De (super)markt is niet eerlijk

Boodschappen doen is an sich al een aardige puzzel, en als je rekening wilt houden met een betere wereld al helemaal. In de supermarkt ligt een biologische appel uit Zuid-Amerika naast een paar niet-biologische uit Frankrijk en Nederland. Wat is beter voor het milieu? Voor mij? Betaalbaar? Wat helpt tegen de klimaatopwarming? De onbespoten Argentijnse, maar met het bijbehorende deeltje stookolie om het de oceaan over te krijgen, of de niet-bio? Of toch die van de boer om de hoek?

Maar is een paprika uit een Nederlandse kas beter of slechter voor het milieu dan eentje die in Frankrijk zonder kas groeit? En waarom zit een paprika met milieukeur eigenlijk in een plastic hoesje? Had ik niet een keer gelezen dat paprika’s nauwelijks meer bespoten worden dan biologische? Bomen en bos. Het beste is natuurlijk om het direct bij de boer zelf te kopen, het idee waar De Kortste Weg om draait.

Al voordat De Kortste Weg werd gelanceerd koos ik onbewust vaak voor lokale producten. Mooi voor de Nederlandse boer. Dacht ik. Maar helaas, ook dat ligt ingewikkeld. Een Nederlandse paprika kopen, helpt de Nederlandse boer nauwelijks. De macht van supermarkten en hun distributeurs is zo groot dat ze boeren tegen elkaar uit kunnen spelen om de aller-allerlaagste prijs te krijgen. Ze spelen zelfs Nederlandse boeren uit tegen Franse, Afrikaanse en Zuid-Amerikaanse. Zo gaat dat in de markteconomie, zou je zeggen. Maar deze markt is helemaal niet eerlijk. Europese boeren kunnen alleen met flinke subsidies uit de EU overleven. Hoezo markteconomie?

Daar had ik het van de week over met Martin de Ruiter, boer in de Hoeksche Waard. Hij stelt dat die subsidies uiteindelijk vooral ten goede komen aan multinationals en grootwinkelbedrijven. Daar heeft hij een punt. Door de subsidies is de prijs van groenten kunstmatig laag. Waar vooral supermarkten van profiteren. Die betalen geregeld maar tien cent voor een kilo aardappelen die voor een euro in de winkel ligt. Met vijf cent verpakkingskosten en nog wat voor het vervoer eraf houd je per kilo een flinke marge over als supermarkt. Terwijl de boer het meeste werk doet en risico loopt. De boeren kunnen alleen voor zo’n lage prijs leveren door die subsidies.

Daar komt volgens de Ruiter nog iets bij: zodra je voor tarwe een normale prijs zou krijgen als boer, gaan boeren die bieten telen ook weer tarwe neerzetten. Met als gevolg dat de prijs van bieten ook omhoog gaat. Waar de aandeelhouders van Coca Cola, grootverbruiker van suikerbieten weer niet blij van worden. Er valt vast wat op af te nuanceren, maar er zit wat in die redenatie.

Dus heb ik een heel goed voornemen deze herfst: minder puzzelen in de super en vaker naar de boer en de streekmarkt. Laat maar komen die verandering!