Boer zoekt klant

Zo romantisch als het boerenleven in Boer zoekt Vrouw ook lijkt, zo hard kan het soms in het echt zijn. De zoektocht naar de liefde is voor veel boeren niet het grootste probleem, het juk van de markt wel. Veel boeren voelen zich uitgeknepen door machtige supermarkten en tussenhandelaren.

Zo krijgt een boer voor een kilo sperziebonen die voor twee euro in de winkel ligt, in een slecht jaar tien cent of zelfs minder. En als een Nederlandse boer daar niet akkoord mee gaat, dan een boer in Marokko of Egypte wel. Er is dus meer dan genoeg aanbod. Dat geeft een hoop problemen. Dit drukt de prijzen naar beneden. Er is te weinig geld voor de boer zelf, voor een diervriendelijk bedrijf en een gezonde natuur. Een nieuw platform, De Kortste Weg wil daar verandering in brengen.

,,In theorie is wereldhandel prachtig, want wij krijgen lekkere port uit Portugal en de Ijslanders krijgen onze lekkere tomaten. Maar die wereldmarkt kent ook veel verliezers.” zegt Jan-Willem van der Schans, specialist voedselketens aan de universiteit van Wageningen, ,,Het gaat alleen nog maar om de prijs.”

Martin de Ruiter, boer in de Hoeksche Waard kan daarover meepraten. ,,Sperziebonen teel ik al vier jaar niet meer,” zegt hij. ,,Het levert niks op. Supermarkten kiezen liever voor Marokkaanse boontjes.”

Het is een duidelijk voorbeeld van de overvloed van voedsel die er soms is en de macht van de supermarkten, die individuele aanbieders tegen elkaar uit kunnen spelen. Het enige dat lijkt te tellen is de winst. Hoewel de boer het leeuwendeel van het werk verzet om een pak melk, een pak meel of een kilo sperziebonen in de winkel te krijgen, komt het grootste deel van de opbrengst terecht bij de supermarkt en distributeurs. De Ruiter: ,,In 2017 hadden we een heel goede aardappeloogst. Als boer ben je daar ontzettend trots op. Een grote aardappel, waar ze mooie lange friet van kunnen snijden, dat is prachtig.” Minder fraai is de gekke consequentie van die goede oogst: een slechte oogst levert meer op. ,,Omdat de markt overvol was, kreeg ik drie cent per kilo. Drie cent! En dan zie je ze bij Albert Heijn liggen voor een euro. Dat terwijl die bedrijven geen enkel risico lopen. Wij kampen met droogte of juist wateroverlast. Zij gaan naar een ander als jij problemen hebt.”

Van der Schans denkt dat het anders kan. En moet: ,,We leggen ons te snel neer bij de zogenaamd harde wetten van de markt, de wereldeconomie. In mijn optiek is economie een sociale wetenschap. Wij hebben die internationale economische wetten zelf gemaakt. Het is niet de zwaartekracht!”

Een actie van De Ruiter kreeg in 2014 landelijke bekendheid. Hij gaf 60.000 kilo sperziebonen weg via een bericht op Facebook. ,,Je mag het gratis komen halen, zonde om het onder te ploegen,” schreef hij. Waarom deed hij dat? ,,Omdat het op de markt toch niets opbracht.” Voordat hij er erg in had was zijn bericht op Facebook 2300 keer gedeeld en parkeerden honderden mensen hun auto op de dijk in Strijen om zelf groente te komen plukken.

Gratis sperziebonen was leuk natuurlijk een leuk cadeautje voor de zelfplukkers. Maar er was meer. Ze gaven nog iets essentieels aan: ze vonden het fijn dat ze op deze manier meewerkten aan het voorkomen van verspilling. Tientallen ouders brachten hun kroost mee en bedankten De Ruiter voor het feit dat ze aan hun kinderen konden laten zien hoe het eten groeit. Het zette hem aan het denken. ,,We worden als sector in de media vaak naar neergezet. We spuiten maar raak. We hangen aan de subsidiekraan, dat soort dingen. Er is gelukkig een andere kant, dat wil ik uitleggen aan de burger.” Hij startte het jaarlijks terugkerende evenement ‘Eet het en beleef het’, waar mensen langs kunnen komen om zelf te rooien. ,,Het is fantastisch om te zien hoe ze kijken als ze voor het eerst een aardappel uit de grond trekken. Fantastisch. En kinderen zijn de consumenten van morgen, dus je leidt ze ook nog een beetje op.” Het valt gaat goed. ,,Vorig jaar hadden we tegen de 10.000 bezoekers. Op de actie in 2015 kwamen er zo’n 1.500 af.”

Dat van die subsidie klopt overigens wel, geeft De Ruiter toe, hij ontvangt ieder jaar een flinke premie uit Brussel. Maar hij heeft het liever niet. ,,Met de huidige voedselprijzen, kan geen boer op zichzelf overleven. De graanprijs wordt kunstmatig laag gehouden. Vroeger kreeg je 54 cent, in guldens, voor een kilo graan. Nu nog maar 13 eurocent. Door de subsidies kan dat. Ik wil liever een kostendekkende prijs, zonder subsidie. Maar daar zijn multinationals tegen. Als graan duurder wordt, stappen boeren daar op over, en worden bieten ook duurder. Dat vindt Coca Cola niet leuk, vanwege de suiker.”

Omdat hij wat voor die subsidie wilde terugdoen, investeerde hij in bloemrijke akkerranden en zag hoe de kikkers en salamanders terugkwamen op zijn land en de sloten weer vol met leven zaten. Later liet hij bijenkasten plaatsen in zijn akkerranden en maakt hij honing van de vele bloemsoorten. Sinds de komst van al die bloemen hoeft hij niet meer te spuiten tegen luis.

Een mooi resultaat, maar tamelijk inefficiënt dat het via Brussel moet lopen. ,,De manier waarop het landschapsonderhoud nu geregeld is via Brussel maakt het nodeloos ingewikkeld. Het landschap is iets wat ons allemaal aangaat,” zegt onderzoeker Van der Schans. Daarom is lokale productie ook belangrijk voor hem: ,,Het boeit me als Rotterdammer veel minder hoe het landschap in Toscane eruit ziet, maar wél welk uitzicht ik heb als ik met de trein naar mijn werk in Den Haag rijd. Als ik net een dure biefstuk bij een boer in Midden Delfland heb gekocht en ik zie dat hij niet goed met zijn koeien omgaat, dan krijgt hij dat van mij te horen. Daar voel ik me bij betrokken. Of ik zeg tegen die boer: ‘ik wil best jouw kaas eten, maar wees jij dan goed voor de weidevogels. Dat is de deal.”

Van der Schans weet uit ervaring dat de praktijk en theorie soms wat uit elkaar lopen: ,,De supermarkt is super efficiënt, het is heerlijk om met een karretje door de gangen te lopen met een boodschappenlijstje. In mijn gezin is het best wel ingewikkeld om een online bestelling te doen bij een rechtstreekse leverancier. We moeten dan vandaag bedenken met hoeveel mensen we volgende week dinsdag aan tafel zitten. Dat krijg ik niet voor elkaar. Maar het zijn juist mijn kinderen voor wie het gemak van online aankopen vanzelfsprekend is, en zij hebben als echte millennials op een of andere manier geleerd op een respectabele manier met boeren om te gaan.”

Korte ketens hebben nog een extra voordeel: er komt ruimte voor creativiteit, denkt Van der Schans: ,,Grote spelers als FrieslandCampina en Unilever zetten een laboratorium neer in Wageningen en gaan innoveren. Maar boeren die direct aan consumenten leveren, bedenken bijvoorbeeld dat je kaasfondue kunt gaan maken van de reststukken kaas die de consument niet meer wil hebben. Je krijgt in korte ketens een ander type innovatie. Daarnaast vind ik dat we de negatieve aspecten van globalisering onvoldoende hebben doordacht, hoe dat neerslaat bij gewone mensen. Bij volledige globalisering hebben mensen geen binding meer met hun regio, dit voelt unheimisch. Dat heeft veel effect. De korte keten heeft daar een oplossing voor. Het gaat over lokale economie, ook over solidariteit.”