de ‘PAS-melders’, dus aanvankelijk dachten wij: dat komt wel goed. Bovendien: waar praten we over? Onze extra uitstoot was vrijwel nul.

Maar vanaf halverwege 2021 werd dat gevoel anders. De minister heeft diverse keren geroepen dat ze de ‘PAS-melders’, zoals we nu dus heten (en we zijn met ca. 3.500) zo snel mogelijk gaat legaliseren. Maar de uitspraken van rechtbanken die alle stappen om dit te bereiken afkeuren stapelen zich inmiddels op, en het eind lijkt nog lang niet in zicht. Ik durf de stelling wel aan dat dit nog zeker 5 jaar gaat duren, en mogelijk nog veel langer.

Deze situatie duurt tot op de dag van vandaag voort. We hebben inmiddels diverse stappen gezet om tot legalisatie te komen. Maar dit verloopt zeer traag en dat heeft alles te maken met de totale impasse rond stikstof – er is simpelweg geen ruimte voor nieuwe vergunningen en dus ook niet voor ons.

Een kaartje

De jaren en de maanden verstrijken. De verkoop van onze biologische kaas bereikte in de coronatijd een piek. Zoals ik al zei: wij zijn niet zielig. De aantallen weidevogels in ons natuurgebiedje nemen elk jaar een klein beetje toe. Elk jaar zijn er meer kruiden te zien in de weilanden. Er broedt sinds 2019 elk jaar een paartje Steenuilen bij ons op de boerderij. En in 2020 werd ons bedrijf als één van 40 boerderijen in Nederland geselecteerd door Staatsbosbeheer als partnerboerderij, om samen met Staatsbosbeheer een nieuw soort pachtrelatie te gaan ontwikkelen.

Eind 2021 zijn we bovendien een nieuwe samenwerking aangegaan met een stel dat een zorgtak op onze boerderij is begonnen. Ze bieden dementerende ouderen een dagbesteding aan. Met hen onderhouden ze een groentetuin en kweken ze kruiden en zachtfruit. Daarmee gaat een oud ideaal in vervulling, namelijk om ons bedrijf ook een zekere sociale functie mee te geven.

In mei 2022 begon in de landelijke pers de spanning toe te nemen over de aanstaande plannen van de nieuwe minister van Stikstof en Natuur, Christianne van der Wal, voor het terugdringen van de stikstofuitstoot. Op vrijdag 10 juni kwam er de langverwachte ‘duidelijkheid’.

Een kaart.

Op die kaart kleuren. Nou ben ik kleurenblind. Paars en blauw, donkergroen of lichtgroen, ik kan het eigenlijk niet goed onderscheiden. Maar na inzoomen en vragen en nog eens kijken werd het duidelijk.

Onze boerderij, dat wil zeggen het erf, ligt in een gebied met een reductiedoelstelling van 47 %. Onze weilanden echter – het door onszelf ontwikkelde natuurgebied – hebben een reductiedoelstelling van 95 % meegekregen. En ja, inderdaad, ómdat het natuurgebied is.

Dit kan niet waar zijn, dat was de eerste gedachte. Als dit waar is, is het namelijk gewoon afgelopen met ons bedrijf. Een reductie van 95 % betekent gewoon: stoppen.

De tweede gedachte was: dat gaat echt niet gebeuren. Onze uitstoot is zo klein, en we werken biologisch, natuurvriendelijk, wat voor zin zou het hebben als wij moeten stoppen?

Plan B

Drie weken later hebben Nicole en ik echter besloten dat we een plan B gaan uitwerken. De minister heeft gezegd dat de kaart slechts een ‘praatstuk’ is. Maar de doelen blijven wel staan. Dat betekent concreet dat enerzijds de reductiepercentages nog helemaal niet vast staan. Anderzijds betekent het ook dit: als bij ons de reductiepercentages zouden zakken, zullen ze ergens anders moeten stijgen. En daar woont ook iemand die op het kaartje gekeken heeft. Daar komt dus een ‘beschaafde oorlog’ van, verwacht ik, waar wij liever niet op wachten.

Verder is er in de Tweede Kamer een motie aangenomen die zegt dat biologische bedrijven en ‘voorlopers’ zoveel mogelijk ontzien moeten worden. Maar dat was met de fosfaatrechten ook zo – meerdere keren zelfs. En dat heeft toen geen fluit geholpen. Een motie zegt niets. Er staat niet in hoe iets moet gebeuren – het is geen plan. Het is vooral een middel van politieke partijen om te laten zien waar ze voor staan.

Een plan B. Want zelfs als het ‘gebiedsproces’ mocht opleveren dat wij wel mogen blijven, hoe mogen we dan blijven? Mogen we dan nog wel mest uitrijden? Moeten we eerst vergunning aanvragen om de koeien nog buiten te mogen doen? Dat is namelijk serieus aan de orde. Mogen we dan 50 koeien houden en nooit meer? Heeft een generatie na ons nog wel ontwikkelingsmogelijkheden?

Bovendien heeft minister Staghouwer gezegd dat hij miljoenen beschikbaar heeft om boeren massaal te helpen ‘omschakelen’ naar een extensievere, natuurvriendelijkere bedrijfsvoering. Een omschakeling die wij in 15 jaar, zegmaar, op eigen kracht al hebben doorlopen. Ik begrijp dat allemaal wel, maar de vraag naar producten uit deze niche zal niet navenant groeien, en dus is de kans groot dat onze niche in feite verdwijnt. En daarmee ons verdienmodel.

Samenvattend: onze boerderij is een kleinschalig familiebedrijf, 200 jaar oud en nu inmiddels bewoond door de 6e en 7e generatie. In 2010 hebben we het bedrijf van de buurman gekocht en daarmee een kleine 40 koeien weggesaneerd. Plus jongvee. Op eigen kosten. We hebben een natuurgebied aangelegd van 32 hectare. Op onze eigen grond. We zijn omgeschakeld naar biologische landbouw. We leveren positieve natuurresultaten. We produceren hoogwaardige kwaliteitsproducten die vrijwel allemaal lokaal worden afgezet.

Tegelijk zijn we nu door overheidsfalen feitelijk illegaal en vogelvrij, en komen de stikstofplannen er op neer dat wij hier te veel zijn en dat ons verdienmodel verdwijnt. Als de plannen uitgevoerd worden zoals het nu op papier staat, moeten wij sluiten.

Plan B dus. Hoe en wat precies, daarvan hebben we nog geen idee. Maar wij willen handelen voordat het te laat is. Wij zijn namelijk niet zielig.

Intussen melkt Nicole nog steeds tweemaal daags de koeien. De kalfjes blijven inmiddels enkele weken bij de eigen moeder. Ik maak nog steeds 4 of 5 keer in de week kaas. Ook nemen wij nog deel aan diverse projecten over bijvoorbeeld biodiversiteit op de boerderij, duurzaam bodembeheer, en emissiebeperking. Maar daar twijfelen we steeds meer over. Wat heeft het eigenlijk nog voor zin?

Vier dagen in de week is ons winkeltje open. Met de klanten praat ik over stikstof, boerenprotesten (waar wij overigens nog nooit aan meegedaan hebben) en natuurbescherming.

Tot mijn verbazing blijkt vrijwel iedereen het logisch en vanzelfsprekend te vinden dat wij met ons bedrijf gewoon door zullen kunnen gaan. Ik leg uit dat dat allerminst zeker is. Ik grap niettemin dat kaas hamsteren voorlopig nog niet nodig is. Dit hele verhaal gaat nog jaren duren. Toch begrijpen de meesten die ik spreek het niet. Jullie bedrijf: biologisch, extensief, kringloop, natuurvriendelijk, sociaal, diervriendelijk. Hoezo zou dat weg moeten. Zo wilden we het toch?

Tja, leg dat maar eens uit…

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

“Het probleem is niet dat je niet weet wat je moet doen, maar dat je niet doet wat je allang weet”. Deze uitspraak van #omdenken gebruikte ik op 11 juli tijdens de workshop ‘Lokaal eten: gezonder en goedkoper?’, georganiseerd door Vitis Welzijn bij Bibliotheek Westland. Ik vertelde over de inzichten die ik kreeg na vijf jaar wegblijven van bewerkte voeding en fietsen naar de lokale tuinder en boer om eten te kopen.

Marja van der Ende

Een workshop betekent actief aan het werk gaan. In groepjes ging men aan de slag met het vinden van lokale voedselproducenten en kleine winkels op de regiokaart van Fietsen voor m’n eten – Westland. Puzzelen waar de ingrediënten van courgettesoep, broccoli-ovenschotel, pesto van radijsjesblad en Pasta di Marja (eigen recept) óók te koop zijn. Waar ze rechtstreeks van het land of uit de kas zo op je bord belanden, zonder te veel tussenschakels. Verser dan vers omdat er een minimale transporttijd is. Het puzzelen bleek aanstekelijk te werken.

Nu denk je misschien: “Maar ik weet echt niet wat ik moet doen!” Mag ik je dan herinneren aan hoe het vroeger ging? Mijn opa was tuinder op volle grond. Hij deed toen al aan strokenteelt omdat dat gangbaar was en hij had naast de kas een rijtje aalbessenstruiken en ander lekkers. Het vlees dat het gezin at, kwam van het varken dat op de tuin liep en de schillen kreeg. Verder was er ruilhandel tussen tuinders en boeren en werd brood bij de plaatselijke bakker gekocht om de Schijf van Vijf voor het gezin compleet te maken. Er was eens… een tijd waarin alles biologisch geteeld was. Die goeie ouwe (gezonde) tijd….

Deze manier van leven zit nog steeds in ons DNA. We waren altijd al jager-verzamelaars met meer voedselschaarste dan overvloed. Er was een natuurlijke harmonie in wat de natuur gaf en nam. Kunnen we nog terug naar die leefstijl? Als je #omdenkt, is alles mogelijk! 

Omdenken in de kortste weg

De weg terug naar vroeger lijkt nu, met de boerenprotesten, verder weg dan ooit. Maar er zijn ook genoeg lichtpuntjes. De boeren die al jaren bezig zijn met het omvormen tot natuurinclusieve landbouwbedrijven, met respect voor de natuur, weidevogels en insecten. Boeren die aan strokenteelt doen om de bodem terug naar een natuurlijke balans te brengen. Biodynamische tuinders die de kringloop in hun bedrijf sluiten om verspilling en vervuiling te voorkomen. Er gaat al heel veel goed en gelukkig zie ik daarvoor ook aandacht in de media.

De afgelopen vijf jaar heb ik me, door te gaan fietsen voor mijn eten en om mijn nieuwsgierigheid te voeden, verdiept in de ontwikkelingen in de land- en tuinbouw. Maar ik heb nog maar het topje van de ijsberg aan informatie tot me kunnen nemen. Ik weet nog slechts minder dan de helft van wat er allemaal gaande is.

Wat ik wel weet, heb ik gedeeld met de bezoekers in de workshop. Dit was al zo een overlading aan informatie dat het duizelde in de ruimte. Voor een paar mensen die naderhand naar me toe kwamen, waren er puzzelstukjes op hun plek gevallen. Ze bedankten me voor de mate van verdieping die ik als leek inmiddels bereikt had in de materie. Ik hoop dat ze daardoor het zetje hebben gevonden om de kortste weg te vinden en zelf op onderzoek uit te gaan.

Missie

Ik had het geven van deze workshop zelf ook nodig om weer te voelen waar ik eigenlijk mee bezig ben met dat fietsen naar de korte keten. Om mijn missie nog sterker voor ogen te hebben: mensen bewegen kritischer naar het product te kijken, dat zij dagelijks in hun mond stoppen. 

Welke weg heeft het afgelegd voordat het op hun bord is beland? Hoe is het geteeld? Wie heeft het (door)verkocht? Tegen welke prijs is het verkocht? Is er verspilling opgetreden? Is de aarde slechts beroofd van grondstoffen of is er ook iets voor terug gegeven? Is er nog iets van voedingswaarde over zodra het gegeten wordt of is het slechts vulling? Hoeveel afval heeft het opgeleverd? Is het wel gezond voor mijn lijf?

Dit zijn serieuze vragen die we onszelf en de winkel waar we het kopen niet dagelijks stellen. Daarom moet er nog veel meer transparantie komen. Niet in de vorm van verwarrende nutri-scores en andere keurmerken, maar workshops om consumenten te prikkelen om vragen te stellen en een andere weg te (her)ontdekken. 

Een om(denk)weg terug naar onze natuur. Ik ben graag het verbindende (fiets)paadje….

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!