De Kortste Weg

Hebben we straks in onze omgeving nog voldoende voedselproducenten over om ons eten rechtstreeks te kopen? Of wordt de gang naar de supermarkt vol buitenlandse en bewerkte producten weer onderdeel van mijn dagelijkse leefstijl, iets dat ik inmiddels vijf jaar geleden met succes afgezworen heb…? Wordt de landkaart op de website van Fietsen voor m’n eten, gevuld met verkooppunten van lokaal eten, straks steeds leger? Net nu we ons vijfjarig bestaan vieren en ik tijdens onze kampeervakantie in Sneek weer dacht: wat fijn dat ik zo op de regiokaart kan kijken voor de juiste adressen en tips voor de melktap, stalletjes en boerenlandwinkels!

Marja van der Ende

Van een afstandje lees ik de berichten over de boerenprotesten. Ik probeer neutraal te blijven en me niet te laten manoeuvreren in één richting in de verschillende kanten van het verhaal. Verhalen over onteigening van familiegrond. Voor de natuur of stiekem toch voor woningbouw? Berichten over geweld om standpunten duidelijk te maken. Klachten over de ondersteboven-vlag omdat het voorbij gaat aan de werkelijke betekenis….

Al fietsend naar die plekken waar mijn boodschappen groeien, zie ik het protestgeluid toenemen. Ik zie meer omgekeerde vlaggen. Ik hoor over de vele tuinders die stoppen of de winterproductie stilleggen door hoge gasprijzen. Over boeren die hun al karige opbrengsten zien verdampen en ook bakkerijen die de deuren moeten sluiten, omdat de kosten voor energie, veevoer en graan de pan uitrijzen door de oorlog in Oekraïne.

Heeft al dat protesteren zin als de beeldvorming in de media scheef is en de regering niet ontvankelijk is voor het schrijnende verhaal van de eigen burgers? Ik vrees dat het verspilde energie is, vechten tegen de bierkaai. Als consument van lokale producten maak ik mij ernstig zorgen over de toekomst van ons voedsel. Vooral over de plek waar het geproduceerd wordt. Kan iemand mij geruststellen dat die kortste weg blijft? 

In Friesland vlogen de omgekeerde Nederlandse vlaggen en cynische ‘te koop’ borden bij boerderijen me ook om de oren. Even dacht ik tijdens de tweede week van mijn vakantie, op het eiland Fehmarn in het noorden van Duitsland, dat onze boerenprotesten ook door de Duitse bevolking gesteund werden. De omgekeerde Nederlandse vlaggen die statig wapperden in de wind bleken echter de vlaggen van de Duitse staat Sleeswijk-Holstein te zijn.

In Duitsland lijkt van nood ook geen sprake (behalve wanneer je er benzine gaat tanken). Al fietsend trof ik er uitgestrekte landbouwgebieden zonder protestvlaggen en spandoeken. Volop veeteelt en akkerbouw naast of geïntegreerd in de natuur en een enkele verdwaalde tomatenkas. De lokale producten waren direct terug te vinden bij de plaatselijke fleischerei, bij de vele houten aardappelstalletjes en streekproducten-automaten langs de weg en zelfs in het winkeltje op onze camping. Wat we nu in Nederland meemaken, voelt dan zo oneerlijk. Dit is hoe het bij ons ook hoort te zijn tot in lengte van dagen!

Is er straks nog wel een kortste weg, als de stikstofplannen van het kabinet doorgaan? Als tuinders tegen torenhoge energiekosten blijven oplopen? Als veevoer schaars en duur blijft? Als vissers hun boten stil moeten leggen door te hoge brandstofprijzen? Als de eerlijkere prijsstelling van de korte keten voor veel consumenten te duur blijkt omdat ze hun vaste lasten niet meer kunnen betalen? Stort het voedselproductie-systeem als een kaartenhuis in elkaar?

Of zijn deze ontwikkelingen nu juist broodnodige stappen naar meer van ‘hoe het vroeger was’, waarbij natuur en voedselproductie harmonieus samenwerken? Dat de rek in Nederland eruit is, is al langere tijd duidelijk. Is het werkelijk zo gezond voor ons land als we steeds meer productie proberen te behalen op steeds minder grond? Als we zestig procent van het hier geproduceerde voedsel exporteren naar het buitenland en ook weer heel veel producten importeren die we hier ook (kunnen) produceren, zoals vlees, veevoer en graan?

Ik wens ons toe dat deze crisis doet wat het woord eigenlijk betekent: een keerpunt. Een omkering van steeds maar meer (lees: te veel) belasting van bodem, grondstoffen en mensen, naar minder belasting en naar meer circulaire en natuurinclusieve voedselproductie. Minder druk op het systeem waardoor het zich kan herstellen en blijft functioneren. Het is als een menselijk lichaam in stress. De beste remedie is: de belasting doen afnemen en de belastbaarheid helpen toenemen.   

Op de vraag of er straks nog wel een kortste weg is, heb ik natuurlijk geen antwoord. Ik ben slechts een consument die een aantal jaren geleden besloot niet meer naar de supermarkt te willen en toen voor de kortste weg koos. Invloed op de uitdagingen waar we voor staan, heb ik niet.

Een crisis brengt helaas ook altijd slachtoffers met zich mee. Laten we hopen dat het aantal beperkt blijft en de wonden snel weer gelikt kunnen worden. En er dan geen onherstelbare schade is ontstaan…

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

Het gaat goed met de korte keten. Heel goed zelfs, zegt Jan Willem van der Schans, expert en onderzoeker korte ketens. Supermarkten doen -schoorvoetend, dat wel- projecten met lokale bedrijven en bij consumenten en de overheid is er meer draagvlak. Daarbij is de korte keten eigenlijk veel groter dan de meeste mensen denken, zegt hij.

Wouter van Wijk

“Het gaat echt beter dan vijf jaar geleden. Er is in brede zin gewoon meer aandacht voor: de korte keten wordt vaker benoemd in de politiek en komt vaker voor in de media en in discussies. Het past ook in deze tijd. Het globale voedselsysteem heeft meer risico’s dan we dachten. Dat zie je nu duidelijk door de oorlog in Oekraïne. 

Daarbij zijn er een aantal iconische doorbraken bij supermarkten en grote cateraars. Supermarkten kopen meer rechtstreeks bij boeren in en binnen de overheid zie je ook initiatieven. Zo heeft Jumbo bijvoorbeeld de zuivelketen ‘Van dichtbij’. Ook Albert Heijn werkt met kortere ketens en communiceert hierover. 

Een ander mooi voorbeeld is Dienst Justitiële Inrichtingen, DJI, de overheidsdienst die gevangenissen beheert. Die heeft bij de aanbesteding van voedsel, een contract van een aantal miljoenen per jaar, de korte keten positief gediscrimineerd. Uiteindelijk hebben Vitam, Eurest  Sodexo het contract gekregen. Dat zijn op zich klassieke cateraars, maar ze werken nadrukkelijk samen met korte keten partijen zoals Boerschappen en Local2Local.

Uit onderzoeken blijkt dat de korte keten in omvang een miljardenomzet heeft, vergelijkbaar met biologische producten. Dat verwacht je misschien niet, maar het komt omdat de korte keten veel breder is dan je denkt. Het lijkt nu soms net alsof lokaal voedsel meteen een hip nieuw iets is, van foodies met ringbaardjes, maar dat is niet zo. Een  groot deel van de korte keten bestaat uit regionale voedsel netwerken, die al bestonden voor de globalisatie. Die hebben zich hebben weten te handhaven tegen de verdrukking in. Denk aan marktlui die al decennia producten uit de korte keten op markten verkopen. De klassieke dagmarkt is eigenlijk nooit volledig door supermarkten weggedrukt. Hier in Rotterdam op het Afrikaander Plein staan aardappeltelers uit Hoeksche Waard die al veertig jaar hun aardappelen verkopen direct aan de eindconsument. Denk ook aan handelaren die kaas, gemaakt door boeren uit de Krimpenerwaard, rechtstreeks of met een tussenschakel verkopen aan het Rotterdamse publiek. Dat is ook de korte keten.

Er is wel een probleem. In de middeleeuwen hadden de provincies en steden regels over voedselmarkten. Wat wel en niet kon. Die regels worden niet of nauwelijks nog gehandhaafd. Met als gevolg dat je nu ‘’lokaal’’ fruit koopt bij die leuke fruitstalletjes langs de weg, terwijl het gewoon uit Spanje komt. Of aardbeien uit Polen. Er wordt van alles geroepen. Met kaas zie je hetzelfde. Zo heb je De Rotterdamsche Oude. Zo’n naam impliceert dat de melk uit Zuid-Holland komt. Maar dat is helaas niet zo. Ze hebben een heel verhaal over smaak en authenticiteit, maar het waren gewoon een paar zakenmannen die in de skybox van Feyenoord bedachten dat er ook een stukje ‘Rotterdamse’ kaas bij het bier moest.

Het probleem van dergelijke, op halve waarheden gebaseerde oorsprong-claims, is dat het leidt tot oneerlijke concurrentie. Dan ligt in het schap een stuk kaas met melk uit de korte keten, van een boer die natuurvriendelijk werkt, naast een ‘Rotterdamse’ kaas die goedkoper is en ook heel vriendelijk lijkt. Het is een nieuwe taak voor de consumentenautoriteit, zou ik zeggen. Claims over de korte keten moeten ook gewoon kloppen. Pak dit landelijk aan of juist regionaal of lokaal, zoals vroeger.

Daarbij zie je ook problemen in de logistiek en de eisen van supermarkten. Zo verkoopt Landgoed Mariënwaerdt aardbeienjam van het landgoed. Maar de aardbeien komen vaak uit Polen! Ik zat tijdens een etentje ooit naast de kasteelvrouwe. Ze vertelde dat dat wel moest, want als je in de supermarkt wilt liggen, moet je jaarrond leveren. Waarom is dat? Waarom zeggen we niet: ‘s winters geen aardbeienjam? Mensen zeggen dan wel eens Jan Willem, je bent te idealistisch, je denkt dat supermarkten nog te veranderen zijn. Dat denk ik inderdaad. Ik wil graag de inkoop van supermarkten veranderen. Nu kunnen inkopers daar pas carrière maken als ze een lagere prijs hebben afgedwongen. Dat moet echt anders. We moeten toe naar inkopers die afspraken voor de lange termijn maken met boeren. Dat gebeurt veel te weinig. Het is niet zwart-wit kapitalisme versus idealisme. Het is slim inkopen versus dom inkopen.

Het gaat ook wel eens fout binnen bedrijven die zich richten op de korte keten. Een voorbeeld is de supermarktketen Agrimarkt. Deze keten was in handen van de boerencoöperatie CZAV. De Agrimarkt had korte lijntjes met boeren als toeleveranciers. Het liep als een tierelier, maar helaas is het door de boeren zelf om zeep geholpen. Verkocht aan de Jumbo. Terwijl je het als boer juist van dat soort bedrijven moet hebben. De Jumbo is ook veel minder gemotiveerd om het Zeeuwse en het Zuid-Hollandse landschap mee te nemen in hun beleid. Agrimarkt deed dat wel. 

Het is alleen maar duidelijker geworden dat je de regionaal opererende familiebedrijven moet koesteren, terwijl er steeds meer verdwijnen. Zo’n bedrijf is voor altijd weg. Dat is zó zonde, want je hebt echt de hele keten nodig om te kunnen functioneren. Dat zag  je ook bij de fruitveiling in Geldermalsen. Die heeft altijd tot doel gehad de kleine fruitteler te helpen aan afzet in een regionale markt. Totdat drie jaar geleden het bestuur besloot dat het anders moest. Men zette in op globalisering. Zonde!

Je moet ook verwerkende capaciteit hebben. Als die in handen is van een paar grote jongens, dan wordt het moeilijk. Als je een bier wilt maken van natuurinclusieve granen uit de korte keten, dan moet je bijvoorbeeld ook een mouterij hebben. Daar zijn er maar een stuk of vijf van in Nederland. De meesten zijn enorme, industriële bedrijven. Die kunnen niks met de opbrengst van een paar natuurinclusieve graan akkertjes. Dergelijke kleine hoeveelheden vermouten wordt veel te duur. Dat zag de provincie Zeeland ook. Om de korte keten te beschermen heeft de provincie aandelen genomen in mouterij De Swaen, in Kloosterzande. Om te voorkomen dat de mouterij weer in handen komt van een grote investeerder die niets met natuurinclusieve korte ketens heeft. Dat is heel slimme industriepolitiek. Daar hebben we meer van nodig. 

Ook is er te weinig transparantie in de opbouw van de kosten van voedsel. Dat moet veel beter. We moeten door de brei van bullshit heen als we de supermarkten en zuivelverwerkers willen veranderen. Dat is misschien moeilijk, maar het moet. En er moet echt melk uit Midden Delfland in de Rotterdamse kaas komen, dat is echt wel een wens van mij.”

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

Nieuwe regels die het vertrouwen in biologische producten moeten versterken, leiden tot meer plastic verpakkingen in de supermarkt. Winkels moesten zich per 1 maart laten certificeren om nog onverpakte biologische groenten en fruit te mogen verkopen, maar de grote supermarktketens weigeren dat en overtreden daarmee momenteel bewust de regels. Op ééntje na.

Wouter van Wijk

De ketens vinden die regels te omslachtig en hebben tot nu toe geweigerd zich te certificeren, terwijl het al meer dan een jaar duidelijk is wat er moet gebeuren. Het gevolg is dat veel biologische producten die eerst onverpakt werden verkocht, binnenkort weer verpakt in de winkel liggen. Veelal in plastic.

In plastic verpakte biologische komkommers bij Albert Heijn

De supermarktketens wijzen direct naar de nieuwe normen. “Het controleren en certificeren van ieder verkooppunt zorgt voor onnodig hoge lasten”, zegt het CBL, de overkoepelende organisatie van supermarktketens. Daarbij wijst de organisatie op de nogal rigide uitvoering van de regels. Een bandje om een courgette, een stickertje op een tros bananen, of een laserprint op een pompoen of andere zogenoemde ‘natural branding’, gelden niet als een verpakking en mogen dus niet door niet gecertificeerde winkels worden gebruikt. 

CBL: “Dat is een enorme tegenvaller. Natural branding kan namelijk goed ingezet worden om een biologisch product te onderscheiden van een conventioneel product. Door deze innovatie niet als mogelijkheid mee te nemen, wordt voorbijgegaan aan het doel om een betrouwbare keten te borgen. De enige optie die dan overblijft, wanneer gekozen wordt om niet te certificeren, is om biologische producten te verpakken. Dit staat haaks op de doelstellingen binnen onder andere het Plastic Pact en de Europese Green Deal.”

Verschuilen achter regels

Dat nieuwe regels voor bio-producten leiden tot meer plastic-gebruik is op z’n minst opmerkelijk te noemen. De winkeliers wijzen daarom op de regels, maar dat is te gemakkelijk, zegt Roosmarijn Saat, voorzitter van de landelijke vereniging voor bio-winkels. “De certificering is begrijpelijk. Als boeren, groothandels en tussenhandelaren allemaal gecertificeerd zijn, is het vreemd om de cirkel niet rond te maken en de winkels buiten schot te laten.” Saat: “Nu verschuilen de grote retailers zich achter de wetgeving, maar dat is de omgekeerde wereld. Het is de winkelier die plastic gaat gebruiken. Ze verduurzamen gewoon niet.” Wel is ze het eens met de kritiek dat de regels erg omslachtig zijn. Saat, ook eigenaar van de Rotterdamse bio-supermarkt Gimsel, ging het proces door: “Het is voor een zelfstandige winkelier een flinke inspanning.”

Dat kan Celine Brugman van bio-winkel Gouda beamen: “Skal is buitengewoon theoretisch. Dit is de regel en zo gaan we het doen. Maar hoe je die regel in de praktijk moet vormgeven is een heel andere zaak. Heel lastig, of onmogelijk soms zelfs. En onnodig. Zo moeten we certificaten van leveranciers uploaden naar Skal, die Skal zelf al lang heeft. Waarom?” Daarbij komen nog de kosten, zegt Brugman: “Het eerste jaar was ik alleen al aan Skal 1.000 euro kwijt.” Over alle uren die Brugman en haar personeel in de certificering staken, denkt ze liever niet na. 

Brandbrief

Ook politiek rommelt het. Door de problemen stuurde de biologische sector vorig jaar vlak voor de zomer een brandbrief naar Skal en het ministerie. Tweede Kamerleden maakten zich zorgen en dienden moties en vragen in. In november vorig jaar kwam voormalig minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, met antwoorden waaruit bleek dat de gesprekken vast zaten. Ze riep eind vorig jaar de supermarkten en Skal op om samen een oplossing te vinden. Dat is tot nu toe nog steeds niet gelukt.

De biologische pompoenen liggen bij de AH nog zonder verpakking in de winkel

Ondertussen liggen bij de Albert Heijn de bio-pompoenen gewoon nog los in het vak, zonder verpakking. Biologische courgettes hebben een klein bandje en de bananen een sticker. Tegen de regels dus. De grootgrutter wil inhoudelijk niet reageren op onze vragen, net als Jumbo. Skal zegt vanaf 1 maart toezicht te gaan houden, maar pas boetes uit te delen vanaf 1 juni.

Lidl laat zien dat de klachten van de supermarktbranche weinig hout snijden. Een woordvoerder meldt: “Al onze 438 filialen zijn gecertificeerd en voldoen aan de geldende wetgeving om onverpakte biologische producten te mogen verkopen.” Voorlopig als enige grote niet puur-biologische supermarktketen.

Aanscherping

De Europese Unie scherpte de regels aan om fraude met biologische producten tegen te gaan. Biologisch voedsel is veel duurder, terwijl het zonder laboratorium nauwelijks van niet-biologisch te onderscheiden is. Een appeltje is snel verwisseld. Daarom zijn er strenge controles in de keten van de boer tot de winkel. Alleen werden de winkels tot nu toe zelf nog niet op dezelfde manier gecontroleerd.

De regels gelden eigenlijk al sinds 1 januari 2021, omdat toen nieuwe regels van de Europese Unie ingingen, maar controleorganisatie Skal nam 2021 als tussenjaar om zo de winkels te kunnen certificeren. Terwijl dat tussenjaar over is, zijn de supermarkten nog steeds niet gecertificeerd. Skal heeft inmiddels alleen certificaten uitgereikt aan kleinere (bio)winkels en de bio-ketens Odin en Ekoplaza.

Voedseldeskundige en oud-voorzitter van Skal, Suzanne van der Pijll, zette vorig jaar al haar vraagtekens bij de nieuwe regels. “We willen én meer biologisch voedsel, én minder verpakkingen. Dat is lastig met deze regels.” Ze kijkt ook naar de rol van Skal en het ministerie van Landbouw: “De Europese regelgeving gaat om de hoofdlijnen. Skal interpreteert het vrij strak. Misschien dat het in bijvoorbeeld Frankrijk minder strak geregeld is.” Ze snapt de regels van de EU wel: “Een consument moet er natuurlijk wel zeker van zijn dat een biologisch product ook echt biologisch is. Aan de andere kant denk ik dat er in grote supermarkten nauwelijks gefraudeerd wordt. Er zal heus een keer een foutje gemaakt worden, daar niet van.” Ze denkt dat supermarkten te veel te verliezen hebben om te sjoemelen.

[Update 23 april: Artikel bijgewerkt met antwoord van Lidl “Al onze 438 filialen zijn gecertificeerd en voldoen aan de geldende wetgeving om onverpakte biologische producten te mogen verkopen.”]

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

Bezorgdiensten voor de dagelijkse boodschappen schieten als paddenstoelen uit de grond. Per fiets, elektrisch wagentje of bestelauto worden de spullen snel thuisbezorgd, maar is er in die moordende concurrentie wel plaats voor duurzaamheid en lokale producten? We peilden dat bij Picnic, Lokaal Ideaal, Bio Aan Huis en flitsbezorger Gorillas.

Kees Vermeer

Het resultaat? Wisselend. Alle diensten zeggen zo duurzaam mogelijk te willen werken, maar de praktijk is vaak weerbarstig. Al gaat er ook veel goed, omdat bezorgdiensten amper voorraad hoeven te houden. 

Zo vertelt Romke Spierdijk van Picnic dat de online supermarkt verspilling van versproducten tegengaat: bestellen kan tot tien uur ’s avonds, waarna precies het aantal bestelde producten wordt ingekocht bij de leveranciers. Die producten worden de volgende dag bij de klanten bezorgd. ‘Wij hebben geen voorraad van versproducten, maar bestellen alleen wat door de klant besteld is.’

Volgens Spierdijk heeft Picnic de hele keten van bestellen en bezorgen efficiënt opgezet. Bezorging gebeurt met de inmiddels bekende kleine elektrische wagentjes. ‘Het bezorgen gebeurt dus duurzaam. Het voorkomt bovendien, zoals geldt voor alle bezorgdiensten, dat mensen zelf regelmatig naar de supermarkt rijden voor hun boodschappen. We stellen de bezorgroutes efficiënt samen door leveringen voor meerdere adressen tegelijk mee te nemen. Klanten kiezen bij ons geen tijdslot, maar een tijdstip op een dag. Wij rijden vaste routes op vaste tijden. Dat is duurzamer en goedkoper. Daardoor heeft Picnic geen bezorgkosten.’

Shaula Tak

Elkaar helpen
Bij de lokale Zuid-Hollandse bezorgdienst Bio Aan Huis werkt het ook efficiënt, maar een stuk kleinschaliger. Bioboerin Shaula Tak zette de dienst ruim vijftien jaar geleden op omdat ze meer wilde dan alleen ‘boeren’ en wilde telen voor de lokale markt. De dienst bezorgt biologische groente- en fruitpakketten bij mensen in Zuid-Holland. ‘We rijden op vaste dagen een vaste route. De pakketten zijn gevuld met producten van onszelf en van collega-bioboeren. In de webwinkel kun je extra producten bijbestellen.’
Via netwerk- en kennisbijeenkomsten is er veel contact met collega’s in de regio. ‘Er komen steeds meer bioboeren, dus we kunnen de boxen steeds beter vullen met lokale producten. We werken sinds kort ook samen met Tuinderij Natuurluck in Zevenhuizen. Als zij eens een goede oogst hebben, kunnen we een deel van onze klanten postelein of andijvie geven. Zo kunnen we elkaar helpen.’

Shaula merkt dat klanten het aspect van duurzaamheid steeds belangrijker vinden. Zo hebben sommige klanten een beetje moeite met tropisch fruit in de fruitbox. ‘Dat bieden we wel aan, want je kunt de box niet vullen met alleen appels en peren. Maar voor mensen die alleen regionale producten willen eten, is dat wel een drempel. Dus daar moeten we een middenweg zoeken. Overigens is ook het tropische fruit honderd procent biologisch, en bovendien alleen vervoerd over de weg of het water. In de groentebox zit ook een rode paprika uit Spanje, maar dat komt omdat het in de winter hier te koud is om biologische paprika te telen.’

Efficiënt transport
Wat betreft vervoer wil Tak in de toekomst elektrisch gaan rijden, maar daarmee kan ze de afstand naar de klanten nu nog niet overbruggen. Het transport gaat wel zo efficiënt mogelijk: ‘We rijden volgens vaste routes en hebben in de loop der jaren de ideale maat bus gevonden.’

De groenten- en fruitpakketten worden bij de klant geleverd in kartonnen dozen. Ook daarmee let Tak op duurzaamheid. ‘Gaandeweg zijn we karton zo veel mogelijk gaan hergebruiken. Binnenkomende dozen gebruiken we voor extra bestellingen en voor grote groentepakketten. We gebruiken zo weinig mogelijk plastic en papier. Alleen tere producten zoals veldsla verpakken we in een plastic zakje. Komkommers uit Spanje zijn veelal nog wel geseald in plastic, maar we vragen steeds naar ongesealde producten en dan komen die ook wel. Klanten willen eveneens liever geen plastic meer. En in onze boerderijwinkel hebben we klanten via een flyer gevraagd of ze dat papieren zakje echt wel nodig hebben. Een papieren zakje wordt pas duurzamer dan een plastic zakje als je het vele malen hergebruikt. Ik zie dat mensen nu vaker eigen zakjes hergebruiken, of de gekochte producten meteen in de tas doen. Zo kunnen we het bewustzijn van mensen hierover vergroten.’

Maarten Zijlstra
Maarten Zijlstra

Relaxed bezorgen
De bezorging van Lokaal Ideaal, een platform voor lokale winkeliers, is volgens directeur Maarten Zijlstra efficiënt en daardoor duurzaam: ‘Als klant kun je in één keer bestellen bij alle winkels op het platform. Wij halen de bestellingen op met een elektrische bakfiets en bezorgen die op één moment bij de klant thuis.’ 

Er is wel oog voor duurzaamheid in vervoer: de huidige trend is om heel snel te bezorgen, maar Zijlstra ziet meer in ‘relaxed bezorgen’. ‘We kunnen dezelfde dag bezorgen als de bestelling op tijd wordt gedaan, maar we hoeven ons niet te haasten. Bovendien combineren we bestellingen, dus we gaan niet voor iedere order apart heen en weer. We weten dat fietspaden tegenwoordig erg vol zijn, en proberen onze impact daarop te beperken.’

De producten op het platform zijn niet altijd duurzaam, geeft Zijlstra toe: ‘Het gaat ons echt om de lokale winkeliers. Maar ik zie wel dat winkels zelf steeds duurzamer worden.’

Ambachtelijke producten
Minder relaxed zijn de flitsbezorgers van Gorillas, die binnen tien minuten de boodschappen per e-bike thuisbezorgen. Met veel geld van investeerders wierp de dienst zich onlangs in de markt. Gorillas levert zowel kleinere dagelijkse boodschappen als de wekelijkse, vertelt een woordvoerder van het bedrijf. En ook de wat lokalere producten: ‘Naast de bekende merken die je ook in de traditionele supermarkten vindt, hebben wij lokale fabrikanten met ambachtelijke producten. Bijvoorbeeld Meatless Farm, Oma’s Soep, Hessling Vlees, Bocca Coffee, Boeren van Amstel en lokale bakkerijen in de verschillende steden waar wij actief zijn. Wij geloven dat we met een vers en lokaal assortiment voldoen aan de vraag van zowel de consument als de lokale producenten.’

In de bedrijfsvoering van het bedrijf gaat alles elektronisch en papierloos, is snelle communicatie mogelijk en kunnen voorraden in de hubs goed worden afgestemd op de behoeften van een wijk. ‘Dat leidt tot een minimale verspilling van voedsel. In de strijd tegen voedselverspilling zijn wij bovendien aangesloten bij Too Good To Go.’

Flexibel
Picnic levert misschien minder snel, maar wel een uitgebreid assortiment bio-producten, waar volgens Spierdijk veel vraag naar is. Klanten kunnen aangeven als zij een product missen, waarna dat eventueel kan worden toegevoegd. En niet-gangbare producten worden uit het assortiment gehaald. ‘Zo is het aanbod flexibel. Voor een supermarkt is het veel ingewikkelder om bijvoorbeeld een nieuw product toe te voegen. Want dat moet dan in alle vestigingen verkrijgbaar zijn. En als het toch niet goed blijkt te lopen, blijft er dus veel van het product over.’

De dienst werkt ook met lokale producten, in samenwerking met lokale leveranciers. Voorbeelden zijn Sambal Bert in Amersfoort, worstenbroodjes in Breda, en bier van lokale brouwers. Spierdijk: ‘We bezorgen bovendien sinds 2019 eieren uit eigen stal: de Eitjes van Picnic. Die hebben 3 sterren van het Beter Leven keurmerk en hebben ook het keurmerk Planet Proof. De eitjes voldoen daarmee aan de hoogste normen voor dierenwelzijn en duurzaamheid. De Picnic-kippen scharrelen rond op een boerderij van Kipster in Ewijk.’

Het aantal mensen dat investeert in lokale voedselinitiatieven en natuurvriendelijk boeren stijgt enorm. Niet alleen om rendement te halen, maar vooral ook voor een betere wereld. Het ene project is nog niet afgerond, of het andere staat alweer op. De Herenboeren floreren als nooit tevoren, terwijl de inleg 2.000 euro is. Land van Ons doet het enorm goed. En ook het Rotterdamse Rechtstreex haalde met crowdfunding in zeer korte tijd het dubbele van het streefbedrag op en het initiatief Aardpeer haalde in enkele weken 7 miljoen (!) euro binnen om duurzaam boeren te stimuleren.

Kees Vermeer

Maarten Bouten van Rechtstreex

‘Uhm, we zijn een beetje overdonderd’, was de reactie van Maarten Bouten van Rechtstreex toen hij het resultaat zag van de crowdfunding actie. Geen gekke reactie: al voordat de campagne goed en wel was gestart, werd het maximale doel al bereikt: 100.000 euro. Binnen een halve dag! “We hadden al goede ervaringen met crowdfunding, maar nu ging het echt ongelofelijk snel. Het is ontroerend en indrukwekkend om de betrokkenheid van mensen te zien bij wat wij doen.”

Met de opbrengst kan Rechtstreex, het initiatief om lokaal eten zo toegankelijk mogelijk te maken, uitbreiden naar de regio Haaglanden. “We hebben daar al tien verkooppunten, maar willen de stap maken naar een zelfstandige regio met een eigen assortiment en een zelfstandig verzamelpunt en distributiecentrum. Zo’n nieuwe locatie vraagt natuurlijk een investering, vandaar deze actie.”

Heel snel aan de slag

Rechtstreex bouwt sinds 2013 aan een duurzame en lokale voedselketen. Er zijn in de webshop al meer dan tweeduizend bestellingen per week. Kennelijk zien inwoners van Haaglanden het initiatief ook zitten, want 51 mensen investeerden gemiddeld maar liefst 1.960 euro. ‘We vinden het te gek dat hiermee eerlijk, lokaal eten naar de stad wordt gebracht’, was het bericht van iemand die 10.000 euro inbracht. Medio mei is het nieuwe verzamelpunt in Den Haag opengegaan. “Door de opbrengst van de actie konden we heel snel aan de slag”, zegt Bouten. 

Geld is natuurlijk belangrijk om nieuwe stappen te maken, maar er is meer nodig: “We hopen dat steeds meer mensen lokaal kopen als het nieuwe normaal gaan zien. En inzien dat de duurzaamheid van de voedselketen wordt bepaald door de manier waarop je boodschappen doet. In de supermarkt heb je daar geen idee van en heb je er ook geen invloed op. Door lokaal te kopen ben je onderdeel van een duurzaam systeem. Je kunt kiezen voor boeren die produceren op de manier die jou aanspreekt. Zo heb je veel invloed met iets wat je dagelijks doet.”

Zorgen voor de volgende generatie

Maar waarom investeren mensen eigenlijk? Dat kan Margreet Verhaar uit Leidschendam wel uitleggen. Ze bestelt sinds ruim een jaar boodschappen bij Rechtstreex en deed met een flink bedrag mee aan de crowdfunding actie. “Het geeft me een goed gevoel om boodschappen te doen bij lokale ondernemers. Wat ik koop is niet eerst over de hele wereld vervoerd. Als we met ons voedsel doorgaan zoals nu, dan gaat het niet goed. Met de feestdagen eet ik echt nog wel eens iets wat niet uit de buurt komt, maar ik probeer dat wel te beperken. Veel producten van Rechtstreex zijn bovendien biologisch, en ook dat vind ik belangrijk. Ik probeer ook meer seizoensgroenten te eten. We moeten gewoon goed zorgen voor de volgende generatie. Dat is mijn motivatie.”

Krijn Triep, eveneens uit Leidschendam, deed ook mee vanwege zijn enthousiasme voor Rechtstreex. “Ik ben lid van een weidevogelclub en hoorde er op een clubavond over. Ik vond het meteen een prachtig initiatief. Ik kocht ooit ergens biologische aardappels maar die bleken uit Peru te komen. Ik vind het niet zo biologisch om die helemaal hierheen te transporteren. Rechtstreex staat voor korte lijnen en transparantie. Je weet precies waar de producten vandaan komen.”

Triep las over de crowdfundingactie en wilde er eerst een nachtje over slapen. Maar toen hij zag dat het heel snel ging, is hij meteen gaan meedoen. Hij hoopt dat het bewustzijn over duurzaamheid en korte lijnen in de toekomst bij meer mensen zal doordringen. “Want we moeten onze voedselproductie echt op een andere manier gaan organiseren.”

Studenten en jonge gezinnen

Kees van Biert, van Aardpeer

Kees van Biert, mede-initiatiefnemer van Aardpeer, is ook in zijn nopjes met de enorme investering vanuit crowdfunding: “Dit is een succes voor de aarde.” Aardpeer streeft naar natuurvriendelijke landbouw en geeft informatie, advies en ondersteuning. Bijvoorbeeld rondom kruidenrijk grasland of gezondere bodems met meer biodiversiteit. Vanaf eind januari konden particulieren en bedrijven voor 500 euro per stuk ‘Samen voor grond’-obligaties aankopen. Dat leverde 7 miljoen euro op, waarmee nieuwe grond wordt verworven en beschikbaar gesteld aan natuurvriendelijke boeren. 

“We willen boeren in staat stellen om de aarde beter achter te laten dan dat ze die gekregen hebben”, legt Van Biert uit. “Dat doen we met een pachtcontract waarin staat dat er geen gif en rommel wordt gebruikt. De boer kan dan pachten tegen een lage prijs. Triodos, eveneens onderdeel van Aardpeer, verleende een voorfinanciering zodat we alvast objecten konden kopen. Daarna hebben we particulieren en bedrijven gevraagd om ons te helpen door de obligaties te kopen. We hebben nu 650 beleggers, waarvan de helft studenten en jonge gezinnen. Zij vinden het dus belangrijk wat wij doen.”

Onmogelijk mogelijk

Dat het initiatief zo breed wordt ondersteund is voor Van Biert een kans om nog meer te doen dan vooraf gedacht. Met de opbrengst kunnen boeren natuurvriendelijk aan de slag die dat voorheen niet hadden gekund. “Met de huidige prijs van boerenland en een lening van een bank komen boeren er gewoon niet uit. Dus we moeten ergens een draai maken. Ik denk dat we dat nu kunnen doen. We hadden al 550 hectare grond, dus we waren al flink groot. Maar door onze beleggers kunnen we nu dingen doen waarvan we dachten dat ze onmogelijk waren. Kennelijk hebben we een instrument gevonden wat bij deze tijd past. De nieuwe generatie beleggers kijkt bewust naar de impact van hun belegging.”

Deelnemers van Aardpeer

Zeventig miljoen

Voor boeren die anders willen gaan werken, is de hoge grondprijs een groot knelpunt. Begin dit jaar werd bekend dat steeds minder boeren de sprong wagen naar biologische landbouw. Maar de boeren zijn het probleem niet, betoogt Van Biert. “Zij willen wel, maar kunnen gewoon geen kant op. Bij de start van Aardpeer meldden zich binnen drie weken 74 boeren. En allemaal hadden zij een plan om beter en gezonder te gaan werken. Een van hen, een jonge boer, zei tegen ons: ‘Ik ben mijn grond en de natuur aan het verwoesten, maar ik kan niet anders’. Met onze hulp heeft deze boer nu een volledig biologisch en circulair bedrijf. Daarom geloof ik in onze methode: boeren helpen om tegen een goede prijs grond te kopen om stappen te kunnen maken. We gaan ons nu inzetten om niet zeven maar zeventig miljoen binnen te halen. We hebben laten zien dat het kan, en nu gaan we de volgende stap zetten.”

Met negen boerderijen in functie, tientallen initiatieven om nieuwe op te richten en honderden geïnteresseerden in het hele land, kun je wel stellen dat het initiatief Herenboeren een groot succes is. Zeker omdat de eerste Herenboerderij pas vijf jaar geleden, in 2016 werd opgericht. Wat kunnen we voor de komende vijf jaar verwachten?

Ilona de Ruijter

In Zuid Holland zijn de ambities in elk geval groot. Terwijl er begin vorig jaar nog nul Herenboerderijen zaten, zijn het er binnenkort al drie. Zo startte in maart 2020 De Vlinderstrik in Rotterdam met zaaien, fruitbomen en veeteelt. Door de opstartfase is de productie nog niet heel hoog, maar daar komt dit jaar verandering in. Eind deze maand gaat Herenboeren Aan den Drecht in het Groene Hart van start en de derde is ook ver in het proces.

Negen Herenboerderijen, tientallen initiatieven en honderden geïnteresseerden door heel Nederland

Een Herenboerderij is een kleinschalig, gemengd en coöperatief boerenbedrijf voor en door mensen die gezond willen eten en willen vertrouwen op eerlijke productie met respect voor de boer, de dieren en de natuur. Van zo’n boerderij zijn 150 tot 200 gezinnen lid, die elk een startbedrag van 2.000 euro inleggen voor de oprichting. Vervolgens betalen zij een wekelijkse contributie om het bedrijf draaiende te houden. Al het eetbare dat de boerderij voortbrengt, wordt verdeeld onder de leden. Dat voedsel verbouwen zij niet zelf, maar de coöperatie heeft een boer in dienst. En wie dat leuk vindt is welkom om de boer een handje te helpen. 

Het eerste volledige seizoen

Lian Tan

Herenboerderij de Vlinderstrik bevindt zich in het noorden van Rotterdam en bereik je met de metro, of binnen een half uur fietsen vanuit het centrum. Dit jaar beginnen zij hun eerste volledige seizoen. “Het doel is om alle leden wekelijks te voorzien van groenten, fruit, aardappels, eieren en kippen-, runder- en varkensvlees. Maar zo ver zijn we nog niet”, vertelt Simone Roodenberg, bestuurslid bij De Vlinderstrik. “We zijn blij als we straks elke week voedsel kunnen uitleveren. Omdat we vorig jaar halverwege het jaar zijn gestart hebben we nog niet alles kunnen zaaien. Op dit moment betalen we daardoor nog relatief veel voor weinig opbrengst. Maar dit jaar zaaien we alles wat we willen, al is het afwachten of alle gewassen gedijen in de kleibodem.”

Een tweede Herenboerderij van start

De Vlinderstrik blijft niet lang de enige Herenboerderij in de provincie, want 31 mei krijgt Herenboeren Aan den Drecht grond in Leimuiden overgedragen van de gemeente. “Dan mag ook direct de eerste spade erin”, vertelt Lian Tan, woordvoerster van Herenboeren Groene Hart, opgewekt. “We kunnen van alles op het land gaan doen, omdat er nog helemaal niets staat en uit bodemonderzoek blijkt dat de grond erg goed is.”

Eten, maar bovenal gezelligheid

Het bouwen van een gemeenschap is volgens Tan, naast het duurzame voedsel, een belangrijk doel van de Herenboerderij: “Voedsel en gemeenschap zijn twee van onze pijlers. De derde is natuur.” Ook Roodenberg is positief te spreken over het gemeenschapsgevoel: “De community is een extraatje dat je niet verwacht als je lid wordt. Het is een gemeenschap van mensen met dezelfde interesses en doelen, waardoor er snel een klik is. Dat vind ik misschien wel het mooiste van de Herenboeren.”

Meer Herenboerderijen?

Paul Valster

Zowel in de regio Rotterdam als in het Groene Hart staan Herenboeren te popelen om boerderijen te starten. Aan interesse geen gebrek, dus waarom zijn er niet meer Herenboerderijen in Zuid-Holland gerealiseerd? “Grond is de bottleneck in deze regio, zodra we grond hebben komen de mensen vanzelf”, licht Paul Valster toe, bestuurslid van Herenboeren Rotterdam, dat zich inzet voor meer Herenboerderijen in de omgeving van de havenstad. Valster heeft alle vertrouwen om geschikt land voor nog vijf Herenboerderijen in de regio Rotterdam te vinden: “We willen niet alle boerderijen tegelijk starten, dat kunnen we niet managen. Maar we blijven wel continu met de juiste mensen praten.” Dat doet ook Herenboeren Groene Hart. Tan vertelt dat het doel is om in het Groene Hart elke 20 tot 30 kilometer een Herenboerderij te realiseren. “De eerste is gelukt, op naar meer geschikte locaties.”

Vooral in Rotterdam zit schot in de zaak: “De eerstvolgende boerderij, de Aalkeet, komt met 90% zekerheid in de Zuidbuurt in Vlaardingen. We wachten op definitieve goedkeuring van de gemeente. Verder zijn we in gesprek over verschillende locaties in het buitengebied van Rhoon, bij de Rottemeren en onderzoeken we of er in Hoek van Holland geschikte grond is.” 

Door het nieuwe project Rotterdam De Boer Op van Natuurmonumenten en achttien partners, waaronder Herenboeren, zou zomaar nog meer vaart in de realisatie van nieuwe Herenboerderijen kunnen komen. Het project kwam tot stand dankzij een gift van de Nationale Postcode Loterij en heeft als doel om de natuur op het Rotterdams platteland tot bloei te laten komen en het bord van duizenden Rotterdammers er anders uit te laten zien: gevuld met (h)eerlijk en lokaal geproduceerd voedsel. Het project moet in 2027 volledig op eigen benen staan. We kunnen de komende jaren dus uitkijken naar meer Herenboerderijen. Wie enthousiast geworden is kan hier terecht. 

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

Sinds boerenvoorvechter Caroline van der Plas met haar BoerBurgerBeweging een zetel in de Tweede Kamer veroverde, is ze niet meer uit de media weg te slaan. Of ze nou met een trekker het Binnenhof op komt rijden, in praatprogramma’s reuring veroorzaakt, of een botsinkje met Rutte heeft, de oud-journalist weet zich in de kijker te spelen. Maar waar staat ze eigenlijk voor, inhoudelijk? Voor de traditionele boer of de biologische? Groot of klein? Lokale producten of de export?

Wouter van Wijk

Het beeld dat veel mensen van haar hebben, is vooral die als voorvechter van traditionele, industriële boeren. Ze bezweert het tegendeel: “Ik ben niet, zoals veel de meeste mensen denken, voor de turbo-boeren. Dat alles groter en sneller moet. Juist niet. Maar we moeten wel kijken naar hoe je verandert. Moet dat snel? Wij willen dat het in kleine stapjes gaat.”

Van der Plas pleit voor een pas op de plaats als het gaat om nieuwe regelgeving, stikstofbeleid en de import en export. “Er moet een langjarig plattelandsbeleid komen. En voor die tijd willen we een brede, maatschappelijke discussie over wat we in Nederland nou willen met de boeren en het platteland.”

“Als je zo doorgaat, regel op regel, dan heb je over twintig jaar nog maar weinig boeren over. Met daarbij heel veel hele grote, en een paar kleine. Die in het midden redt het niet.”

Caroline van der Plas

Een beginnetje met die discussie wil ze wel maken: “Er is nu hele strenge regelgeving. Dat moet soepeler. Als je zo doorgaat, regel op regel, dan heb je over twintig jaar nog maar weinig boeren over. Met daarbij heel veel hele grote, en een paar kleine. Die in het midden redt het niet.”

De oplossing? Minder regels. “Boeren zitten klem. Ook boeren die het graag anders willen. Als je als boer wil omschakelen naar biologisch, dan gaan bijvoorbeeld de buren weer klagen dat de varkens of kippen buiten lopen.”

Caroline van der Plas

“Het gaat ons ook niet om minder dierenwelzijn of minder milieuregels. We willen vooral veel minder bureaucratie. Boeren worden gek van de boekhouding. Alles moet geregistreerd worden. Dat zegt het ministerie van Landbouw nu gelukkig zelf ook. We moeten met een stofkam door de regelgeving.”

Supermarkten

Onderdeel van die discussie moet ook de positie van boeren tegenover de supermarkten zijn: “Het is heel scheef. Boeren mogen geen prijsafspraken maken, terwijl de supermarkten en slachterijen enorme macht hebben. Er lopen nu ook onderzoeken naar prijsafspraken bij slachterijen. Terecht.”

De supermarkten opereren schijnheilig in haar ogen: “Ze doen maatschappelijk heel stoer over dierenwelzijn. Maar ondertussen wentelen ze de kosten af op de boer. Het moet beter zijn, maar niet duurder voor hen. Dat kan natuurlijk niet. En daarbij promoten ze ondertussen ook nog eens vooral het goedkopere voedsel, de kiloknaller.”

“Supermarkten doen maatschappelijk heel stoer over dierenwelzijn. Maar ondertussen wentelen ze de kosten af op de boer.”

Caroline van der Plas

“Niemand zit te wachten op kiloknallers. De meeste boeren niet, wij ook niet. Maar de supermarkten werken wel zo.” Voor de boeren is het kiezen of delen, stelt Van der Plas: “Als de kostprijs zo hoog is als die nu is en de inkomsten zo laag, dan moet je of stoppen, of opschalen. Met meer dieren gaat je kostprijs omlaag.”

Maar om dat te doen, moeten boeren zich vaak in enorme schulden steken. “Je ziet steeds meer bewustzijn bij boeren, dat veel van die investeringen tot enorme financiële problemen kunnen leiden.” De boer doet een investering, waarna het vaak toch anders loopt. Bijvoorbeeld omdat de regels veranderen, zoals rond de stikstofproblematiek. “Er zijn genoeg verhalen. Zo ken ik een boer die had een stal voor tweehonderd koeien gebouwd. Toen bleken er maar 120 in te mogen. Die kon het hoofd niet boven het water houden.”

Het telkens terugkerende probleem is dan ook vrij simpel: geld. Veel boeren willen graag milieu- en diervriendelijk werken, maar kunnen dat niet omdat het niet uit kan.  “Een boer zei ooit: ik wil mijn varkens best wel leren voetballen, als ze maar betalen. Dat is wel het probleem.”

Vijf cent

“Ik denk soms misschien wat te simpel hoor, maar als de supermarkt vijf cent per kilo op de prijs doet, dan maakt dat een verschil. En wie merkt dat? De meeste mensen echt niet. Ik denk dan niet: dan koop ik geen vlees. Ik denk: ik heb zin in karbonade. Maar voor de boer is het een wereld van verschil. Geef ze vijf cent extra en je zult zien wat ze kunnen.”

Van der Plas, een van de weinige Tweede Kamerleden waarvan haar 06 nog gewoon op de website staat, ziet ook een grote rol voor de consument: “Supermarkten moeten hun maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen. Door de acties van Wakker Dier is de plofkip de supermarkt uitgegaan. Dat kan ook met andere producten. De consument bepaalt. Vraag in de supermarkt: ik wil uien uit Nederland. Doe ik ook.”

“De supermarkten hebben de afgelopen twintig jaar de consument geleerd dat voedsel zo goedkoop is. Het is een perverse prikkel. De groenten en vlees zijn spotgoedkoop. Hun marge zit juist op andere producten verderop in de winkel. Een pak hagelslag bijvoorbeeld.”

“FrieslandCampina doet samen met Natuurmonumenten een campagne, maar ze verkopen vooral melkpoeder aan China”

Caroline van der Plas

Ook een bedrijf als FrieslandCampina werkt eraan mee: “Die zijn ooit begonnen voor boeren, maar inmiddels zitten er zoveel lagen personeel. Nu doen ze ook samen met Natuurmonumenten een campagne, maar ze verkopen vooral melkpoeder aan China. Ze vinden het vast niet leuk dat ik dat zeg, maar het is heel erg voor de bühne.”

Import en Export

Het blijft ook een ongelijk gevecht tussen boer en supermarkt. De boer concurreert ondertussen met letterlijk de hele wereld. “Ik zie hier in de zomer regelmatig Spaanse aardbeien in de supermarkt liggen. We hebben er hier zo veel. Dat is toch gek?”

Maar het is nog erger, ziet Van der Plas. Boeren hier moeten aan allerlei regels voldoen, die vaak niet gelden voor geïmporteerde producten: “We moeten geen voedsel meer importeren dat niet aan onze regels voldoet. We zijn niet tegen import, maar wel tegen handel waar geen gelijk speelveld voor is. Waarom moet een boer hier aan allerlei regels voldoen, maar mag een supermarkt wel kip importeren uit Brazilië, waar de regels veel minder streng zijn?”

En de andere kant dan? De export? Moet Nederland wel zoveel landbouwproducten exporteren? “Het is maar hoe je er tegenaan kijkt. We exporteren het meeste naar landen die 600 à 800 kilometer om ons heen liggen. In Amerika zouden ze dat een lokaal product noemen. Daarbij, de meeste export zit in sierteelt en bomen.”

“Waarom moet een boer hier aan allerlei regels voldoen, maar mag een supermarkt wel kip importeren uit Brazilië, waar de regels veel minder streng zijn?”

Caroline van der Plas

Stoppen met exporteren leidt volgens Van der Plas tot meerdere problemen: “Als je niet meer exporteert, gaat de prijs voor Nederlanders wel omhoog. Door de schaalgrootte houd je de prijs hier ook laag.” En daarbij, weer die regels: “Straks krijg je vlees en eieren uit het buitenland. Daar werken ze heel anders met gewasbeschermingsmiddelen en antibiotica. Weet je daarvan wat erin zit?”

Het is voor Van der Plas dan ook geen uitgemaakte zaak dat er minder dierenleed is als je in Nederland minder dieren houdt: “De regels zijn hier veel strenger. Hier de veestapel halveren betekent misschien dat het vlees dan uit Oekraïne komt. Daar hebben ze varkensstallen van 500.000 of in Rusland zelfs een miljoen. Hoe goed denk je dat die dieren het hebben?”

Halvering veestapel

De export ligt nu vooral onder vuur vanwege stikstofuitstoot die veel landbouwactiviteiten hebben. Op zich is Van der Plas niet totaal tegen een halvering van de veestapel: “Het hoeft niet per se hetzelfde te blijven van ons. Het hoeft niet te groeien, niet per se te krimpen. Maar we moeten er dus eerst een goede maatschappelijke discussie over hebben.” En ook daarvoor weer die pas op de plaats: “Eerst moeten de feiten en cijfers worden vastgelegd. Van Tata Steel of Schiphol is helemaal niet bekend wat de stikstofuitstoot is. Er is zoveel niet duidelijk.”

Lokaal, familie en natuurlijk

Dat steeds meer consumenten tegenwoordig hun voedsel lokaal willen en op een natuurlijker manier geproduceerd, juicht BBB van harte toe: “We willen de korte keten juist heel erg stimuleren. We willen ruimte geven aan boeren om echt te ondernemen. Boeren worden belemmerd door de regelgeving. Maar je moet ook realistisch zijn. Het past niet bij alle boeren. Daarbij: als je kijkt naar de consumentenmarkt: de producten worden niet altijd gekocht.”

Dat geldt ook voor producten die meer natuurlijk gemaakt worden, ziet ze: “Ik weet niet hoe het bij jou zit, maar tijdens een discussie op een verjaardag eet iedereen biologisch, maar dat blijkt niet uit de verkoopcijfers.”

Of dat klein of groot is, doet er voor BBB niet per se toe: “Wij willen familiebedrijven houden. Dat kunnen ook familiebedrijven zijn met 20.000 kippen. En dat heeft niets te maken met wel of niet biologisch boeren. Dat denken mensen wel eens, maar ik ken biologische pluimveehouders die 80.000 kippen hebben en gangbare boeren met 40.000 stuks.”

“Een paar jaar geleden liep iedereen weg met boer Willem uit Boer Zoekt Vrouw. Dan hoor je: waarom doen niet alle boeren dat? Maar hij moet wel buitenshuis werken voor z’n inkomen.”

Caroline van der Plas
Boer Willem (Foto KRO/NCRV)

Dat laatste is voor Van der Plas ook nog wel een puntje: in de media en in de marketing wordt het boerenleven veel te romantisch neergezet. Veel mensen weten niet dat biologische boerenbedrijven een enorme omvang kunnen hebben, en ‘industriële’ klein. “Vorig jaar liep iedereen weg met een klein boertje, Willem uit Boer Zoekt Vrouw en Onze Boerderij. Dan hoor je: zie je wel, mooi, waarom doen niet alle boeren dat? Maar hij moet wel buitenshuis werken voor z’n inkomen. Andere boeren moeten met hun gezin echt rondkomen van hun bedrijf. Daar staan wij voor.”

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

In plaats van zich aan te sluiten bij grote boerencoöperaties als FrieslandCampina of Arla, zoeken boeren samenwerking in kleiner verband. Onder het motto ‘samen sterker’ lukt dat steeds beter. De omzet stijgt de laatste jaren hard, omdat steeds meer consumenten de voordelen van kleinschalige productie zien. Maar waarom kan dat niet bij de grote jongens?

Wouter van Wijk

Wil de Vette

Dat het snel kan gaan, bewijst de coöperatie Delflandshof. “We hebben de ambitie om eerlijke eigen Midden Delflandse zuivel te produceren,” zegt Wil de Vette van Hoeve Bouwlust in Maasland. De familie De Vette richtte vijf jaar geleden samen met vier andere boeren de coöperatie op en groeit, zeker in het laatste jaar, flink: “We begonnen met drie koeien voor onze coöperatie en zitten nu op twintig. Er zijn al momenten dat zelfs dat te weinig is!”

Delflandshof doet niet alleen aan melk, maar ook andere zuivel, vlees en andere delicatessen. De producten werden eerst alleen verkocht in de boerderijwinkel van Bouwlust, maar groeide snel naar veertig andere afzetpunten, zegt De Vette. ,,Vooral delicatessenwinkels, maar ook een paar supermarkten.” Voordat corona toesloeg, had de coöperatie ook vergevorderde plannen om direct aan de horeca te leveren. Logischerwijs ligt dat nu even stil.

Het geheim van die snelle groei? “Bij ons smaakt de zuivel zoals het vroeger smaakte. Er zit een veel vollere smaak aan onze melk.” zegt De Vette. “In de fabriek trekken ze de melk eerst helemaal uit elkaar. En daarna mengen ze het tot melk. Zo krijg je altijd een constant vet- en eiwitpercentage. Dat smaakt heel anders dan onze melk. Mensen hebben het prijsverschil ervoor over.” Een liter melk van Delflandshof kost nu 1,55 euro, fabrieksmelk kost 1 tot 1,25 euro.

Edwin Veldhuijzen

Ook coöperatie Groene Hart Streekproducten ziet een flinke groei. Voorzitter Edwin Veldhuijzen: “We hebben dit jaar twintig procent meer omzet geboekt. Dat komt deels door de lockdown, en deels omdat we ons eigen merk, STREEK, hebben geïntroduceerd. We begonnen tien jaar geleden met 0 en hebben nu een omzet van 3 miljoen.”

Investeren

Daar is Delfslandshof nog niet. Financieel gezien is het voor de boeren nog geen vetpot, zegt De Vette: “Het is nu alleen nog maar investeren, het kost alleen maar geld. We hebben een nieuwe machine aangeschaft. De andere vier boeren investeren mee, puur omdat ze erin geloven. Dat het in de toekomst meer gaat opleveren.”

Dat moet kunnen, want voor de melk die boeren bij de fabrieken van FrieslandCampina laat afleveren, krijgen ze momenteel 32 tot 35 cent. Na aftrek van de kosten blijft er via Delflandshof flink meer over voor de boer. En dan is de levering aan de horeca nog niet eens begonnen. De Vette: “We zijn nog wel tevreden over FrieslandCampina hoor, maar zelfstandig werkt het wel lekkerder.”

De naam FrieslandCampina heeft voor veel boeren een dubbele lading. Aan de ene kant is het een betrouwbare partner. Aan de andere kant is de complete focus op schaal ze een doorn in het oog. Maar wat kunnen ze doen? De macht is groot. Daarom is er ook wrijving. 

Veldhuijzen: “We krijgen 33 tot 35 cent per liter, terwijl onze kostprijs al hoger is: 37 tot 40 cent.” Hij hekelt die scheve verhouding: “Mijn opa kreeg vroeger al 80 guldencent. Daar betaalde hij knechten van en het kon prima. Het zou nu, met alle kosten die we hebben onderhand 80 eurocent moeten zijn.”

Ondergeschoven kindje

Commercieel manager Edwin Crombags heeft beide kanten gezien: kleine en grote schaal. Hij werkte achttien jaar bij FrieslandCampina en nu alweer jaren bij het veel kleinschaliger Weerribben Zuivel. Hoewel hij persoonlijk geen negatieve ervaringen heeft met FrieslandCampina, is het verschil groot: “Het is een vrij log apparaat waar je wel door veel schijven heen moet om iets te bereiken. Dat is hier wel anders.” Hij ging uiteindelijk weg omdat hij graag biologische producten vermarkt. “Ik kon me niet honderd procent focussen op het biologische deel. Bij FrieslandCampina is dat toch een ondergeschoven kindje.”

De kracht van Weerribben zit ‘m juist in de kleinere schaal, denkt hij: “Bij de consument is behoefte aan lokale producten, met een eerlijke, transparante herkomst. Dat merken wij enorm. Ieder jaar groeien we tien procent.” Ook hij wijst op de vraag naar betere zuivel: “Wij werken al sinds de jaren tachtig met een ambachtelijke methode. De yoghurt krijgt bij ons de tijd om zuur te worden. In de fabriek niet. Kwark laten we echt uitlekken, zoals het hoort bij kwark. In de fabriek werken ze met een kwarkcentrifuge. Dat heeft niets te maken met kwark zoals die vroeger bereid werd.”

Hij wijst ook op het verschil in biologische keurmerken. “Het Europese bio-logo is minder streng dan bijvoorbeeld het Eko-keurmerk van onze melk. De normen liggen daar vast, en als je het wilt aanscherpen ben je in Europa jaren bezig natuurlijk.”

Daar komt nog bij dat lokale producten steeds belangrijker worden: “Heel veel mensen denken bijvoorbeeld dat producten in de supermarkt van Arla, uit Nederland komen. Dat is vaak niet zo, een groot deel komt uit Denemarken. Ze kijken gewoon waar de grondstof, melk, het goedkoopst is en daar halen ze het vandaan. Het zijn toch industriële partijen uiteindelijk”

Vraagtekens

Dat wrijft steeds meer in de landbouwwereld, zo lijkt het. “Ik hoor wel dat een aantal biologische boeren steeds meer vraagtekens zetten bij die werkwijze,” zegt Crombags. Daarom blijft Weerribben voorop lopen: “We gaan telkens een stap verder dan wat er in de supermarkt wordt aangeboden. Zo werken we nu samen met de Vogelbescherming en zetten we ons in voor kruidenrijk grasland.”

Groene Hart Streekproducten doet dat anders. De ruim dertig boeren van de coöperatie werken juist heel nauw samen met een supermarktketen, Hoogvliet. “Al tien jaar. Maar dat is heel iets anders dan met de echt grote jongens hè, Hoogvliet is een regionale retailer. Ze promoten echt regioproducten, zo zijn wij een onderdeel van hun marketing.” 

Veldhuijzen heeft weinig op met de echt grote supermarktketens: “We hebben er wel eens aan tafel gezeten. Die mensen gebruiken allerlei onderhandelingstechnieken waar wij niet van houden. Ze schuiven alle risico’s bij jou in je schoenen. Als je aan Albert Heijn wilt leveren, moet je de melk in hun distributiecentrum zetten. Als het dan te dichtbij de houdbaarheidsdatum komt, moet je het weghalen en krijg je niets. Dat is nog maar een voorbeeld. Hoogvliet helpt ons juist met het ontwikkelen en vermarkten van producten.” Ook al is dat laatste ook niet zonder horten en stoten gegaan: “Daar hebben we jaren aan moeten bouwen, maar nu werkt het fantastisch.”

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

Het nieuwe project Rotterdam De Boer Op van Natuurmonumenten wil iets voor elkaar krijgen waarvan je zou denken dat het al eeuwen praktijk is: producten van boeren rondom Rotterdam moeten gewoon in de stad te koop zijn. Het klinkt als een open deur, maar het gebeurt amper. De Nationale Postcodeloterij steekt er zelfs vijf miljoen euro in. Waarom is dat nodig?

Kees Vermeer

“We zitten in een rat-race om steeds goedkoper voedsel te produceren. Uiteindelijk houdt dat een keer op, want producten kunnen niet steeds nóg goedkoper in de winkel liggen. Bovendien is het slecht voor milieu en biodiversiteit. In de hele voedselketen is de boer financieel gezien de laatste. Zij kunnen niet de prijs bepalen waarvoor ze hun producten willen verkopen en moeten doen met wat uiteindelijk nog over is.” 

Arie van den Berg. Foto Natuurmonumenten

Melkveehouder Arie van den Berg van Hoeve Ackerdijk in Schipluiden schetst in enkele woorden het probleem van de huidige voedselproductie en het grote knelpunt van boeren daarin. Daarom is hij aangehaakt bij ‘Rotterdam de boer op!’, een project van Natuurmonumenten en achttien partners, zoals het Zuid-Hollands Landschap, Herenboeren en Rotterdamse Oogst. Ze werken samen aan ‘een grote omwenteling op het Rotterdamse platteland én in de stad’. Het doel is meer biodiversiteit op het platteland, meer regionaal geproduceerd eten en een gezonde bedrijfsvoering voor boeren.

Mooi resultaat

Hoeve Ackerdijk is een biologische boerderij tussen Rotterdam-Overschie en Delft. Van den Berg werkt al ruim twintig jaar biologisch. Hij wilde met zijn bedrijf niet groter worden, geen kunstmest op het land, geen bestrijdingsmiddelen en minder vee. “Dat alles bij elkaar vergroot de kans op meer biodiversiteit doordat je het land minder intensief gebruikt. Dat is voor de natuur een mooi resultaat. Maar consumenten moeten wel bereid zijn om meer te betalen voor biologische producten. Zolang boeren met hun producten moeten concurreren tegen prijzen op de wereldmarkt, redden zij het niet om de omslag te maken naar biologisch werken. Boeren denken in langere termijnen en willen graag dat hun bedrijf er nog steeds is voor de volgende generatie. Daarom kiezen veel boeren er toch voor om te blijven groeien met hun bedrijf. Dat maakt een omslag nog complexer.”

“Wij gaan ervoor zorgen dat producten van boeren op het Rotterdams platteland, niet alleen naar de wereldmarkt gaan, maar straks ook gewoon in de stad te koop zijn”

Natuurmonumenten
Harder aan werken

Zestig procent van de oppervlakte van Nederland is agrarisch gebied. Teruglopende biodiversiteit is dus meteen een heel groot probleem. Andersom is het grote winst als de biodiversiteit weer kan toenemen. Volgens Van den Berg is momenteel slechts 4 procent van de agrarische oppervlakte van Nederland in gebruik voor biologische teelt. Dat gaat om boeren die natuurinclusief of volgens kringlooplandbouw willen werken. “Het gaat nog steeds om kleine aantallen boeren die daaraan meedoen. De biologische landbouw groeit weliswaar, maar daar moeten we harder aan gaan werken”, stelt Van den Berg. “Dit initiatief is daarvoor een mooie stimulans. Misschien kan dat boeren helpen om grond te financieren, zodat zij alleen de exploitatiekosten voor de grond hoeven te betalen. Overigens zijn er ook al andere initiatieven, bijvoorbeeld van burgers die willen investeren.”

Meer rechtstreekse verkoop

Het bedrijf van Van den Berg is een melkveebedrijf met bijna honderd koeien en vijfentwintig schapen. Er is tevens professionele kinderopvang gevestigd. Het merendeel van de melk gaat naar Friesland Campina en is in de supermarkt te koop als Campina Biologisch. De biologische zuivelproducten van de boerderij zijn ook bij enkele winkels in Delft en op de boerderij te koop. Hoeve Ackerdijk verkoopt op bestelling tevens biologische vleespakketten, veelal van jonge koeien die bijvoorbeeld geen melk meer kunnen geven. 

‘Ik krijg mijn tomaten gemakkelijker in Italië dan in hartje Rotterdam’

Tomatenteler in de buurt van Rotterdam

Van den Berg en zijn zoon willen, in lijn met een van de doelen van De Boer Op, de rechtstreekse verkoop aan de consument uitbreiden: “Door producten directer naar de stad te brengen, willen we een stukje van de marge naar ons toe halen dat nu in de keten zit. Helaas is de afzet in de buurt nu soms nog lastiger dan ver weg. Zo hoorde ik een tomatenteler zeggen: ‘Ik krijg mijn tomaten gemakkelijker in Italië dan in hartje Rotterdam’. Logistiek zijn er nogal wat hobbels om op korte afstand te kunnen leveren.”

Minder intensief

Van den Berg wil zoveel mogelijk circulair werken. Een voorbeeld: koeien die veel melk produceren, moeten worden bijgevoerd met speciaal voer. Dat wordt vanuit de hele wereld hiernaartoe gevlogen. Maar de koeien van Hoeve Ackerdijk geven jaarlijks zesduizend liter melk. Dat is tegenwoordig niet erg veel, maar zij kunnen dat met alleen gras uit de eigen omgeving. “We hebben daarvoor een speciale, iets sterkere koe gefokt. Als je een circulair bedrijf wilt, moet je minder intensief gaan werken en minder ruimte gebruiken. Ik vind het voorbarig om te zeggen dat de veestapel gehalveerd moet worden, maar misschien moeten we wel die kant op. Misschien gaan ook wij op termijn minder koeien houden.”

Melkveehouder Arie van den Berg uit Midden-Delfland en boswachter Natascha Hokke. Foto Bart Hoogland/Natuurmonumenten
Omwenteling

Volgens Van den Berg moeten boeren vertrouwen krijgen dat er toekomst zit in biologisch werken. Want niet iedereen durft die stap te maken. “Ik geloof erin dat er een tegendraadse beweging op gang komt als we dit met verschillende instanties gaan doen, met ook goede voorlichting.” Het geld van de Postcodeloterij kan daar goed bij helpen, denkt hij: ,,Onderdeel daarvan is dat boeren een deel van hun land omvormen naar natuur, zoals wij ook altijd hebben gedaan. Weidevogels zijn ons doel, waarbij we ons kunnen ontplooien in het ondernemerschap en we toch onze prestaties halen. Dat vind ik een boeiende kant van het geheel. En het kán. Want wij bestaan na 22 jaar nog steeds. En met veel weidevogels op ons land.”

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!

Waar je vroeger met een vergrootglas moest zoeken naar klimaatplannen van Nederlandse politieke partijen, is het als voorstander van de korte keten, natuurlijk boeren en kringlooplandbouw, komende week opeens lastig in het stemhokje. Door de bomen zie je de lokale gifvrije landbouwgrond bijna niet meer. Partij voor de Dieren en GroenLinks zetten natuurlijk vol in op het milieu, D66 en ChristenUnie ook. Maar wie wil nou wat? En hoe groen is het CDA eigenlijk als je iets verder kijkt dan het logo?

Wouter van Wijk

Over dat laatste kunnen we kort zijn: het milieu komt er niet zo best vanaf bij het CDA. En bij alle partijen rechts daarvan in het politieke spectrum. Ondanks de problemen met dierenwelzijn en milieu wil de VVD alles houden zoals het is en vindt ook het CDA de huidige landbouw grofweg prima. Waarschijnlijk vooral om de boeren-achterban niet tegen het hoofd te stoten. Beide partijen halen de doelen van het zelf ondertekende klimaatakkoord ook niet.

Iets verder naar rechts ontkennen PVV en Forum voor Democratie bijna alle milieuproblemen en willen geen verandering. Met een kleine uitzondering: Forum pleit voor “meer aandacht voor producten van Nederlandse bodem, verkleinen afstand tussen voedselproductie en consument”. Hoopvol voor bedrijven in de korte keten, maar verder weinig concreet.

Groen is links

Aan de linkerkant van het spectrum ligt de situatie heel anders. Terwijl de problemen met het klimaat uiteindelijk alle mensen aangaat – rechts én links – zitten alle groene partijen aan de linkerkant van het politieke spectrum. Op links scoren de SP en PvdA minder goed dan de rest, maar zeker beter dan alle partijen op rechts. 

Wie voor kringlooplandbouw, de korte keten en natuurlijk boeren stemt, komt al snel uit bij GroenLinks, ChristenUnie, D66 of Partij voor de Dieren. De vier partijen willen zo lokaal mogelijk werken en zijn ook in algemeen klimaatbeleid koploper.

Controversieel voor veel boeren is de kleinere veestapel. GroenLinks en D66 mikken op een halvering, om problemen met stikstof, mest en milieu op te lossen. PvdD gaat voor driekwart minder vee. ChristenUnie, met veel achterban in de boerenomgeving, laat dat moeilijke onderwerp liever in het midden.

Uiteindelijk verschillen die vier partijen niet enorm in hun aanpak van milieuvriendelijk boeren. Dus wat is wijsheid?

Stemwijzers groeien als kool

Gelukkig kun je als natuurminnende kiezer tegenwoordig terecht bij verschillende stemwijzers en adviezen van allerlei organisaties. Die de accenten net even anders leggen, zodat je als kiezer de verschillen kunt zien. Zo geven de Voedselstemwijzer en de New Food Kieswijzer een hele aardige richting met onderwerpen als de vleestaks, kringlooplandbouw en een goede prijs voor de boer. Bij de laatste kun je ook zien wat andere kiezers denken over die onderwerpen, waaruit blijkt dat veel partijen minder groen zijn dan hun kiezers. Zo wil het CDA geen heffing op vlees, maar wil een meerderheid van de CDA-stemmers dat wel.

Maar ook Foodwatch heeft een wijzer, die meer is gericht op gezondheid, net als de Stemwijzer Gezond Voedsel. Daar scoort de PvdA weer iets beter dan GroenLinks. Milieudefensie heeft de klimaatgerichte Jij Kiest Wijzer! Ook zijn er de puur op landbouw gerichte Boerderij Kieswijzer en de meer algemene Duurzame Kieswijzer.

Behalve stemwijzers, geven organisaties ook andere informatie. Zo moedigen de Caring Farmers kiezers aan om te stemmen voor kringlooplandbouw. Hoe de partijen op klimaatkwesties hebben gestemd, staat heel mooi op Kiesklimaat. Greenpeace heeft Groene Gesprekken met lijsttrekkers. Milieudefensie laat ook kandidaten aan het woord. Jongeren en jonge ouderen kunnen het Groene Verkiezingsdebat terugkijken, of terecht op Kies voor Klimaat.

Gehaktbalfundamentalisten

Tot slot nog een kijk- en een luistertip. Zondag met Lubach plaatst kiezen voor een groenere landbouw in het grotere plaatje van de pandemie. De enorme hoeveelheid dieren en mensen in ons land kan gevaarlijk zijn en leiden tot een nieuw virus, maar de lijsttrekkers blijven het maar hebben over de gehaktbal. Gehaktbalfundamentalisten, noemt Lubach ze.

En voor podcastliefhebbers: luister de meest recente aflevering van het Voedselkabinet terug, met als gast journalist Teun van der Keuken. Daarin komen de standpunten van de partijen uitgebreid aan het woord. ,,De vraag is: vind je dat er iets radicaal moet veranderen?” zegt een nog twijfelende Van der Keuken. ,,Als dat zo is, zijn er vier partijen die in aanmerking komen.” Waarvan er twee in de regering zaten. ,,Let wel even op de partijen die in het kabinet hebben gezeten. Hebben die zich er flink hard voor gemaakt?” Nee, is zijn conclusie. D66 krijgt nog het voordeel van de twijfel omdat kamerlid Tjeerd de Groot zich hard heeft gemaakt voor verandering. ,,Als je bedenkt dat de ChristenUnie op dat gebied de twee belangrijkste ministers geleverd, hebben ze het toch een beetje laten liggen.”

Presentator Samuel Levi nuanceert dat laatste, terugkijkend op een interview met minister Carla Schouten in december: ,,Je komt in een ongelofelijk ingewikkeld speelveld terecht met belangenbehartigers en boeren die het Malieveld oprijden. Zodat het heel ingewikkeld is om radicaal dingen anders te gaan doen. Dat is misschien ook bijna niet te doen. Maar ja, het maakt dus wel uit op wie je gaat stemmen. Want er zijn partijen die duidelijk zich uitspreken dat ze het anders willen.”

Ook enthousiast over de korte keten? Bekijk dan hier bij welke aanbieders je in jouw regio terecht kunt en bestel direct een proefpakket om de smaak van de korte keten zelf te ervaren!