‘Supermarkt verschuilt zich achter wat consument wil’

Om de stikstofcrisis op te lossen, moeten boeren over op duurzame, lokale kringlooplandbouw, vindt Tweede Kamerlid Carla Dik-Faber. Die verandering ligt wat haar betreft niet alleen op het bordje van de boer, maar ook op dat van supermarkten, consumenten en de overheid.

Sammy Shawky

Een groot deel van de oplossing voor dit moeilijke vraagstuk, ligt volgens Dik- Faber in de zogenaamde ‘korte keten’: het idee dat er zo min mogelijk schakels zitten tussen boer en consument, waarbij die ook meer contact hebben dan nu. “Er zitten nu zo’n zes tot zeven schakels tussen de boer en de consument. Daardoor weten mensen niet meer goed waar hun eten vandaan komt”, zegt Dik-Faber (ChristenUnie). Zeker ook voor de boer zijn al die tussenstappen nadelig. Ze kosten geld en voegen lang niet allemaal waarde toe. Dat drukt flink op de prijs die de boer ontvangt voor zijn producten.

“Bij kringlooplandbouw denk je na over waar producten vandaan komen. Waarom zou je veevoer halen uit Latijns-Amerika als je het ook in Nederland kunt kopen?” Dat is nog duurzamer ook, want producten hoeven dan niet de halve wereld over te reizen. Dik-Faber zegt dat er voor de omslag naar kringlooplandbouw meer waardering voor boeren en hun werk nodig is. “Maar dat is lastig, omdat je het niet bij wet kunt vastleggen. Je kunt niet zeggen: Gij zult nu waardering hebben voor de boer.”

Daar ziet ze ook een verband tussen de stikstofcrisis en niet-duurzame landbouw: “Er wordt nu heel veel kunstmest gebruikt in Nederland. Daarmee voeg je stikstof toe aan de kringloop op het boerenbedrijf. Aan de andere kant heeft Nederland heel veel varkensstallen en die hebben te maken met mest. Die wordt geëxporteerd. We voegen dus stikstof toe via de kunstmest en de stikstof van de varkensmest gebruiken we niet, maar exporteren we weer.’’ Dat kan anders, ziet ze: “ Ik ben eens bij een varkenshouder geweest die een installatie had naast zijn bedrijf waar mineralenconcentraat uit de mest gefilterd werd. Zo kon hij natuurlijke kunstmest van de varkensmest maken. Zijn buurman strooit nu de kunstmestvervanger van de varkenshouder op zijn land.’’

De invloed van de supermarkt
De boer staat wat Dik-Faber betreft niet alleen voor die grote verandering. Er ligt een belangrijke rol voor de supermarkten. Die kunnen bijvoorbeeld het werk van de boer meer onder de aandacht brengen en hun producten promoten. “Grote supermarkten verschuilen zich nu nog te vaak achter wat de consument volgens hen wel of niet wil. Maar ik geloof daar niet zo in.” Ze ziet wel dat de prijs voor consumenten nu nog vaak doorslaggevend is bij het maken van een keuze in de supermarkt.

Maar producten uit de regio hoeven helemaal niet duurder te zijn, zegt ze. “Ik sprak laatst een supermarkteigenaar die naast het reguliere vlees ook vlees uit de regio aanbood. Op de verpakking stond informatie over de boer en het product en het had een concurrerende prijs.” Doordat de supermarkt het vlees direct inkocht bij de boer kreeg ook hij een eerlijke prijs voor zijn product, iets wat Dik-Faber graag vaker wil zien. “Supermarkten zijn een hele belangrijke schakel tussen boer en consument. Zij bepalen wat er in het schap ligt en welke producten ze aanprijzen in hun tijdschriften. Er is voor hen een grote rol weggelegd in het onder de aandacht brengen van lokale producten bij consumenten.”

Bewustere consumenten en boze boeren
Plannen zijn er genoeg maar zitten boeren en burgers daar wel op te wachten? Dik-Faber denkt van wel. “Voedsel wordt alsmaar belangrijker en mensen maken steeds bewustere keuzes. Ze vragen waar hun eten vandaan komt en willen weten hoe het geproduceerd is. Ook plaatsen ze vraagtekens bij tomaten die geïmporteerd worden uit Zuid-Europa, terwijl we het Westland genoeg tomaten verbouwen.” En lokaal eten hoeft volgens haar niet duur te zijn. “Als je lokale producten koopt uit het seizoen en zelf kookt, ben je zelfs goedkoper uit. Volgens het Voedingscentrum kan dat je zo vijftig cent per maaltijd schelen.”

Ook aan de kant van de boeren is de laatste tijd duidelijk geworden dat zij de huidige situatie zat zijn. “Tijdens de protesten van de afgelopen weken zeiden de boeren dat ze hard werken voor het voedsel, maar dat ze de waardering missen. In het huidige systeem staan ze enorm onder druk. Ze moeten steeds harder werken, voor minder geld. Dat moeten we omdraaien”, zegt Dik-Faber. “Er zijn genoeg boeren die de stap willen zetten richting kringlooplandbouw. Maar dat kan je niet alleen bij de boeren neerleggen, de overheid moet daar ook actief aan bijdragen.”

Naast koeien ook tenten
Boeren kunnen hun steentje bijdragen door in te zetten op multifunctionele landbouw. Dat is landbouw waarbij een boer niet alleen groenten verbouwt of koeien houdt maar bijvoorbeeld ook een camping runt of een winkel heeft. “Dat had vroeger het imago van een hobby, iets voor mensen die niet konden leven van de opbrengsten van het boerenbedrijf. Maar die tijd ligt echt achter ons”, zegt Dik-Faber. “De bedrijfstak is veel professioneler geworden. Multifunctionele landbouw is een mooie manier voor burgers om kennis te maken met het boerenbedrijf.”

Het is daarnaast voor boeren ook een manier om extra inkomsten te genereren. Ongeveer een kwart van de boeren doet dit al en hun aantal neemt toe. Volgens onderzoek van Wageningen Economic Research was in 2018 de omzet van de multifunctionele landbouw 887 miljoen.

Boeren niet alleen
Het gebrek aan draagkracht en vertrouwen bij de boeren ziet Dik-Faber als grootste obstakel op weg naar een nieuwe vorm van landbouw in Nederland. “Twee weken geleden had ik misschien gezegd dat een eerlijk inkomen voor de boer het belangrijkste is. En dat is nog steeds belangrijk. Maar het belangrijkste is nu dat boeren het gevoel hebben er alleen voor te staan”, vertelt ze. “Ze worden overstelpt met regels en vinden dat alles op hun bordje terechtkomt.” Dik-Faber zegt dat het belangrijk is om het vertrouwen van de boeren terug te winnen. “De overgang naar een duurzame en lokale landbouw is iets van ons allemaal. Supermarkten, consumenten en overheid moeten stappen gaan maken, samen met de boeren.”