De Kortste Weg

Het gaat goed met de korte keten. Heel goed zelfs, zegt Jan Willem van der Schans, expert en onderzoeker korte ketens. Supermarkten doen -schoorvoetend, dat wel- projecten met lokale bedrijven en bij consumenten en de overheid is er meer draagvlak. Daarbij is de korte keten eigenlijk veel groter dan de meeste mensen denken, zegt hij.

Wouter van Wijk

“Het gaat echt beter dan vijf jaar geleden. Er is in brede zin gewoon meer aandacht voor: de korte keten wordt vaker benoemd in de politiek en komt vaker voor in de media en in discussies. Het past ook in deze tijd. Het globale voedselsysteem heeft meer risico’s dan we dachten. Dat zie je nu duidelijk door de oorlog in Oekraïne. 

Daarbij zijn er een aantal iconische doorbraken bij supermarkten en grote cateraars. Supermarkten kopen meer rechtstreeks bij boeren in en binnen de overheid zie je ook initiatieven. Zo heeft Jumbo bijvoorbeeld de zuivelketen ‘Van dichtbij’. Ook Albert Heijn werkt met kortere ketens en communiceert hierover. 

Een ander mooi voorbeeld is Dienst Justitiële Inrichtingen, DJI, de overheidsdienst die gevangenissen beheert. Die heeft bij de aanbesteding van voedsel, een contract van een aantal miljoenen per jaar, de korte keten positief gediscrimineerd. Uiteindelijk hebben Vitam, Eurest  Sodexo het contract gekregen. Dat zijn op zich klassieke cateraars, maar ze werken nadrukkelijk samen met korte keten partijen zoals Boerschappen en Local2Local.

Uit onderzoeken blijkt dat de korte keten in omvang een miljardenomzet heeft, vergelijkbaar met biologische producten. Dat verwacht je misschien niet, maar het komt omdat de korte keten veel breder is dan je denkt. Het lijkt nu soms net alsof lokaal voedsel meteen een hip nieuw iets is, van foodies met ringbaardjes, maar dat is niet zo. Een  groot deel van de korte keten bestaat uit regionale voedsel netwerken, die al bestonden voor de globalisatie. Die hebben zich hebben weten te handhaven tegen de verdrukking in. Denk aan marktlui die al decennia producten uit de korte keten op markten verkopen. De klassieke dagmarkt is eigenlijk nooit volledig door supermarkten weggedrukt. Hier in Rotterdam op het Afrikaander Plein staan aardappeltelers uit Hoeksche Waard die al veertig jaar hun aardappelen verkopen direct aan de eindconsument. Denk ook aan handelaren die kaas, gemaakt door boeren uit de Krimpenerwaard, rechtstreeks of met een tussenschakel verkopen aan het Rotterdamse publiek. Dat is ook de korte keten.

Er is wel een probleem. In de middeleeuwen hadden de provincies en steden regels over voedselmarkten. Wat wel en niet kon. Die regels worden niet of nauwelijks nog gehandhaafd. Met als gevolg dat je nu ‘’lokaal’’ fruit koopt bij die leuke fruitstalletjes langs de weg, terwijl het gewoon uit Spanje komt. Of aardbeien uit Polen. Er wordt van alles geroepen. Met kaas zie je hetzelfde. Zo heb je De Rotterdamsche Oude. Zo’n naam impliceert dat de melk uit Zuid-Holland komt. Maar dat is helaas niet zo. Ze hebben een heel verhaal over smaak en authenticiteit, maar het waren gewoon een paar zakenmannen die in de skybox van Feyenoord bedachten dat er ook een stukje ‘Rotterdamse’ kaas bij het bier moest.

Het probleem van dergelijke, op halve waarheden gebaseerde oorsprong-claims, is dat het leidt tot oneerlijke concurrentie. Dan ligt in het schap een stuk kaas met melk uit de korte keten, van een boer die natuurvriendelijk werkt, naast een ‘Rotterdamse’ kaas die goedkoper is en ook heel vriendelijk lijkt. Het is een nieuwe taak voor de consumentenautoriteit, zou ik zeggen. Claims over de korte keten moeten ook gewoon kloppen. Pak dit landelijk aan of juist regionaal of lokaal, zoals vroeger.

Daarbij zie je ook problemen in de logistiek en de eisen van supermarkten. Zo verkoopt Landgoed Mariënwaerdt aardbeienjam van het landgoed. Maar de aardbeien komen vaak uit Polen! Ik zat tijdens een etentje ooit naast de kasteelvrouwe. Ze vertelde dat dat wel moest, want als je in de supermarkt wilt liggen, moet je jaarrond leveren. Waarom is dat? Waarom zeggen we niet: ‘s winters geen aardbeienjam? Mensen zeggen dan wel eens Jan Willem, je bent te idealistisch, je denkt dat supermarkten nog te veranderen zijn. Dat denk ik inderdaad. Ik wil graag de inkoop van supermarkten veranderen. Nu kunnen inkopers daar pas carrière maken als ze een lagere prijs hebben afgedwongen. Dat moet echt anders. We moeten toe naar inkopers die afspraken voor de lange termijn maken met boeren. Dat gebeurt veel te weinig. Het is niet zwart-wit kapitalisme versus idealisme. Het is slim inkopen versus dom inkopen.

Het gaat ook wel eens fout binnen bedrijven die zich richten op de korte keten. Een voorbeeld is de supermarktketen Agrimarkt. Deze keten was in handen van de boerencoöperatie CZAV. De Agrimarkt had korte lijntjes met boeren als toeleveranciers. Het liep als een tierelier, maar helaas is het door de boeren zelf om zeep geholpen. Verkocht aan de Jumbo. Terwijl je het als boer juist van dat soort bedrijven moet hebben. De Jumbo is ook veel minder gemotiveerd om het Zeeuwse en het Zuid-Hollandse landschap mee te nemen in hun beleid. Agrimarkt deed dat wel. 

Het is alleen maar duidelijker geworden dat je de regionaal opererende familiebedrijven moet koesteren, terwijl er steeds meer verdwijnen. Zo’n bedrijf is voor altijd weg. Dat is zó zonde, want je hebt echt de hele keten nodig om te kunnen functioneren. Dat zag  je ook bij de fruitveiling in Geldermalsen. Die heeft altijd tot doel gehad de kleine fruitteler te helpen aan afzet in een regionale markt. Totdat drie jaar geleden het bestuur besloot dat het anders moest. Men zette in op globalisering. Zonde!

Je moet ook verwerkende capaciteit hebben. Als die in handen is van een paar grote jongens, dan wordt het moeilijk. Als je een bier wilt maken van natuurinclusieve granen uit de korte keten, dan moet je bijvoorbeeld ook een mouterij hebben. Daar zijn er maar een stuk of vijf van in Nederland. De meesten zijn enorme, industriële bedrijven. Die kunnen niks met de opbrengst van een paar natuurinclusieve graan akkertjes. Dergelijke kleine hoeveelheden vermouten wordt veel te duur. Dat zag de provincie Zeeland ook. Om de korte keten te beschermen heeft de provincie aandelen genomen in mouterij De Swaen, in Kloosterzande. Om te voorkomen dat de mouterij weer in handen komt van een grote investeerder die niets met natuurinclusieve korte ketens heeft. Dat is heel slimme industriepolitiek. Daar hebben we meer van nodig. 

Ook is er te weinig transparantie in de opbouw van de kosten van voedsel. Dat moet veel beter. We moeten door de brei van bullshit heen als we de supermarkten en zuivelverwerkers willen veranderen. Dat is misschien moeilijk, maar het moet. En er moet echt melk uit Midden Delfland in de Rotterdamse kaas komen, dat is echt wel een wens van mij.”

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

Het gaat goed met Kievitamines, de Zuid-Hollandse leverancier van lokale biologische voedselpakketten. Zeer goed zelfs. Maar de 3.500 abonnees die de dienst nu heeft, is voor oprichter Sebastiaan Bos niet genoeg: “we gaan het overdragen”.

Wouter van Wijk

Bos begon allemaal 25 jaar geleden. “Toen ik klaar was met de tuinbouwschool, dacht ik: ik heb nu een diploma, hoe kom ik in godsnaam aan een plek? Toen vroeg een vriend van me, Maarten, of ik kon helpen bij zijn teeltbedrijfje. We zaten in een omgebouwde caravan met een stuk grond in Dwingeloo, in Drenthe. Het was koud en de eerste vijf jaar hadden we gewoon schrijnende armoede. We zaten op bijstandsniveau, maar wel 80 uur per week aan het werk!” 

Sebastiaan Bos

Ze hadden groenten over. Bos besloot een advertentie te zetten in Leiden, waar hij woonde. ‘Biologische groenten van eigen tuinderij, aan huis bezorgd, vraag de folder aan.’ Bos: “Dat speelde in 1996. Echt een andere tijd. Nog geen internet en bijna niemand kon verse biologische groenten thuisbezorgen.” Toch was de behoefte er zeker: “Veel meer mensen belden dan we verwacht hadden. We konden de vraag bijna niet aan!” Kievitamines was geboren.

Het was voor Bos ook een soort persoonlijke strijd: “Op de middelbare school had ik wel moeite om in het systeem aan te sluiten, ik onderpresteerde behoorlijk.” Wat hem op school in de weg zat, kwam juist van pas bij Kievitamines. “Laat mij mijn eigen systeem maar bouwen. Dat is een manier van werken die mij ligt.”

Bos deed het anders, en doet dat nog steeds: “Veel bedrijven werken nog steeds vanuit het land. Dan zie je vaak pakketten die mensen niet altijd willen. Ik ben begonnen met de klantenkring, daarna kwam het land pas. We denken veel meer vanuit een concept. We zijn niet zomaar het volgende voedsel-abonnement-bedrijf”

Despecialiseren

Zo wil Bos zich per se niet specialiseren: “We zijn een generalistisch bedrijf. We telen van alles. Vrijwel alle boerenbedrijven zijn tegenwoordig specialisten. Ze telen heel veel van hetzelfde. We staan daarom wel echt ver van de gemiddelde boer af. Ons concept zal ook weinig boeren aanspreken, die zijn meestal enorm gemechaniseerd en kunnen niet doen wat wij doen.” 

Juist het gebrek aan mechanisatie is voor hem een voordeel: “We zijn ontzettend lief voor de grond. Het bewerken doen we vooral met de hand. Met de grelinette bijvoorbeeld.” Dat is een soort hooivork waarmee je de grond diep kunt beluchten, zonder het leven onder de grond, zoals de wortels en wormen, te beschadigen.

Grondbewerken met de grelinette

“Bij ons zit er veel leven in de bodem, veel meer dan wanneer je er met een grote trekker over rijdt en zo alles plat stampt. Dat zie je ook aan de grond en de groenten en het komt terug in de resultaten van de bemonstering. Er zit veel meer leven in, veel meer micro-organismen dan in de meeste landbouwgrond. Daar heeft een bodem dan wel vulling, maar geen voeding. Wij kopen voor 1.000 euro aan gesteentemeel. Dat verdeel ik over het land. Met als resultaat meer mineralen in de grond en dus in de groente.”

Onafhankelijk

Kievitamines is ook niet afhankelijk van andere partijen. Erg belangrijk volgens Bos: “We telen niet voor de veiling, maar direct voor de consument. Dat merk je. Boerenkool wordt bijvoorbeeld meestal als hele grote plant geteeld. Dat past niet in ons pakket. Dus dat doen we niet.” Het voordeel is groot: “Bij ons duurt het maximaal twee dagen van land naar klant. Bij de normale logistiek duurt het zo een week.”

Kievitamines voedselpakket

De onafhankelijkheid biedt meer voordelen: “We hebben nu met een brandstofcrisis tot en met. Daar hebben wij weinig last van, we hebben het vanuit ons DNA op orde, want we zitten altijd tegen de bebouwde kom aan. We kiezen bewust dat onze klantenkring niet meer dan 25 kilometer om ons heen zit. Ik ken ook lokale bedrijven die landelijk willen werken. Dat willen wij niet.”

Toekomst

“We zijn wel iets aan het neerzetten dat je ook kunt overdragen. Dat wil ik op termijn ook. Het resultaat is nu al veel beter dan ik ooit heb gedacht!” Om Kievitamines echt uit te breiden, wil hij wel anders werken: “In de toekomst willen we klanten uitnodigen om te investeren. Dan krijg je een heel andere financiële kracht.” Hij hoopt op die manier het concept op veel meer plaatsen te kunnen uitvouwen. De tijd is er wel rijp voor. Crowd-funding is populair, zeker ook in de biologische teelt en de korte keten. “Ik wil echt een alternatief bieden voor al die verkokerde teeltvormen.”

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

Steeds meer mensen kopen hun voeding in biologische speciaalzaken, blijkt uit een recent rapport van BioNext Nederland. Maar er valt nog een wereld te winnen, want het marktaandeel van biologisch voedsel in de Nederlandse supermarkten blijft rond de drie procent hangen. Flink minder dan in Europese koplopers als Denemarken (12,1%), Zwitserland (10,4%) en Oostenrijk (9,3%). Roosmarijn Saat, supermarkteigenaar en bestuurslid van BioNext, wijst naar de prijs als grootste boosdoener. Maar dat is niet het enige.

Kees Vermeer

Saat is eigenaar van de biologische supermarkt Gimsel, in het centrum van Rotterdam. Haar winkel deed het in 2020, met een omzetgroei van 15 procent, erg goed. Maar Saat ziet ook dat nog veel stappen nodig zijn. “De prijs blijkt voor veel mensen nog een drempel om biologische producten te kopen. Maar met biologisch zorg je op alle fronten voor verbetering van onze hele leefomgeving.”

Verschillende crisissen
“Maar er zijn nu verschillende crisissen tegelijk aan de gang. Niet alleen corona maar ook stikstof, het klimaat en afnemende biodiversiteit. Die crisissen hangen met elkaar samen en we kunnen ze niet langer negeren. Steeds meer mensen vragen zich af wat zij zelf kunnen doen. Als je volledig overstapt naar biologisch, ga je in één keer veel aspecten van de crisissen te lijf. Je draagt bij aan het tegengaan van klimaatverandering en biodiversiteit, en aan betere bodem- en waterkwaliteit.” Biologische producten hebben dus veel extra waarde(n) in zich. Maar het is volgens Saat lastig om al die waarden te laten zien aan de consument. Dat verklaart ten dele het tot nu toe karige aanbod van biologische producten in de gewone supermarkt, waar producten vooral wat betreft prijs met elkaar concurreren.

‘Als je volledig overstapt naar biologisch, ga je in één keer veel aspecten van de crisissen te lijf‘ – Roosmarijn Saat

Verdienmodel
Toch kan biologisch een goed verdienmodel zijn. Saats eigen winkel laat dat wel zien: een mooie grote supermarkt met alleen maar biologische producten, die bovendien veelal van lokale leveranciers komen. De supermarkt is onderdeel van het drukbezochte winkelcentrum De Groene Passage in hartje Rotterdam: zeven winkeliers die samenwerken vanuit dezelfde gedachte van duurzaam, fairtrade en groen. “Voor verdere groei van de biologische sector is het van belang dat vraag en aanbod hand in hand gaan. Als de vraag groeit, kunnen boeren meer investeren om hun bedrijf uit te breiden zodat ook het aanbod toeneemt.”

Marktaandeel
Saat is ook lid van het dagelijks bestuur van Bionext. Deze ketenorganisatie voor biologische landbouw en voeding publiceert elk jaar een trendrapport. In het recent verschenen rapport over 2020 staat onder andere dat er iets meer Nederlandse landbouwgrond wordt gebruikt voor biologische productie, dat 95,6% van de Nederlandse huishoudens in 2020 biologische producten heeft gekocht, en dat melk, eieren en yoghurt de meest verkochte biologische producten waren in de supermarkt. Maar het marktaandeel van biologisch in de Nederlandse supermarkten is slechts rond 3%. Flink minder dan in de Europese koplopers Denemarken (12,1%), Zwitserland (10,4%) en Oostenrijk (9,3%). Nederland blijft ook ver achter wat betreft het percentage landbouwgrond met biologische teelt: dat is slechts 4%, tegen 8,5% als Europees gemiddelde. Oostenrijk is in de EU koploper met 26% biologisch landbouwareaal.

Teleurstellend
Vooral het lage percentage biologische landbouwgrond is erg teleurstellend, vindt Saat. “Nederland heeft veel reguliere landbouw, met een groot deel voor export en voor diervoeding en veeteelt. Om dat te veranderen, zijn onder andere maatregelen nodig van de overheid. Die kan boeren bij de hand nemen en hen goede mogelijkheden bieden zodat zij zich gesteund voelen. Boeren die willen omschakelen, hebben de overheid nodig om dat mogelijk te maken. Maar helaas maakten afgelopen jaar, voor het vierde jaar op rij, minder boeren de overstap naar biologisch. Vanuit de Europese Green Deal wordt nu de Farm to Fork strategie uitgewerkt. Bionext praat daarover mee en kan haar visie inbrengen. Bovendien zien we steeds meer aandacht voor biologisch bij het ministerie van LNV. Met de Green Deal hebben we gelukkig wel de wind in de rug.”

Prijs is barrière
Er is ook ondersteuning nodig voor de consument, betoogt Saat. Bijvoorbeeld meer voorlichting over de waarden van biologische producten. Want de prijs blijft de grootste barrière om biologisch te kopen: 65% van de huishoudens zegt vaker biologisch te kopen als het goedkoper zou zijn. “Maar in prijzen in de reguliere supermarkt zijn niet de effecten op de leefomgeving verrekend. Dat zijn dus geen ‘echte’ prijzen. Biologische producten hebben een prijs die verantwoord is. Je doet er iets goeds mee voor de wereld en voor je eigen gezondheid. Een win-win situatie. Bovendien help je boeren om te verduurzamen. Daarom hoop ik dat er meer bewustzijn ontstaat over prijzen van producten.”

BTW schrappen
De biologische speciaalzaken hadden vorig jaar een omzetgroei van gemiddeld 7,8%, voor Gimsel was dat zelfs bijna het dubbele. “Belangrijke punten voor onze klanten zijn hun gezondheid, de echte prijs van producten, openheid over hoe vervuilend reguliere producten zijn, het tegengaan van de huidige crisissen, en het verminderen van afval. Klimaat, milieu en gezondheid zijn de grote thema’s die nu spelen.”

Het moet sneller
Saat vertelt gepassioneerd over haar werk en visie. Ze is er mee opgegroeid: in 1988 startten haar ouders natuurvoedingswinkel Gimsel in Rotterdam, waar zij als jonge meid meehielp. “Mijn ouders waren pioniers. Toen al was er het besef dat de reguliere manier van landbouw niet kan doorgaan. Ik ben blij dat het biologisch marktaandeel groeit, maar er zijn nog stappen nodig en het moet sneller. Misschien moet het ook rigoureuzer, met boeren die eisen dat zij met steun van de overheid kunnen omschakelen naar biologisch. Bijvoorbeeld met een omschakelfonds voor boeren. Ook Bionext wil hen daarin ondersteunen. We weten hoe het moet, dus laat ons je helpen om de goede weg te vinden.”

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

In het hele land staan boeren op hun achterste benen omdat er boerderijen uitgekocht dreigen te worden, al dan niet verplicht. Niet gek, gezien de impact en de soms dubieuze rol van de overheid. Maar er is een andere kant: een uitkoop kan ook positief uitpakken voor sommige boeren, zo blijkt bijvoorbeeld bij de Beijersche Schuur in Zuid-Holland.

Wouter van Wijk

Boerin en mede-eigenaar Yfke Boer vertelt: “We hadden weinig keuze toen de provincie Zuid-Holland bij ons aanklopte. Weggaan, meegaan of ermee stoppen. ‘We zien wel’, dachten we. Het waaide ook over. Maar we zagen ook wel dat er iets moest veranderen en wilden ook niet op dezelfde voet verder.” 

Yfke Boer – ‘Jaja, we doen onze naam eer aan!’

“Toen kwamen de provincie er weer mee. Een aantal jaar later, in 2010. Ze vroegen: willen jullie biologisch worden? Dat wilden we niet. Dan moet je vee loslopen, je moet veranderen. Je mag geen kunstmest gebruiken, waardoor alles minder hard groeit. Dan heb je voor dezelfde opbrengst weer meer land nodig.” 

Twee dochters, twee stukken land

“Maar toen kwamen onze dochters, die zeiden: we willen verder met het bedrijf. Ze zijn 30 en 28. Dat veranderde alles. We dachten: als zij het willen, dan wij ook. Dat hebben we aangegrepen om te veranderen. Zonder hen zou ons bedrijf stoppen.”

“Dus hebben we ons ingeschreven om er land bij te krijgen. Op Haastrecht. De boer die er zat is uitgekocht. Hij wilde tien jaar geleden niet meedoen en is weggegaan. Dat was niet leuk voor ze hoor! Ze hadden een melkveebedrijf. Hij zag niets in biologisch boeren en wilde op oude voet verder gaan. Ze zijn nu verhuisd naar een paar kilometer verderop. Op zich hebben ze mooi land nu en ze kunnen nu meer koeien melken. Maar hij is nog steeds boos.”

“De boerderij ernaast is ook uitgekocht. De provincie zat met die boerderijen in de maag. Na een beetje onderhandelen lukte het om het land erbij te pachten. We hebben het in gebruik en kunnen er maaien en droogvee kunnen brengen. Dat ging dus goed. Nu staat er een boerderij. Daar willen we graag de stal van gebruiken. “

“Want de ene dochter wil in Haastrecht verder. Ze gaat er jongvee opfokken. De ander blijft hier. Daarom willen we de boerderij die op dat land staat overnemen en land erbij huren.”

Otter moet settelen

“Maar goed, het is wel een heel andere manier van werken. Je moet een natuurinrichtingsplan maken. Daar kijkt dan een ecoloog naar. Je moet het met die ecoloog eens zijn, en de ecoloog met jou. Dat is wel gedoe, maar ook wel mooi.”

“Er loopt zo’n ecologische lijn door het land heen, vanuit Reeuwijk en dan door naar Bilwijk toe. De dieren moeten zelfs onder de provinciale weg door kunnen. Zo moet de otter zich hier kunnen settelen. Die willen ze graag hierheen krijgen. En andere soorten vogels en vissen. Zo moesten we de walkant afgraven, omdat de waterhuishouding anders moet.”

Yfke en Marinda leggen uit hoe ze overstappen op ‘natuurlijk boeren’

“De insteek is heel anders. We werken aan kruidenrijk grasland en stroken natuur. De sloten worden vergroot, waardoor een deel van je land moeras-achtig wordt en er meer riet kan groeien. Zo ben je op een heel andere manier met de natuur bezig dan wij al die jaren hebben gedaan. Je gaat ook deels terug in de tijd! Dat maakt het ook interessant.”

“Aan de andere kant moet je voor biologisch boeren ook een heleboel doen en laten. De natuur inrichten, geen kunstmest, bestrijdingsmiddelen. Dat kost geld. En je moet duurder inkopen. Voer bijvoorbeeld. Daar moet ook wat tegenover staan. Ik hoop dat consumenten en supermarkten zich dat ook beseffen.”

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

Na een zeer succesvolle crowdfunding-actie opende Rechtstreex, de Zuid-Hollandse voedselcommunity, deze week een distributiecentrum in Den Haag. Tijd voor een gesprek met oprichter Maarten Bouten.

Wouter van Wijk

Maarten Bouten van Rechtstreex

Gefeliciteerd met de opening! Bij de crowdfunding haalden jullie supersnel, in een halve dag 100.000 euro op. Dat was gelijk het maximale bedrag. Het streefbedrag was 50.000. Wat hebben jullie nu extra gedaan?

Het verschil zit hem in de uitvoering van het distributiecentrum. Heel klein of echt goed. Met het minimale bedrag konden we heel klein beginnen en dat uitbouwen. Met dit succes hebben we het helemaal kunnen inrichten zoals we wilden. Zo kunnen we mensen nog beter bedienen.

Een vliegende start dus. Kunnen jullie hiermee beter concurreren met bijvoorbeeld supermarkten en maaltijdboxen?

Die concurrentie valt wel mee. Je hebt veel types consumenten. Sommigen gaan voor lage prijzen en komen bij de goedkope supermarkt terecht. Anderen kiezen voor gemak en bestellen een complete maaltijdbox met afgepaste hoeveelheden en een recept. Weer anderen vinden duurzaamheid, milieu en lokaal voedsel belangrijk. Dat zijn natuurlijk de mensen waar wij ons op richten.

Waar maken jullie het verschil?

Bij ons kun je vrij je boodschappen doen, net als bij anderen, maar dan met producten van boeren uit je eigen regio. Waarbij je kunt zien waar het gemaakt is en door wie. Dat vinden steeds meer mensen belangrijk. Daarbij is het niet alleen een distributiesysteem, maar ook een sociaal systeem. We hebben zo’n 1.000 producten. Die zijn niet anoniem zoals in de supermarkt, maar je kunt degene die het verbouwd of gemaakt heeft aanspreken en vragen stellen. Dat is nogal een verschil.

Zeker. En de andere kant? Wat doet Rechtstreex voor de producent?

We betalen een eerlijke prijs aan de boer. We knijpen ze niet uit, om het telkens weer een klein beetje goedkoper te krijgen. In de supermarkt gaat 4 tot 40 cent van iedere euro naar de producent of de boer, een beetje afhankelijk van het product. Bij ons is dat 56 cent, gemiddeld.

Dat is nogal een verschil. 

Jawel. Maar ik wil ook niet gelijk populistisch doen tegenover supermarkten. Dat is te gemakkelijk. Bij ons is het anders. We kopen niet in een keer een grote partij op. Niet per vrachtwagen, maar per kratje. Dat moet je als boer ook willen. Sommigen willen zoveel mogelijk produceren, anderen vinden het letterlijk leuker om met ons te werken. Dat kost ze wel meer werk, maar is ook meer waard. Als je als boer meer zelf doet, krijg je ook meer.

Heeft jullie initiatief ook invloed op supermarkten, denk je?

Ach, wij zijn natuurlijk een hele kleine speler. Ik kan me wel voorstellen dat we een voorbeeld kunnen zijn voor anderen, inspiratie bieden. Het voedselsysteem is natuurlijk enorm gecentraliseerd en grootschalig. Dat kan zeker veranderen. Wie weet duwen wij het een klein beetje in die richting. Ooit hadden we ook het idee om onze producten in de supermarkt te leggen, maar uiteindelijk hebben we gekozen voor één ambitie, deze. Dat werkt goed. Maar wie weet doen we ooit nog iets in die richting.

Met al dat succes rijst natuurlijk de vraag: wat brengt de toekomst voor Rechtstreex? Uitbreiden naar andere regio’s?

Dat willen we zeker wel, maar niet te overhaast. We groeien nu met dertig procent per jaar, dat is prachtig. Toen we begonnen wilde ik alles in de wereld even veranderen. Dat werkt natuurlijk niet. Nu zijn we doelgerichter geworden, realistische ook. We doen niet meer alles tegelijk, maar juist één voor één. Dat is al uitdaging genoeg!

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

Lokaal en gezond eten met een klein budget, is dat mogelijk? ‘Jazeker!’, zeggen ervaringsdeskundige Simone van Engelsdorp en Arike Mijnlieff van Voedselfamilie Krimpenerwaard. Van Engelsdorp weet met een minimuminkomen gezonde maaltijden op tafel te zetten met verse producten van plaatselijke producenten. Samen zetten de dames zich in om mensen met een lager inkomen te inspireren om voor lokale producten te kiezen.

Ilona de Ruijter

Van Engelsdorp en Mijnlieff willen laten zien dat je met een klein budget een groot verschil kan maken voor je eigen gezondheid én een gezondere samenleving. Dit kan, omdat ze mensen met een lager inkomen echt willen verbinden aan producenten van gezond en lokaal voedsel. Het voorlichtingsprogramma ‘Kies voor het Maximum met een Minimum’ bevindt zich nu in de startfase.

“De Voedselfamilie Krimpenerwaard werkt aan brede bewustwording van gezond, duurzaam en betaalbaar eten uit de regio. Dat is niet alleen belangrijk voor onze gezondheid, maar ook die van de bodem en de lokale economie. Zo blijft de natuur in de toekomst voor onze kinderen bewaard en kan zij hen blijven voeden”, vertelt initiatiefnemer en kwartiermaker van de Voedselfamilie Krimpenerwaard Mijnlieff.

Simone en Arike met lokale seizoensproducten bij een afhaalpunt van Rechtstreex

‘Dat kan ik niet betalen’
Helaas zijn lokale, biologische producten over het algemeen duurder dan die uit de supermarkt. “Als je tegen mensen met een laag inkomen zegt dat het beter is om biologisch te eten, is hun antwoord steevast: ‘Dat kan ik niet betalen’. Maar dat betekent niet dat het onmogelijk is. Met een klein budget maak je keuzes in eerste instantie met je portemonnee en zoek je de goedkoopste producten: vaak bewerkte en minder gezonde opties. 

Ik wil mensen laten zien dat het mogelijk is met een kleine beurs toch lokaal en gezond te eten”, licht Van Engelsdorp haar motivatie toe. 

“Bij Rechtstreex is de biologische variant soms goedkoper dan het gangbare product in de supermarkt”

Simone van Engelsdorp

Van Engelsdorp koopt haar groenten bij Rechtstreex. “Daar is de biologische variant soms goedkoper dan het gangbare product in de supermarkt. Bijvoorbeeld de uien en spitskool. Seizoensgroenten zijn sowieso een stuk betaalbaarder én beter voor het milieu. Ik vind dat mijn gezondheid dat waard is.” Maar ze wil het niet makkelijker laten lijken dan het is: haar minimumloon is niet toereikend om uitsluitend producten uit de korte keten te kopen. “Het hoeft ook niet perfect. Als je drie dagen per week gezonde en lokale producten eet, dan is dat al winst voor je gezondheid en het milieu.”

Eet alles op
Hoe Engelsdorp het betaalbaar en leuk maakt om met haar minimum inkomen lokale seizoensproducten te kopen? Door alles op te eten! Vanzelfsprekend gooit zij geen kliekjes weg. Maar ook van groenten kun je zoveel meer eten dan de meeste mensen weten. “Neem een bloemkool; over het algemeen worden alleen de roosjes gegeten. De stronk vinden veel mensen niet lekker, maar die smaakt goed in een gepureerde soep. En de bladeren zijn heerlijk als je ze frituurt, verrassend hè?”, straalt Van Engelsdorp.

Natuurlijk kost die lokaal geteelde bloemkool meer dan eentje uit de supermarkt. “Maar dan weet je dat je een onbespoten bloemkool eet waarmee je lokale ondernemers steunt. Door meerdere dagen elk deel van die bloemkool te eten, bespaar je uiteindelijk geld en ben je onderaan de streep niet per se meer geld kwijt. Ik ben een overzicht aan het maken van betaalbare seizoensgroenten en hoe je de verschillende delen van die groenten kan verwerken. Daarmee wil ik mensen handvaten geven.”

Mensen bereiken
Om zoveel mogelijk mensen met een kleine beurs in de Krimpenerwaard te bereiken is Mijnlieff in gesprek met een woningcorporatie in de regio. “Mensen met een klein inkomen wonen over het algemeen niet in de dorpen op het platteland, maar in een huurwoning in de steden. Met hulp van woningcorporaties kunnen we onze doelgroep dus in één klap bereiken.” 

Van Engelsdorp wil binnen de voorlichtingscampagne demonstraties en kookworkshops gaan organiseren om mensen met een klein budget kennis te laten maken met lokale seizoensproducten. “Als je je eenmaal bewust bent van de mogelijkheden, kan je er creatief mee omgaan. Ik maak bijvoorbeeld mijn eigen bouillon van groenteafsnijdsels en vleesbotjes. En aan het einde van de week maak ik van alle overgebleven groenten een Spaanse tortilla, pizza of soep. Dat wil ik anderen ook leren.”

En er zijn nog zoveel meer mogelijkheden om met een klein budget toch gezond en lokaal te eten. “Bijvoorbeeld eten uit de berm”, vertelt Mijnlieff, “Dat is zelfs gratis. Maar je moet wel weten wat je plukt.” Ook het project Fietsen voor m’n Eten is heel budgetvriendelijk. “Dan kan je bij tuinders verse groente en fruit kopen en soms zelf gratis ophalen. Dat is win-win voor je gezondheid: je bent in beweging én koopt gezond en lokaal voedsel.”

Uiteraard zal niet iedereen met een klein budget geïnteresseerd zijn: “Er zijn helaas mensen die gezonde voeding niet belangrijk vinden. Maar ik wil de mensen die wél geïnteresseerd zijn bij de hand nemen en ideeën aanreiken. Het raakt mij dat gezonde voeding zo ontoegankelijk lijkt, want uiteindelijk is een goede gezondheid je grootste rijkdom”, besluit Van Engelsdorp. 

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

Van een kleinschalig initiatief groeide Fietsen voor m’n Eten in nog geen vier jaar uit tot een succesvolle vrijwilligersorganisatie, waarin mensen fietstochten met elkaar delen met locaties van boerderijen, tuinders en streekwinkels. Het initiatief van Van der Ende is niet onopgemerkt gebleven: onlangs nam ze de publieksprijs in ontvangst van de Vrijwilligersprijs WestlandHart. Met de prijs is een bedrag van € 2.500,- gemoeid, maar Van der Ende is vooral blij met deze erkenning vanuit het publiek. “Ik wil toe naar landelijke dekking, met 130 regio’s.”

Kees Vermeer

Van der Ende, die ook op deze website, De Kortste Weg, regelmatig in columns haar ervaringen deelt, heeft de afgelopen jaren tientallen enthousiaste vrijwilligers bij elkaar gebracht. Er zijn mensen die bijvoorbeeld de facebookgroep coördineren, meehelpen op beurzen en streekmarkten, de website beheren en bijwerken, fietsverslagen schrijven, recepten delen of als ‘voorfietser’ mensen in hun regio motiveren om de fiets te pakken voor hun dagelijkse eten. Dat gebeurt inmiddels al in 17 regio’s.

Helemaal tot rust

Het idee ontstond tijdens een vakantie in Zeeland in 2017. “Ik fietste daar rond en kwam een vleesboerderij tegen. En stalletjes langs de weg, kwekerijen… Zo fietste ik mijn eten bij elkaar terwijl ik tegelijk de streek verkende. Dat heb ik drie weken gedaan en vond het heerlijk. Ik kwam helemaal tot rust!”

Uitreiking van de Westlandhart publieksprijs

“Eenmaal weer thuis wilde ik dat ook doen in het Westland. Ik maakte een website, maar ik kende toen nog maar twee locaties voor verse groenten en fruit. Daarom maakte ik een facebookgroep, voegde vrienden uit de regio toe en heb iedereen gewoon gevraagd naar adressen van boerderijen, kwekerijen en kleine winkeliers. Dat liep meteen enorm snel! Na drie dagen had de groep vijfhonderd leden. En door een artikel in de krant werden dat er al snel duizend.”

16.000 leden

Van der Ende kreeg veel publiciteit. Zo benoemde de Fietsersbond haar tot Fietsburgemeester van het Westland en was ze te zien op TV West. Maar de aanwas ging vooral snel in de eerste corona-lockdown: in drie weken steeg het aantal leden van de facebookgroep naar negenduizend. “Het groeide zo snel dat ik er een besloten groep van moest maken. Helaas kan ik dat nu niet meer terugzetten naar een openbare groep.”

Momenteel telt de groep 16.000 leden, die al zo’n driehonderd locaties deelden. De website heeft nu onder andere een sponsor-knop. “Daarmee zamelen we geld in voor activiteiten en om de website te verbeteren. Ook het bedrag van de vrijwilligersprijs steken we daarin. De nieuwe website is begin deze maand online gegaan. De facebookgroep is er vooral voor actuele tips, berichten en fietsverslagen.”

Oneerlijke prijsstelling

Hoewel Fietsen voor m’n Eten dus eigenlijk bij toeval ontstond, zit er wel degelijk een diepere motivatie onder bij Van der Ende: “Ik zie hoeveel moeite lokale voedselproducenten hebben om hun producten te laten zien. In supermarkten hebben ze te maken met oneerlijke prijsstelling. Dat gaat me aan het hart, mede omdat ik zelf ondernemer ben. Daarnaast zijn producten bij de boer niet voorverpakt in plastic. En gaan we verspilling tegen omdat we langs de weg ook producten met een plekje kopen, die in de supermarkt altijd blijven liggen.”

Sinds twee jaar organiseert Van der Ende ook groepsfietstochten. Aan de hand van een gerecht voor een lekkere soep gaat zij met een groep op pad om de ingrediënten bij elkaar te fietsen. Na afloop wordt de soep met de groep gemaakt en gegeten. “Elke rit is weer anders. En onderweg krijgen we ook een kijkje bij een kweker of in een boerenschuur. Helaas lag dit vanwege corona de afgelopen tijd stil. Ik hoop dat we dit nu weer kunnen oppakken.”

Marja en haar ijzeren ros

Band met boeren

Naast haar drukke activiteiten voor Fietsen voor m’n Eten heeft Van der Ende een praktijk voor massagetherapie en leefstijladviezen over bijvoorbeeld voeding en bewegen. Dat kan zij goed combineren en de werkzaamheden sluiten zelfs mooi bij elkaar aan. Bovendien geeft zij boeren en telers een platform om verhalen achter hun werk en hun producten te delen.

“Ik vind het leuk dat ik een goede band heb opgebouwd met de aanbieders in de groep. Ze zijn ook onderdeel van enkele fietsroutes die ik heb uitgestippeld. Dat wordt erg gewaardeerd, onder andere met sponsoring. De boeren en telers zien de meerwaarde van Fietsen voor m’n Eten. We zetten letterlijk de kleine aanbieders op de kaart.”

Landelijke ambitie

Klaar met Fietsen is Van der Ende nog lang niet, plannen genoeg. Ze wil bijvoorbeeld de website koppelen aan een fietsrouteplanner. Daarvoor gaat ze onderzoeken of er al apps zijn die ze kan koppelen, of dat ze zelf iets moet ontwikkelen. Verder heeft ze de ambitie om landelijke dekking te bereiken, met een groei van de huidige 17 naar 130 actieve regio’s met voorfietsers die hun eigen regio in beweging brengen. 

“Dus we hebben nog lekker veel te doen de komende tijd”, lacht ze. “Ik sta altijd open voor samenwerking, ook met vergelijkbare initiatieven, en zie wel wat er gebeurt. Ik wil in ieder geval geen platform dat door geld wordt gestuurd. Dit is iets vanuit de maatschappij. Een echt consumentenplatform, met ook een belangrijke stem voor de aanbieders.”

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

Sinds boerenvoorvechter Caroline van der Plas met haar BoerBurgerBeweging een zetel in de Tweede Kamer veroverde, is ze niet meer uit de media weg te slaan. Of ze nou met een trekker het Binnenhof op komt rijden, in praatprogramma’s reuring veroorzaakt, of een botsinkje met Rutte heeft, de oud-journalist weet zich in de kijker te spelen. Maar waar staat ze eigenlijk voor, inhoudelijk? Voor de traditionele boer of de biologische? Groot of klein? Lokale producten of de export?

Wouter van Wijk

Het beeld dat veel mensen van haar hebben, is vooral die als voorvechter van traditionele, industriële boeren. Ze bezweert het tegendeel: “Ik ben niet, zoals veel de meeste mensen denken, voor de turbo-boeren. Dat alles groter en sneller moet. Juist niet. Maar we moeten wel kijken naar hoe je verandert. Moet dat snel? Wij willen dat het in kleine stapjes gaat.”

Van der Plas pleit voor een pas op de plaats als het gaat om nieuwe regelgeving, stikstofbeleid en de import en export. “Er moet een langjarig plattelandsbeleid komen. En voor die tijd willen we een brede, maatschappelijke discussie over wat we in Nederland nou willen met de boeren en het platteland.”

“Als je zo doorgaat, regel op regel, dan heb je over twintig jaar nog maar weinig boeren over. Met daarbij heel veel hele grote, en een paar kleine. Die in het midden redt het niet.”

Caroline van der Plas

Een beginnetje met die discussie wil ze wel maken: “Er is nu hele strenge regelgeving. Dat moet soepeler. Als je zo doorgaat, regel op regel, dan heb je over twintig jaar nog maar weinig boeren over. Met daarbij heel veel hele grote, en een paar kleine. Die in het midden redt het niet.”

De oplossing? Minder regels. “Boeren zitten klem. Ook boeren die het graag anders willen. Als je als boer wil omschakelen naar biologisch, dan gaan bijvoorbeeld de buren weer klagen dat de varkens of kippen buiten lopen.”

Caroline van der Plas

“Het gaat ons ook niet om minder dierenwelzijn of minder milieuregels. We willen vooral veel minder bureaucratie. Boeren worden gek van de boekhouding. Alles moet geregistreerd worden. Dat zegt het ministerie van Landbouw nu gelukkig zelf ook. We moeten met een stofkam door de regelgeving.”

Supermarkten

Onderdeel van die discussie moet ook de positie van boeren tegenover de supermarkten zijn: “Het is heel scheef. Boeren mogen geen prijsafspraken maken, terwijl de supermarkten en slachterijen enorme macht hebben. Er lopen nu ook onderzoeken naar prijsafspraken bij slachterijen. Terecht.”

De supermarkten opereren schijnheilig in haar ogen: “Ze doen maatschappelijk heel stoer over dierenwelzijn. Maar ondertussen wentelen ze de kosten af op de boer. Het moet beter zijn, maar niet duurder voor hen. Dat kan natuurlijk niet. En daarbij promoten ze ondertussen ook nog eens vooral het goedkopere voedsel, de kiloknaller.”

“Supermarkten doen maatschappelijk heel stoer over dierenwelzijn. Maar ondertussen wentelen ze de kosten af op de boer.”

Caroline van der Plas

“Niemand zit te wachten op kiloknallers. De meeste boeren niet, wij ook niet. Maar de supermarkten werken wel zo.” Voor de boeren is het kiezen of delen, stelt Van der Plas: “Als de kostprijs zo hoog is als die nu is en de inkomsten zo laag, dan moet je of stoppen, of opschalen. Met meer dieren gaat je kostprijs omlaag.”

Maar om dat te doen, moeten boeren zich vaak in enorme schulden steken. “Je ziet steeds meer bewustzijn bij boeren, dat veel van die investeringen tot enorme financiële problemen kunnen leiden.” De boer doet een investering, waarna het vaak toch anders loopt. Bijvoorbeeld omdat de regels veranderen, zoals rond de stikstofproblematiek. “Er zijn genoeg verhalen. Zo ken ik een boer die had een stal voor tweehonderd koeien gebouwd. Toen bleken er maar 120 in te mogen. Die kon het hoofd niet boven het water houden.”

Het telkens terugkerende probleem is dan ook vrij simpel: geld. Veel boeren willen graag milieu- en diervriendelijk werken, maar kunnen dat niet omdat het niet uit kan.  “Een boer zei ooit: ik wil mijn varkens best wel leren voetballen, als ze maar betalen. Dat is wel het probleem.”

Vijf cent

“Ik denk soms misschien wat te simpel hoor, maar als de supermarkt vijf cent per kilo op de prijs doet, dan maakt dat een verschil. En wie merkt dat? De meeste mensen echt niet. Ik denk dan niet: dan koop ik geen vlees. Ik denk: ik heb zin in karbonade. Maar voor de boer is het een wereld van verschil. Geef ze vijf cent extra en je zult zien wat ze kunnen.”

Van der Plas, een van de weinige Tweede Kamerleden waarvan haar 06 nog gewoon op de website staat, ziet ook een grote rol voor de consument: “Supermarkten moeten hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Door de acties van Wakker Dier is de plofkip de supermarkt uitgegaan. Dat kan ook met andere producten. De consument bepaalt. Vraag in de supermarkt: ik wil uien uit Nederland. Doe ik ook.”

“De supermarkten hebben de afgelopen twintig jaar de consument geleerd dat voedsel zo goedkoop is. Het is een perverse prikkel. De groenten en vlees zijn spotgoedkoop. Hun marge zit juist op andere producten verderop in de winkel. Een pak hagelslag bijvoorbeeld.”

“FrieslandCampina doet samen met Natuurmonumenten een campagne, maar ze verkopen vooral melkpoeder aan China”

Caroline van der Plas

Ook een bedrijf als FrieslandCampina werkt eraan mee: “Die zijn ooit begonnen voor boeren, maar inmiddels zitten er zoveel lagen personeel. Nu doen ze ook samen met Natuurmonumenten een campagne, maar ze verkopen vooral melkpoeder aan China. Ze vinden het vast niet leuk dat ik dat zeg, maar het is heel erg voor de bühne.”

Import en Export

Het blijft ook een ongelijk gevecht tussen boer en supermarkt. De boer concurreert ondertussen met letterlijk de hele wereld. “Ik zie hier in de zomer regelmatig Spaanse aardbeien in de supermarkt liggen. We hebben er hier zo veel. Dat is toch gek?”

Maar het is nog erger, ziet Van der Plas. Boeren hier moeten aan allerlei regels voldoen, die vaak niet gelden voor geïmporteerde producten: “We moeten geen voedsel meer importeren dat niet aan onze regels voldoet. We zijn niet tegen import, maar wel tegen handel waar geen gelijk speelveld voor is. Waarom moet een boer hier aan allerlei regels voldoen, maar mag een supermarkt wel kip importeren uit Brazilië, waar de regels veel minder streng zijn?”

En de andere kant dan? De export? Moet Nederland wel zoveel landbouwproducten exporteren? “Het is maar hoe je er tegenaan kijkt. We exporteren het meeste naar landen die 600 à 800 kilometer om ons heen liggen. In Amerika zouden ze dat een lokaal product noemen. Daarbij, de meeste export zit in sierteelt en bomen.”

“Waarom moet een boer hier aan allerlei regels voldoen, maar mag een supermarkt wel kip importeren uit Brazilië, waar de regels veel minder streng zijn?”

Caroline van der Plas

Stoppen met exporteren leidt volgens Van der Plas tot meerdere problemen: “Als je niet meer exporteert, gaat de prijs voor Nederlanders wel omhoog. Door de schaalgrootte houd je de prijs hier ook laag.” En daarbij, weer die regels: “Straks krijg je vlees en eieren uit het buitenland. Daar werken ze heel anders met gewasbeschermingsmiddelen en antibiotica. Weet je daarvan wat erin zit?”

Het is voor Van der Plas dan ook geen uitgemaakte zaak dat er minder dierenleed is als je in Nederland minder dieren houdt: “De regels zijn hier veel strenger. Hier de veestapel halveren betekent misschien dat het vlees dan uit Oekraïne komt. Daar hebben ze varkensstallen van 500.000 of in Rusland zelfs een miljoen. Hoe goed denk je dat die dieren het hebben?”

Halvering veestapel

De export ligt nu vooral onder vuur vanwege stikstofuitstoot die veel landbouwactiviteiten hebben. Op zich is Van der Plas niet totaal tegen een halvering van de veestapel: “Het hoeft niet per se hetzelfde te blijven van ons. Het hoeft niet te groeien, niet per se te krimpen. Maar we moeten er dus eerst een goede maatschappelijke discussie over hebben.” En ook daarvoor weer die pas op de plaats: “Eerst moeten de feiten en cijfers worden vastgelegd. Van Tata Steel of Schiphol is helemaal niet bekend wat de stikstofuitstoot is. Er is zoveel niet duidelijk.”

Lokaal, familie en natuurlijk

Dat steeds meer consumenten tegenwoordig hun voedsel lokaal willen en op een natuurlijker manier geproduceerd, juicht BBB van harte toe: “We willen de korte keten juist heel erg stimuleren. We willen ruimte geven aan boeren om echt te ondernemen. Boeren worden belemmerd door de regelgeving. Maar je moet ook realistisch zijn. Het past niet bij alle boeren. Daarbij: als je kijkt naar de consumentenmarkt: de producten worden niet altijd gekocht.”

Dat geldt ook voor producten die meer natuurlijk gemaakt worden, ziet ze: “Ik weet niet hoe het bij jou zit, maar tijdens een discussie op een verjaardag eet iedereen biologisch, maar dat blijkt niet uit de verkoopcijfers.”

Of dat klein of groot is, doet er voor BBB niet per se toe: “Wij willen familiebedrijven houden. Dat kunnen ook familiebedrijven zijn met 20.000 kippen. En dat heeft niets te maken met wel of niet biologisch boeren. Dat denken mensen wel eens, maar ik ken biologische pluimveehouders die 80.000 kippen hebben en gangbare boeren met 40.000 stuks.”

“Een paar jaar geleden liep iedereen weg met boer Willem uit Boer Zoekt Vrouw. Dan hoor je: waarom doen niet alle boeren dat? Maar hij moet wel buitenshuis werken voor z’n inkomen.”

Caroline van der Plas
Boer Willem (Foto KRO/NCRV)

Dat laatste is voor Van der Plas ook nog wel een puntje: in de media en in de marketing wordt het boerenleven veel te romantisch neergezet. Veel mensen weten niet dat biologische boerenbedrijven een enorme omvang kunnen hebben, en ‘industriële’ klein. “Vorig jaar liep iedereen weg met een klein boertje, Willem uit Boer Zoekt Vrouw en Onze Boerderij. Dan hoor je: zie je wel, mooi, waarom doen niet alle boeren dat? Maar hij moet wel buitenshuis werken voor z’n inkomen. Andere boeren moeten met hun gezin echt rondkomen van hun bedrijf. Daar staan wij voor.”

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

Lokaal voedsel wordt niet alleen steeds populairder bij consumenten, maar ook bij organisaties in zorg en welzijn. Die letten steeds meer op gezonde en duurzame voeding van dichtbij voor hun patiënten, bewoners en medewerkers.

Kees Vermeer

De organisatie Diverzio richt zich sinds 2011 op gezond voedsel uit korte ketens voor de zorg, welzijn, overheid en onderwijs. Hiervoor worden regionale en landelijke programma’s opgezet met agrarische en voedselondernemers, overheden, verzekeraars en banken.

Zsuzsan Proos
Zsuzsan Proos

Diverzio heeft twee belangrijke programma’s zegt woordvoerder Zsuzsan Proos. In het regionale programma Gezonde Korte Ketens leren boeren, telers en kwekers om zichzelf aan klanten zoals zorginstellingen te presenteren. In het landelijke programma Duurzaam en Gezond aan Tafel zijn inmiddels meer dan 120 zorgorganisaties actief met gezonde en duurzame maaltijden waarvan de ingrediënten weinig kilometers hebben afgelegd. “Door gezamenlijke en lokale inkoop wordt bovendien minder voedsel verspild en kosten bespaard. De voedingswaarde van maaltijden neemt toe, hersteltijd en opnameduur van patiënten dalen en de kans op ondervoeding neemt af.”

Samenwerking met Local2local

Deze twee programma’s samen leveren veel mogelijkheden voor ondernemers in de korte keten. Deze zullen nog toenemen doordat Diverzio sinds begin dit jaar samenwerkt met Local2Local, een korte ketenorganisatie die werkt aan een duurzaam perspectief voor boeren en aan de relatie tussen burgers en boeren. “Korte voedselketens versterken die relatie,” zegt Proos. “Local2Local heeft op lokaal, regionaal en zelfs internationaal niveau een groot kennisnetwerk waarvan wij nu ook gebruik kunnen maken. Dit jaar werken we aan een gezamenlijk platform waarop ondernemers zich kunnen presenteren en potentiële afnemers lokale aanbieders kunnen vinden. Local2local is ook een van de initiatiefnemers van de Taskforce Korte Keten, de stichting die de ontwikkeling van regionale korte voedselketens ondersteunt.”

Hobbels

Ondernemers die zich op een andere manier willen gaan werken en bijvoorbeeld meer omzet willen halen uit korteketenverkoop, moeten volgens Proos wel hobbels over. Ze krijgen te maken met problemen rond betaalbare grond, wettelijk kaders, of financiering van de omslag naar duurzame landbouw. “Bij elke vernieuwing loop je aan tegen gevestigde zaken en partijen die niet meteen staan te springen om vernieuwing. Maar toch is er de duidelijke trend om voedselproductie regionaal in te richten. Regio’s hebben immers vaak een eigen couleur locale. Klanten en consumenten waarderen dat. Ondernemers hoeven niet allemaal zelf het wiel uit te vinden, want zij kunnen in netwerken profiteren van elkaars ervaringen. Met die kennis en hun eigen ideeën kunnen zij nieuwe verdienmodellen creëren. En in onze programma’s kunnen ondernemers leren hoe zij hun model of systeem aan de man kunnen brengen.”

Korte keten in de lift

Dat korte ketens in de lift zitten, blijkt ook uit recent gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Nederlandse landbouwbedrijven behaalden in driekwart jaar (tweede kwartaal van 2019 t/m eerste kwartaal van 2020) ongeveer 1,5 miljard euro omzet uit korteketenverkoop. Dit is bijna een derde van de totale omzet van bedrijven die aan korteketenverkoop doen, hoewel dit inclusief de contractteelt voor supermarkten is. Het aantal landbouwbedrijven dat omzet uit de korte keten haalt, is gestegen van 10,5 procent in 2017 naar 13,7 procent vorig jaar. Het Westland staat met honderdtwintig bedrijven bovenaan de lange lijst van regio’s met verkoop via korte ketens. De regio Alphen aan den Rijn staat met achtenzestig bedrijven op de tiende plek.

Potentie

“Wij zijn blij met deze ontwikkelingen,” zegt Proos. “Het laat de potentie zien van korte ketens, ook voor de zorg. Ook de coronacrisis heeft dat onderstreept. Mensen kopen meer lokaal, mede met het oog op gezonde voeding en een gezonde leefstijl. Het belang daarvan is door de crisis alleen maar duidelijker geworden. Dat merken we ook binnen Diverzio. Regio’s als Rotterdam, Utrecht en Amsterdam zijn al ver met de ontwikkeling van korte ketens voor bijvoorbeeld zorginstellingen. Het was wel lastig dat we aan het begin van het jaar slechts beperkt zorginstellingen konden bezoeken vanwege de coronamaatregelen. Maar voor de zomer verwachten we weer te gaan starten met de programma’s in een aantal regio’s. We merken veel enthousiasme bij de deelnemers. Zij zien het belang om met dit positieve onderwerp aan de slag te gaan.”

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

Terwijl veel boeren protesteren om hun manier van werken zoveel mogelijk te behouden, vormen Mattias en Coriene Verhoef hun melkveebedrijf in Brandwijk juist om tot iets heel anders. Ze doen mee aan het ene na het andere onderzoeksproject om op een veel natuurlijkere manier te boeren.

Kees Vermeer

Het begon een paar jaar geleden met voorzichtige stapjes richting natuurlijker boeren: minder kunstmest en minder bestrijdingsmiddelen. Dat beviel. “Vroeger had ik er buikpijn van als ik onkruid aan het wegspuiten was. Dat heb ik nu niet meer.” Dus werd het doel biologisch boeren. Maar ook dat bleek niet genoeg. Inmiddels heeft het bedrijf vleermuizen die helpen insecten te bestrijden en een veel diversere begroeiing. Maar ze willen meer. Zo denken ze aan tiny houses voor gasten op het bedrijf en doen de Verhoefs mee aan een proeftuin om ammoniakuitstoot en bodemdaling te beteugelen, en een project om het grondwaterpeil te verhogen. Voor zichzelf heeft Mattias zo in ieder geval een ding al gewonnen: “Ik werk nu met veel meer plezier.”

Mattias Verhoef

Mattias is geboren en opgegroeid op de boerderij in Brandwijk en samen met Coriene nam hij deze in 2016 over van zijn ouders. Het bedrijf telt momenteel circa honderd koeien en zo’n vijftig hectare biologisch landgoed. Daarnaast hebben ze circa vijfendertig hectare natuurgrond van Staatsbosbeheer en het waterschap in beheer. Deze natuurgrond levert ook voeding voor de koeien, lekker dichtbij. 

Ze sloten zich aan bij Proeftuin Veenweiden, waarbinnen maatregelen worden onderzocht om ammoniakemissie en bodemdaling te verminderen en waterkwaliteit te verbeteren. “We werden ons meer bewust van de gevolgen van de traditionele manier van boeren. Als ik bijvoorbeeld bestrijdingsmiddelen gebruikte, realiseerde ik me dat ik ook insecten doodde. We vroegen ons af of het ook anders kan. Bijvoorbeeld door geen kunstmest te gebruiken of meer kruiden in het weiland te laten groeien. We gingen steeds meer de biologische kant op. Na een bijeenkomst met andere boeren die nog wel traditioneel werkten, realiseerde ik me dat ik dat niet meer wilde. Toen besloten we om helemaal biologisch te gaan werken.” In oktober 2019 was het zover en levert het bedrijf officieel biologische melk.

Meer erfbeplanting
Die omslag is sindsdien een voortdurend proces. Mattias en Coriene zijn inmiddels ook lid van Den Hâneker: de vereniging Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer Alblasserwaard en Vijfheerenlanden. Ze nemen deel aan de projecten Boer zoekt Vleermuis en Agrarische Bedrijven in het Groen, vertelt Mattias. “De vereniging zet zich onder andere in voor meer erfbeplanting met inheemse bomen en struiken. We wilden al langer een boomgaard en bloeiende struiken en kruiden, want dat trekt bijen en insecten en vergroot de biodiversiteit. We wilden ook graag meer vleermuizen, die vliegen in de stal kunnen bestrijden. Zo werken we aan natuurlijke bestrijding in plaats van chemische. Dat past goed in onze keuze voor biologisch en helpt bij de omschakeling naar kringlooplandbouw. We hebben vleermuiskasten opgehangen en onderzoeken ook hoeveel en welke vleermuizen we op de boerderij hebben.”

Ook hebben Mattias en Coriene zich aangemeld voor Valuta voor Veen, een landelijk project van de natuur- en milieufederaties. Veengrond veroorzaakt jaarlijks circa 4 procent van de CO2-uitstoot in Nederland. Dat kan worden verminderd door verhoging van het grondwaterpeil, waardoor veen minder oxideert. Eigenaren van de veengrond kunnen deze vermindering van CO2-uitstoot in de vorm van CO2-certificaten verkopen aan bedrijven, overheden en burgers die vrijwillig hun CO2-uitstoot willen voorkomen. Agrariërs hebben via Valuta voor Veen dus extra inkomsten en dragen bij aan het halen van de klimaatdoelen. Positieve effecten zijn bovendien het tegengaan van bodemdaling, meer biodiversiteit en behoud van cultuurhistorisch veenweidegebied. 

Voor Mattias is deelname aan het project financieel gunstig, maar hij wil vooral graag meedoen vanwege de verwachte toename van biodiversiteit. “Zeker met een hoger waterpeil wordt dat makkelijk geborgd. Alles moet nog worden geregeld, maar van het waterschap heb ik begrepen dat een verhoging van twintig tot dertig centimeter mogelijk is. Ik denk dat de biodiversiteit daar veel baat bij heeft. Maar kunnen we het water op peil houden in droge zomers? Moeten we in de winter veel water opslaan? En hoe en wanneer start de bodem op na de winter? Dat zijn aspecten waar ik wel nieuwsgierig naar ben.”

Niet eenvoudig
De stap naar biologisch boeren is niet eenvoudig, vindt Mattias. Het is wennen om helemaal op een andere manier te gaan werken. “Bijvoorbeeld de grasopbrengst is gedaald van circa veertien naar acht ton doordat we geen kunstmest meer gebruiken. Met kunstmest hoeft de bodem niet actief te zijn, en als je daar ineens mee stopt moeten de natuurlijke processen via de bodemorganismen weer op gang komen. Dat duurt een paar jaar. De opbrengst herstelt deels wel weer als de bodemvruchtbaarheid toeneemt, maar de periode daartussen moet je kunnen opvangen. We moesten bijvoorbeeld biologisch voer voor de koeien kopen en dat is vrij duur. Bovendien kunnen niet alle koeienrassen tegen zo’n plotselinge verandering.”

Mattias realiseert zich dat zijn aanpak tamelijk extreem is: “Wij doen veel tegelijk. Dat maakt het niet makkelijker, maar daardoor gaan wij wel sneller dan wanneer we het in stapjes zouden doen. Ik heb contact met andere bioboeren en we stimuleren elkaar met ideeën, tips en adviezen.”

Tiny houses op het erf
Voor de toekomst denken Mattias en Coriene aan bijvoorbeeld tiny houses op het erf waar mensen in kunnen verblijven. Dat draagt bij aan kortere ketens en versterkt het contact met andere mensen. “Maar voor nu willen we vooral verder met de lopende projecten. We willen toe naar een gesloten kringloop, waarin we bijvoorbeeld geen krachtvoer meer nodig hebben voor de koeien.”

Mattias is blij dat hij met Coriene de stap heeft gezet naar biologisch werken. Het heeft hen veel gebracht: “We zien hoe mooi de natuur in elkaar zit en we zijn ons veel meer bewust van onze omgeving. Ik werk nu met veel meer plezier.” “Het is heel bijzonder om in het veld te lopen terwijl de insecten om je heen vliegen. Ook de bodem is veel gezonder en beter doorlaatbaar. Veel problemen van vroeger zijn gewoon opgelost, terwijl je daar niets voor hoeft te doen. Sterker nog, het lukt juist doordat je minder doet. Er zijn helemaal geen kunstgrepen nodig om alles goed te laten gaan.”

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!